Beschikking van de Minister van Justitie van 18 augustus 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 4 juni 1997, Stb. 260
This section publishes the text of the amended decree and sets out rules for paying, exempting, refunding, and registering lesgeld and cursusgeld.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 11 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Beschikking van de Minister van Justitie van 18 augustus 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 4 juni 1997, Stb. 260
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Beschikking van de Minister van Justitie van 18 augustus 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 4 juni 1997, Stb. 260
AI-assisted research summary: This section publishes the text of the amended decree and sets out rules for paying, exempting, refunding, and registering lesgeld and cursusgeld.
Staatsblad Beschikking van de Minister van Justitie van 18 augustus 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 4 juni 1997, Stb. 260 Gelet op artikel III van het besluit van 4 juni 1997, Stb. 260; de tekst van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 4 juni 1997, Stb. 260, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. TEKST VAN HET UITVOERINGSBESLUIT LES- EN CURSUSGELDWET, ZOALS DIT LAATSTELIJK IS GEWIJZIGD BIJ BESLUIT VAN 4 JUNI 1997, STB. 260, EN ZOALS DIT LUIDT PER 1 AUGUSTUS 1997 INHOUDSOPGAVE ALGEMENE BEPALINGEN Begripsbepalingen In dit besluit worden verstaan onder: wet: Les- en cursusgeldwet; lesgeld: het krachtens artikel 5, tweede lid, van de wet voor het desbetreffende cursusjaar vastgestelde bedrag; lesgeldplichtige: degene die krachtens de wet lesgeld is verschuldigd; onderwijskaart: een onderwijskaart als bedoeld in artikel 2; bewijs van uitschrijving: een bewijs als bedoeld in artikel 8 dan wel artikel 21; cursusgeld: het voor de desbetreffende categorie cursussen krachtens artikel 11 voor de desbetreffende cursusgeldperiode vastgestelde bedrag; categorie cursussen: een categorie als bedoeld in artikel 11, eerste lid; cursusgeldperiode: een cursusgeldperiode als bedoeld in artikel 13; cursusgeldplichtige: persoon bedoeld in artikel 14, eerste lid; betalingsregeling: een regeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid onderdeel b; BRIN-code: het als BRIN-code door de Informatie Beheer Groep vastgestelde nummer ter identificatie van een onderwijsinstelling; teldatum: bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Experimentenwet onderwijs aangewezen tijdstip in het cursusjaar waarop ten behoeve van de bekostiging uit 's Rijks kas het aantal leerlingen van een dagschool wordt vastgesteld; inschrijvingsformulier: een inschrijvingsformulier als bedoeld in artikel 20. NADERE REGELING LESGELD Onderwijskaart De onderwijskaart bestaat uit drie, wat de in het tweede lid bedoelde gegevens betreft gelijkluidende, delen waarvan, na inschrijving bij een dagschool, een deel bestemd is voor de lesgeldplichtige, een deel voor de dagschool waaraan de leerling is ingeschreven, en een deel voor de Informatie Beheer Groep. De onderwijskaart bevat in elk geval: a. de volgende gegevens van de leerling: 1°. registratienummer, 2°. geboortedatum en geslacht, 3°. geslachtsnaam, eerste voornaam en voorletters van de overige voornamen, 4°. woonplaats, adres en postcode, en 5°. de onder 2° tot en met 4° bedoelde gegevens van zijn wettelijke vertegenwoordiger, indien hij minderjarig is, b. het cursusjaar waarop de onderwijskaart betrekking heeft, c. de datum van inschrijving van de leerling, d. de BRIN-code van de dagschool waaraan de leerling wordt ingeschreven, e. de verklaring van de lesgeldplichtige dat hij bekend is met zijn verplichting om het lesgeld aan de Informatie Beheer Groep te betalen, op een door de Informatie Beheer Groep aangegeven wijze en voor het door de Informatie Beheer Groep aangegeven tijdstip van het desbetreffende cursusjaar, tenzij hij op grond van artikel 4 in aanmerking komt voor vrijstelling, en f. indien de leerling beroep doet op vrijstelling van lesgeld, de grond waarop dit berust. De Informatie Beheer Groep draagt zorg voor de tijdige verstrekking van onderwijskaarten aan lesgeldplichtigen en aan de dagscholen. Voldoening lesgeld Het lesgeld wordt aan de Informatie Beheer Groep voldaan door: a. inlevering door de lesgeldplichtige bij de dagschool waaraan de leerling wordt ingeschreven, van een volledig ingevulde en door de lesgeldplichtige ondertekende onderwijskaart, en b. betaling van het verschuldigde bedrag aan de Informatie Beheer Groep door middel van een door hem aan de lesgeldplichtige toegezonden acceptgirokaart, binnen 24 dagen na verzending van deze kaart. Voor de dagschool waaraan een leerling wenst te worden ingeschreven, geldt de inlevering van een, op de desbetreffende leerling betrekking hebbende, volledig ingevulde en door de lesgeldplichtige ondertekende onderwijskaart voor het desbetreffende cursusjaar als bewijs dat het lesgeld aan de Informatie Beheer Groep wordt voldaan. Vrijstelling lesgeld Terzake van de inschrijving aan een dagschool worden door de Informatie Beheer Groep vrijgesteld van de betaling van lesgeld als bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel b: a. de leerling van wie de inschrijving wordt beëindigd vóór 1 oktober van het desbetreffende cursusjaar; b. de leerling die een bewijs van uitschrijving overlegt waaruit blijkt dat hij in hetzelfde cursusjaar is ingeschreven geweest aan een dagschool en dat hij voor wat betreft die eerdere inschrijving niet voor de vrijstelling bedoeld in onderdeel a in aanmerking komt; c. de leerling die een verklaring overlegt van het bestuur van een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs, dat hij in datzelfde cursusjaar aan die instelling ingeschreven is geweest als student voor een voltijdse opleiding en dat voor wat betreft dat cursusjaar geen vrijstelling, vermindering of terugbetaling van collegegeld heeft plaatsgevonden dan wel zal kunnen plaatsvinden. Een beroep op vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan: a. voor wat betreft onderdeel a door indiening bij de dagschool, vóór 1 oktober van het desbetreffende cursusjaar, van het verzoek tot beëindiging van de inschrijving van de leerling; b. voor wat betreft onderdeel b door invulling van het in artikel 2, tweede lid onderdeel f, bedoelde gedeelte van de onderwijskaart en door tevens bij de inschrijving aan die andere dagschool in te leveren het voor die dagschool bestemde deel van het hem op grond van artikel 9 uitgereikte bewijs van uitschrijving; c. voor wat betreft onderdeel c door invulling van het in artikel 2, tweede lid onderdeel f, bedoelde gedeelte van de onderwijskaart en door tevens bij de inschrijving aan de dagschool in te leveren de in genoemde onderdelen bedoelde verklaring. Voor wat betreft een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid onderdeel c wordt onder hetzelfde cursusjaar verstaan het studiejaar dat aanvangt in hetzelfde kalenderjaar. Bijzondere vrijstellingen lesgeld Indien een leerling is ingeschreven aan een school voor kinderen die zijn opgenomen in ziekenhuizen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, is geen lesgeld verschuldigd met betrekking tot het onderwijs aan die school. Indien een leerling is ingeschreven aan een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel k, die is verbonden aan een justitiële jeugdinrichting is geen lesgeld verschuldigd met betrekking tot het onderwijs aan die school. Geen vermindering lesgeld Indien de inschrijving als leerling aan een dagschool of de beëindiging daarvan in de loop van het cursusjaar plaatsvindt, dan wel indien het onderwijs aan een dagschool een kortere termijn dan het cursusjaar omvat, wordt op grond daarvan geen vermindering van lesgeld verleend. Terugbetaling lesgeld bij overstap naar v.a.v.o. Indien de inschrijving van een leerling die is ingeschreven aan een dagschool voor 1 januari van het desbetreffende cursusjaar wordt beëindigd, wordt het voor hem betaalde lesgeld door de Informatie Beheer Groep terugbetaald, indien deze leerling na 30 september en voor 1 januari van hetzelfde cursusjaar is ingeschreven aan een cursus als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel c. De terugbetaling bedoeld in het eerste lid vindt plaats onder aftrek van de ten behoeve van de leerling voor het desbetreffende cursusjaar toegekende tegemoetkoming uit 's Rijks kas in de studiekosten terzake van het lesgeld. De terugbetaling van het lesgeld geschiedt uitsluitend indien het verzoek daartoe door de lesgeldplichtige wordt ingediend voor 15 februari van het desbetreffende cursusjaar. Bij het verzoek om terugbetaling worden overgelegd: a. een kopie van het bewijs van uitschrijving waaruit blijkt dat de inschrijving aan een dagschool voor 1 januari van het desbetreffende cursusjaar is beëindigd, en b. een kopie van het bewijs van inschrijving bedoeld in artikel 20, waaruit blijkt dat de leerling na 1 oktober en voor 1 januari van het desbetreffende cursusjaar is ingeschreven aan een cursus als bedoeld in het eerste lid. Terugbetaling lesgeld bij overlijden of ernstige ziekte Indien de inschrijving van een leerling die is ingeschreven aan een dagschool voor 1 november van het desbetreffende cursusjaar wordt beëindigd wegens overlijden of ernstige ziekte van de leerling, wordt het voor hem betaalde lesgeld op verzoek van de lesgeldplichtige door de Informatie Beheer Groep terugbetaald. Bij het verzoek om terugbetaling worden overgelegd: a. een kopie van het bewijs van uitschrijving waaruit blijkt dat de inschrijving aan de dagschool voor 1 november van het desbetreffende cursusjaar is beëindigd, en b. een afschrift of uittreksel uit de akte van overlijden van de leerling onderscheidenlijk een verklaring van een daartoe bevoegde arts, niet zijnde de behandelend arts van de leerling, waaruit blijkt dat de leerling in het desbetreffende cursusjaar redelijkerwijs geen onderwijs meer kan volgen. Artikel 5a, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Indien het eerste lid ten aanzien van een leerling wegens ernstige ziekte is toegepast, kan die leerling later in dat cursusjaar niet meer aan het onderwijs aan een dagschool deelnemen dan nadat hij opnieuw is ingeschreven en het lesgeld opnieuw wordt voldaan. Procedure inschrijving dagscholen Een leerling kan uitsluitend bij een dagschool worden ingeschreven door inlevering bij die dagschool van een volledig ingevulde en door de lesgeldplichtige ondertekende onderwijskaart, die betrekking heeft op het cursusjaar en de leerling waarvoor inschrijving wordt verzocht. Het verzoek tot inschrijving wordt gedaan door de lesgeldplichtige. Indien voor de inschrijving gebruik gemaakt moet worden van een door de school verstrekte niet-ingevulde onderwijskaart, wordt, indien het registratienummer van de leerling niet bekend is, in afwijking van het eerste lid, bij de inschrijving het in artikel 2, tweede lid onderdeel a.1, bedoelde registratienummer niet ingevuld. Inschrijving van leerlingen door of namens het bevoegd gezag vindt, onverminderd het bepaalde in het vijfde en zesde lid, uitsluitend plaats door, na controle van de door de lesgeldplichtige ingevulde gegevens, de datum van inschrijving en de BRIN-code van de dagschool op de onderwijskaart in te vullen, de onderwijskaart te ondertekenen en de voor de dagschool en voor de Informatie Beheer Groep bestemde delen van de onderwijskaart in ontvangst te nemen. Indien het de inschrijving betreft van een leerling die een beroep doet op vrijstelling van lesgeld als bedoeld in artikel 4, dient door de lesgeldplichtige tevens te worden ingeleverd het in artikel 4, tweede lid onderdelen b en c, bedoelde stuk. Indien overeenkomstig het derde lid het registratienummer niet is ingevuld, dient door de lesgeldplichtige tevens te worden ingeleverd een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens dan wel een uittreksel uit het geboortenregister. De volledig ingevulde en door de lesgeldplichtige alsmede door of namens het bevoegd gezag van de dagschool ondertekende onderwijskaart geldt als bewijs van inschrijving van de leerling aan die dagschool. Uitwisseling leerlingen Inschrijving als leerling van een dagschool vindt niet plaats indien tussen de bevoegde gezagsorganen van twee of meer dagscholen is overeengekomen dat de bij die dagscholen ingeschreven leerlingen enkele lesuren onderwijs kunnen volgen aan een andere, aan de overeenkomst deelnemende, dagschool dan waarbij zij zijn ingeschreven. Bewijs van uitschrijving dagscholen Het bewijs van uitschrijving bestaat uit vier, wat de in het tweede lid bedoelde gegevens betreft gelijkluidende, delen waarvan, na beëindiging van de inschrijving aan een dagschool, een deel bestemd is voor de lesgeldplichtige, een deel voor de dagschool waaraan de leerling eventueel daarna wordt ingeschreven, een deel voor de dagschool waaraan de inschrijving wordt beëindigd en een deel voor de Informatie Beheer Groep. Het bewijs van uitschrijving bevat in elk geval de in artikel 2, tweede lid onderdelen a en b, genoemde gegevens, de BRIN-code van de dagschool waaraan de inschrijving wordt beëindigd en de datum van uitschrijving van de leerling. Bewijzen van uitschrijving worden door de Informatie Beheer Groep aan de dagscholen verstrekt. Beëindiging inschrijving Bij beëindiging van de inschrijving van een leerling wordt terstond door of namens het bevoegd gezag van de dagschool een bewijs van uitschrijving als bedoeld in artikel 8, volledig ingevuld en ondertekend. Tevens worden aan de lesgeldplichtige twee delen van het bewijs van uitschrijving verstrekt, namelijk het voor hem en het voor de dagschool waaraan de leerling eventueel daarna wordt ingeschreven, bestemde deel. Informatieverplichtingen dagscholen De dagscholen zenden de Informatie Beheer Groep in de periode vanaf de aanvang van het onderwijs na de zomervakantie tot 1 oktober ten minste wekelijks, op 4 oktober, op de tweede teldatum en voorts ten minste op de eerste dag van elke maand: a. de voor de Informatie Beheer Groep bestemde delen van de op grond van artikel 6 ontvangen onderwijskaarten, b. de ten behoeve van de toekenning van een registratienummer ingeleverde uittreksels, bedoeld in artikel 6, zesde lid, c. een kopie van de ten behoeve van een beroep op vrijstelling van lesgeld ontvangen verklaringen, bedoeld in artikel 4, tweede lid onderdeel c, d. adreswijzigingen van ingeschreven leerlingen en, voor zover zij minderjarig zijn, van hun wettelijke vertegenwoordiger, met vermelding van het registratienummer van de leerling, en e. de voor de Informatie Beheer Groep bestemde delen van op grond van artikel 8 uitgegeven bewijzen van uitschrijving. De dagscholen zenden de Informatie Beheer Groep jaarlijks voor 15 maart op een door de Informatie Beheer Groep aangegeven wijze de hierna genoemde gegevens betreffende de op 1 februari daaraan voorafgaande bij de dagschool ingeschreven leerlingen die in de loop van dat cursusjaar de leeftijd van 16 jaren hebben bereikt dan wel zullen bereiken. Deze gegevens zijn: a. geslachtsnaam, eerste voornaam en voorletters van de overige voornamen, b. woonplaats, adres en postcode, c. geboortedatum en geslacht, d. de onder a, b en c bedoelde gegevens van de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling, en e. voor zover bekend, het correspondentienummer van de leerling in verband met de toepassing van de Wet tegemoetkoming studiekosten of van de Wet op de studiefinanciering. NADERE REGELING CURSUSGELD Cursusgeldtarieven Het cursusgeldtarief voor de volgende categorieën cursussen bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 1997: a. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistentopleiding en de basisberoepsopleiding: f 350,- per cursusjaar, b. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: f 850,- per cursusjaar, en c. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of onderdelen van dat diploma: f 1,05 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden. De cursusgeldtarieven kunnen jaarlijks bij ministeriële regeling worden herzien op basis van de ontwikkeling van het indexcijfer voor de regelingslonen voor ambtenaren in het voorafgaande kalenderjaar, dan wel indien in het voorafgaande jaar geen herziening heeft plaatsgevonden, op basis van de genoemde ontwikkeling in de twee voorafgaande kalenderjaren. De herziene bedragen per les en de normbedragen per vak per cursusgeldperiode worden afgerond op een veelvoud van 5 centen, de overige herziene bedragen worden afgerond op hele guldens. De ministeriële regeling wordt uiterlijk 31 maart voorafgaande aan het cursusjaar waarop de herziening van het cursusgeldtarief betrekking heeft bekend gemaakt. Afwijking cursusgeldtarieven Indien de aard van het onderwijs, de cursusduur, het aantal lessen of de doelgroep van de cursus daartoe aanleiding geeft, kunnen bij ministeriële regeling de in artikel 11, eerste lid, genoemde cursusgeldtarieven, dan wel de op grond van artikel 11, tweede lid, herziene cursusgeldtarieven, worden verlaagd. Cursusgeldperiode De heffing van het cursusgeld voor een cursus geschiedt telkens voor een cursusgeldperiode. De cursusgeldperiode is gelijk aan de duur van de opleiding met een maximum van een cursusjaar. Cursusgeldplicht Het cursusgeld is verschuldigd door de leerling dan wel, indien deze minderjarig is, door zijn wettelijke vertegenwoordiger. Het cursusgeld is verschuldigd per cursusgeldperiode en wordt voldaan aan het bevoegd gezag. Voldoening cursusgeld Het cursusgeld wordt voldaan door: a. betaling van het cursusgeld aan het bevoegd gezag bij de inschrijving, b. het bij de inschrijving treffen van een ondertekende en gedateerde regeling met betrekking tot de betaling van het cursusgeld tussen het bevoegd gezag en de cursusgeldplichtige alsmede de naleving van deze betalingsregeling door de cursusgeldplichtige, dan wel c. door schriftelijke vaststelling bij de inschrijving door of namens het bevoegd gezag dat de cursusgeldplichtige in aanmerking komt voor vrijstelling als bedoeld in artikel 16. De betalingsregeling bedoeld in het eerste lid onderdeel b, mag niet inhouden dat de betaling van het cursusgeld door de cursusgeldplichtige over meer dan vier maanden vanaf de aanvang van de cursusgeldperiode wordt gespreid, met dien verstande dat indien de cursusgeldperiode minder dan vier maanden is, de duur van de cursusgeldperiode niet mag worden overschreden. De benodigde bewijsstukken voor de aanspraak op vrijstelling worden door de cursusgeldplichtige aan het bevoegd gezag overgelegd. Vrijstelling cursusgeld Een leerling die wordt ingeschreven bij een cursus en die bij de aanvang van de cursusgeldperiode de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, is, tenzij het betreft de inschrijving bij een cursus als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, vrijgesteld van de betaling van cursusgeld. Indien van een leerling voor wie lesgeld verschuldigd is, in de loop van enig cursusjaar de inschrijving aan een dagschool wordt beëindigd op een zodanig tijdstip dat geen teruggave van het lesgeld mogelijk is, en hij in dat cursusjaar is ingeschreven aan een cursus als bedoeld in artikel 11, onderdelen a en b, is voor hem in dat cursusjaar geen cursusgeld verschuldigd. Vermindering cursusgeld Indien de inschrijving als leerling van een cursus of de beëindiging daarvan in de loop van een cursusgeldperiode plaatsvindt, wordt op grond daarvan geen vermindering van cursusgeld verleend. Terugbetaling cursusgeld Indien de inschrijving als leerling van een cursus wordt beëindigd voor de eerste dag waarop de lessen in die cursusgeldperiode aanvangen, wordt het cursusgeld, voor zover dat reeds aan het bevoegd gezag is betaald, binnen vier maanden na de datum van die beëindiging terugbetaald aan de cursusgeldplichtige. Procedure inschrijving cursussen Een leerling kan uitsluitend bij een cursus worden ingeschreven door inlevering bij die cursus van een volledig ingevuld en door de cursusgeldplichtige ondertekend inschrijvingsformulier. Het verzoek tot inschrijving wordt gedaan door de cursusgeldplichtige. De leerling wordt ingeschreven voor de gehele cursusgeldperiode. De inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan uitsluitend tot inschrijving overgaan nadat het cursusgeld is betaald, een betalingsregeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid onderdeel b, is getroffen of is vastgesteld dat de cursusgeldplichtige in aanmerking komt voor vrijstelling als bedoeld in artikel 16. Na inschrijving van de leerling wordt het voor de cursusgeldplichtige bestemde deel van het inschrijvingsformulier hem verstrekt, nadat het door of namens het bevoegd gezag is ondertekend. Het volledig ingevulde en door of namens het bevoegd gezag van de cursus ondertekende inschrijvingsformulier geldt als bewijs van inschrijving als leerling van die cursus. Inschrijvingsformulier cursussen Het bewijs van inschrijving aan een cursus bestaat uit twee, wat de in het tweede lid bedoelde gegevens betreft gelijkluidende, delen waarvan een deel bestemd is voor de cursusgeldplichtige en het andere deel bestemd is voor de cursus waaraan de leerling is ingeschreven. Het bewijs van inschrijving bevat in elk geval: a. de volgende gegevens van de leerling: 1°. geslachtsnaam, eerste voornaam en voorletters van de overige voornamen, 2°. geboortedatum en geslacht, 3°. woonplaats, adres en postcode, en 4°. indien hij minderjarig is: de onder ten 1° tot en met 3° bedoelde gegevens van zijn wettelijke vertegenwoordiger, b. de cursusgeldperiode waarvoor de inschrijving geldt, c. de datum van inschrijving van de leerling, d. voor welke categorie of categorieën van cursussen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, de inschrijving geldt alsmede, voor zover van toepassing, het aantal vakken waarvoor de inschrijving geldt, e. de BRIN-code van de cursus waaraan de leerling wordt ingeschreven, en f. of de leerling al dan niet is vrijgesteld van de betaling van cursusgeld. Bewijs van uitschrijving cursussen Het bewijs van uitschrijving bestaat uit twee, wat de in het tweede lid bedoelde gegevens betreft gelijkluidende, delen waarvan, na beëindiging van de inschrijving aan een cursus een deel bestemd is voor de cursusgeldplichtige en het andere deel bestemd is voor de cursus waaraan de leerling is ingeschreven. Het bewijs van uitschrijving bevat in elk geval de in artikel 20, tweede lid onderdelen a en b, genoemde gegevens, de BRIN-code van de cursus waaraan de inschrijving wordt beëindigd en de datum van uitschrijving van de leerling. Beëindiging inschrijving Bij beëindiging van de inschrijving van een leerling wordt terstond door of namens het bevoegd gezag van de cursus een bewijs van uitschrijving als bedoeld in artikel 21, volledig ingevuld en ondertekend. Tevens wordt aan de cursusgeldplichtige het voor hem bestemde deel van het bewijs van uitschrijving verstrekt. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN Inwerkingtreding Dit besluit treedt, met uitzondering van de artikelen 11 tot en met 26, in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 1988 met dien verstande dat het voor het eerst van toepassing is op het cursusjaar 1988–1989. De artikelen 11 tot en met 24 en 26 treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld, met dien verstande dat de inwerkingtreding van de artikelen 19 tot en met 23 tevens verschillend kan worden gesteld voor de onderscheiden categorieën deeltijdopleidingen. Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als «Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet». De artikelen 23 t/m 28 zijn vervallen.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Beschikking van de Minister van Justitie van 18 augustus 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 4 juni 1997, Stb. 260
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in