Beschikking van de Minister van Justitie van 8 april 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten voor varkens en kippen, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 5 december 1996, Stb. 633
A manure producer can ask for the 30% reduction to be left out for a cattle/poultry business, but only if the decision’s conditions are met and the request is filed in time.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 11 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Beschikking van de Minister van Justitie van 8 april 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten voor varkens en kippen, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 5 december 1996, Stb. 633
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Beschikking van de Minister van Justitie van 8 april 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten voor varkens en kippen, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 5 december 1996, Stb. 633
AI-assisted research summary: A manure producer can ask for the 30% reduction to be left out for a cattle/poultry business, but only if the decision’s conditions are met and the request is filed in time.
Staatsblad Beschikking van de Minister van Justitie van 8 april 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten voor varkens en kippen, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 5 december 1996, Stb. 633 Gelet op artikel II van het besluit van 5 december 1996, Stb. 633; de tekst van het Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten voor varkens en kippen, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 5 december 1996, Stb. 633, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. TEKST VAN HET UITVOERINGSBESLUIT 30%-KORTING MESTPRODUCTIERECHTEN VOOR VARKENS EN KIPPEN, ZOALS DIT LAATSTELIJK IS GEWIJZIGD BIJ BESLUIT VAN 5 DECEMBER 1996, STB. 633 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: Meststoffenwet; b. mestproducent: een ieder die door het houden van dieren, uitscharing van rundvee of schapen of tijdelijke onderbrenging ter weiding van schapen elders, dierlijke meststoffen produceert; c. bedrijf: geheel van productie-eenheden bestaande uit één of meer gebouwen of gedeelten daarvan en de daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden; d. afzet in het buitenland: feitelijke aflevering buiten het Nederlandse grondgebied, anders dan ten behoeve van gebruik op in grensgebieden gelegen grond van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde mestproducent die een in Nederland gevestigd bedrijf in stand houdt; e. mestverwerker: persoon, rechtspersoon, of collectief bestaande uit meer personen of rechtspersonen, niet zijnde een mestproducent, die onderscheidenlijk dat een inrichting in werking heeft op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 8.1. van de Wet milieubeheer waarin de geheel of in hoofdzaak van derden afkomstige dierlijke meststoffen op bedrijfsmatige wijze volledig worden be- of verwerkt tot een meststof met een droge-stofgehalte van tenminste 80%, dan wel volledig en onomkeerbaar worden verwerkt tot een product dat niet als meststof kan worden aangemerkt; f. exporteur: persoon, rechtspersoon, of collectief bestaande uit meer personen of rechtspersonen, niet zijnde een mestproducent, die onderscheidenlijk dat een onderneming voert in het kader waarvan alle aan vorenbedoeld persoon, rechtspersoon, of collectief afgeleverde dierlijke meststoffen worden afgezet in het buitenland; g. grondgebonden mestproductierecht: deel van het mestproductierecht overeenkomend met 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; h. Stichting: Stichting Landelijke Mestbank te 's-Gravenhage, kantoorhoudende te Nijkerk; i. Bureau Heffingen: Bureau Heffingen, bedoeld in de krachtens artikel 13, achtste lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling; j. intermediair: persoon, rechtspersoon, of samenwerkingsverband bestaande uit meer personen of rechtspersonen, niet zijnde een mestverwerker, die onderscheidenlijk dat zich jegens derden verplicht in enig kalenderjaar dierlijke meststoffen af te nemen in een grotere hoeveelheid dan hij aan plaatsingsruimte heeft; k. plaatsingsruimte: hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar op de tot het bedrijf behorende oppervlakte grond kan worden gebruikt ingevolge het bepaalde krachtens de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet Bodembescherming en krachtens artikel 1.2 van de Wet milieubeheer, verminderd met de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in het kalenderjaar op het bedrijf wordt geproduceerd en waarvan niet overeenkomstig het Besluit mestbank en mestboekhouding kan worden aangetoond dat zij van het bedrijf is afgevoerd. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt geen rekening gehouden met handelingen waarvan, op grond van de omstandigheid dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad of op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden, moet worden aangenomen dat zij achterwege gebleven zouden zijn indien daarmee niet de toepassing van dit besluit voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk zou worden gemaakt. Regels met betrekking tot het buiten toepassing blijven van de vermindering van 30% van de niet-gebonden mestproductierechten voor varkens en kippen Op een daartoe strekkend verzoek van de betrokken mestproducent kan het hoofd van het Bureau Heffingen beslissen dat ten aanzien van een door de mestproducent gevoerd bedrijf in een bepaald kalenderjaar de vermindering, bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van de wet, buiten toepassing blijft. De vermindering blijft slechts buiten toepassing ten aanzien van een bedrijf dat aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: a. in het betreffende jaar worden uitsluitend dieren van de diersoort kip gehouden; b. ten minste het in artikel 2a bedoelde percentage: 1° van de in het betreffende kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen of, indien het een bedrijf betreft als bedoeld in artikel 4a, 2° van de in een periode van vijftien maanden na de datum van aanvoer van de kippen door die kippen geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen wordt in de vorm van mest met een droge-stofgehalte van ten minste 55% op grond van één of meer mestafzetovereenkomsten afgeleverd aan een exporteur of mestverwerker die deze meststoffen, al dan niet in be- of verwerkte vorm, uitsluitend afzet in het buitenland; c. dierlijke meststoffen die in de in onderdeel b genoemde perioden zijn geproduceerd en niet in het buitenland worden afgezet, worden: 1° overeenkomstig het bepaalde krachtens de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming en krachtens artikel 1.2 van de Wet milieubeheer gebruikt op de tot het bedrijf behorende oppervlakte grond van de betreffende mestproducent, of 2° op grond van één of meer mestafzetovereenkomsten afgeleverd aan een ander bedrijf waar de dierlijke meststoffen kunnen worden gebruikt overeenkomstig het bepaalde krachtens de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming en krachtens artikel 1.2 van de Wet milieubeheer, of 3° op grond van één of meer mestafzetovereenkomsten afgeleverd aan een mestverwerker, of 4° op grond van één of meer mestafzetovereenkomsten afgeleverd aan een intermediair, of 5° gebruikt of afgeleverd door een gecombineerde toepassing van twee of meer van de onderdelen 1° tot en met 4°. Tot 1 januari 2000 wordt, onverminderd de overige voorwaarden van het tweede lid, onderdeel b, aflevering in de vorm van mest met een droge-stofgehalte van ten hoogste 20% mede als een aflevering als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aangemerkt. Indien in enig kalenderjaar de vermindering buiten toepassing is gebleven op grond van aflevering van de in het tweede lid, onderdeel b, onder 2°, bedoelde hoeveelheid dierlijke meststoffen, kan de vermindering in een volgend kalenderjaar niet buiten toepassing blijven op grond van aflevering van de in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde hoeveelheid dierlijke meststoffen. De vermindering blijft slechts buiten toepassing indien aan alle voorwaarden van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt voldaan. Het in artikel 2, tweede lid, bedoelde afleveringspercentage is: – tot en met 31 december 1997: tenminste 60%; – met ingang van 1 januari 1998: tenminste 65%; – met ingang van 1 januari 1999: tenminste 70%; – met ingang van 1 januari 2000: tenminste 75%. Het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt door de mestproducent uiterlijk 30 november van het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft ingediend bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend en waarbij alle in het formulier gevraagde documenten en andere gegevens zijn gevoegd. Bij het verzoek legt de mestproducent de mestafzetovereenkomsten en andere documenten en gegevens over waarmee ten genoegen van het Bureau Heffingen aannemelijk wordt gemaakt dat de in de artikelen 4, tweede lid, en 4a bedoelde en aldaar onderscheiden hoeveelheden dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, binnen de in voornoemde bepalingen onderscheiden termijnen aan de betreffende exporteurs of mestverwerkers kunnen worden afgeleverd, en dat de dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die in de in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, genoemde perioden zijn geproduceerd en niet in het buitenland worden afgezet, overeenkomstig artikel 2, tweede lid, onderdeel c, kunnen worden gebruikt of afgeleverd. Indien de in het tweede lid bedoelde mestafzetovereenkomsten ten behoeve van de mestproducent door een samenwerkingsverband van bedrijven worden gesloten met exporteurs, mestverwerkers, andere bedrijven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°, of intermediairs, kan de mestproducent de daartoe door hem met het samenwerkingsverband gesloten overeenkomsten in de plaats van de in het tweede lid bedoelde mestafzetovereenkomsten overleggen. Artikel 4, derde lid, is in dat geval onverkort van toepassing. Voor de toepassing van het tweede lid wordt de geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen gelijk gesteld met de hoeveelheid kippenmest die in een kalenderjaar ten hoogste mag worden geproduceerd op grond van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, zoals dat op het moment van indiening van voornoemd verzoek bij het Bureau Heffingen zou zijn geregistreerd wanneer de in artikel 14a, eerste lid, van de wet bedoelde vermindering niet in aanmerking wordt genomen, alsmede op grond van het grondgebonden mestproductierecht. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent: a. de bij het in het eerste lid bedoelde verzoek over te leggen documenten en gegevens; b. de vorm, inhoud en geldigheidsduur van de in het tweede lid bedoelde mestafzetovereenkomsten; c. de nadere voorwaarden voor de toepassing van het derde lid en de vorm, inhoud en geldigheidsduur van de in dat lid bedoelde, tussen de mestproducent en een samenwerkingsverband gesloten overeenkomsten; d. de situaties waarin, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de onder b en c bedoelde overeenkomsten tussentijds kunnen of moeten worden gewijzigd of beëindigd en alsdan kunnen of moeten worden vervangen door andere overeenkomsten. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde beslissing wordt uiterlijk op 1 mei van het jaar waarop het aldaar bedoelde verzoek betrekking heeft, genomen. In afwijking van het eerste lid wordt in 1995, 1996 en 1997 het in artikel 2, eerste lid, bedoelde verzoek uiterlijk 1 februari ingediend. De aflevering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, geschiedt overeenkomstig de in artikel 3, tweede en derde lid, bedoelde mestafzetovereenkomsten, dan wel overeenkomstig de in artikel 3, vijfde lid, onderdeel d, bedoelde vervangende overeenkomsten. De aflevering van tenminste 75% van het ingevolge artikel 2a geldende percentage van de in het kalenderjaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, vindt plaats in het kalenderjaar waarop de beslissing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, betrekking heeft. De resterende hoeveelheid dierlijke meststoffen, overeenkomend met ten hoogste 25% van de in de vorige volzin bedoelde hoeveelheid, is uiterlijk 1 april van het daarop volgende jaar afgeleverd. De aflevering geschiedt door de mestproducent rechtstreeks, zonder tussenkomst van andere partijen, aan de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker. Onder rechtstreekse aflevering in de zin van het derde lid wordt mede verstaan, aflevering aan een daartoe door de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker gemachtigde vervoerder. Deze machtiging dient te blijken uit het in het krachtens artikel 9, tweede lid, vastgestelde reglement voorgeschreven CMR-formulier. In het in het vierde lid bedoelde geval worden, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) niet de naam en het adres van de vervoerder in de voor de afnemer bestemde ruimte op het afleveringsbewijs vermeld maar de naam en het adres van de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker. Onze Minister kan voor de toepassing van dit artikel nadere regels stellen welke onder meer betrekking hebben op: a. de aan opslagruimtes te stellen eisen; b. het tijdstip en de wijze van aflevering, waaronder de aan het vervoer en het vervoermiddel te stellen eisen. In afwijking van artikel 4, tweede lid, vindt ten aanzien van de in het derde lid bedoelde bedrijven de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aflevering uiterlijk plaats vijftien maanden na datum van aanvoer van de op het bedrijf gehouden kippen. De aflevering betreft de ingevolge het in artikel 2a bedoelde percentage vereiste hoeveelheid dierlijke meststoffen, voor zover afkomstig van de in de vorige volzin bedoelde periode van vijftien maanden gehouden kippen. In het kalenderjaar waarvoor ten aanzien van de in het derde lid bedoelde bedrijven voor de eerste maal een beschikking als bedoeld in artikel 2, eerste is afgegeven, vindt, indien in dat jaar kippen van het bedrijf worden afgevoerd, de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aflevering uiterlijk plaats vier weken na die afvoerdatum. Deze aflevering betreft de ingevolge het in artikel 2a bedoelde percentage vereiste hoeveelheid dierlijke meststoffen, voor zover afkomstig van de vanaf 1 januari van het in de vorige volzin bedoelde jaar tot de datum van afvoeren van de kippen gehouden kippen. De in het eerste lid bedoelde bedrijven zijn bedrijven die behoren tot bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën en die voldoen aan de daarbij gestelde voorwaarden. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing. De naleving van artikel 4, eerste en tweede lid, wordt door de mestproducent aannemelijk gemaakt met behulp van de gegevens, bedoeld in de bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) gestelde regels, en met behulp van aanvullende gegevens. In zoverre in afwijking van artikel 8, tweede lid, van laatstgenoemd besluit, wordt op het aldaar bedoelde afleveringsbewijs tevens het droge-stofgehalte van de dierlijke meststoffen vermeld. De gegevens, bedoeld in de bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) gestelde regels, worden niet in aanmerking genomen indien deze regels niet, niet tijdig of niet volledig door de betrokkenen zijn nageleefd. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent aanvullende gegevens en bewijsstukken waarmee de naleving van artikel 4, tweede lid, door de mestproducent aannemelijk moet worden gemaakt. Daarbij kan Onze Minister bepalen dat deze aanvullende gegevens geheel of gedeeltelijk in de plaats kunnen treden van de gegevens, bedoeld in de bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) gestelde regels. De exporteur waaraan de aflevering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, geschiedt, zet in het betreffende kalenderjaar zelf de voorraad dierlijke meststoffen van zijn onderneming bij de aanvang van het kalenderjaar en tenminste 75% van de totale in het kalenderjaar aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen in het buitenland af. Uiterlijk 1 april van het daarop volgende jaar is de totale in het betreffende kalenderjaar aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen in het buitenland afgezet. De mestverwerker waaraan de aflevering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, geschiedt, zet in het betreffende kalenderjaar zelf de voorraad dierlijke meststoffen, uitgedrukt in een hoeveelheid kilogrammen fosfaat, afkomstig van bedrijven ten aanzien waarvan beslissingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn genomen, aanwezig in zijn inrichting bij de aanvang van het kalenderjaar en 75% van de totale in het kalenderjaar aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in een hoeveelheid kilogrammen fosfaat, afkomstig van eerdergenoemde bedrijven, in het buitenland af. Uiterlijk 1 april van het daarop volgende jaar is de totale hoeveelheid fosfaat afkomstig van genoemde bedrijven in het buitenland afgezet. De afzet in het buitenland geschiedt door de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker rechtstreeks, zonder tussenkomst van andere partijen. Onder rechtstreekse afzet als bedoeld in het derde lid wordt mede verstaan, afzet door een andere dan de in het eerste lid bedoelde exporteur, indien wordt voldaan aan de krachtens artikel 9, tweede lid, bij reglement vastgestelde regels. Onder rechtstreekse afzet in de zin van het derde lid wordt mede verstaan, afzet door een daartoe door de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker gemachtigde vervoerder. Deze machtiging dient te blijken uit het in het krachtens artikel 9, tweede lid, vastgestelde reglement voorgeschreven CMR-formulier. In het in het vierde lid bedoelde geval worden, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) niet de naam en het adres van de vervoerder in de voor de leverancier bestemde ruimte op het afleveringsbewijs vermeld maar de naam en het adres van de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker. De naleving van dit artikel wordt door de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker aannemelijk gemaakt met behulp van de gegevens, bedoeld in de bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) gestelde regels, en met behulp van aanvullende gegevens. Artikel 5, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Onze Minister kan voor de toepassing van dit artikel nadere regels stellen welke onder meer betrekking hebben op: a. de wijze van aflevering, waaronder de aan het vervoer en het vervoermiddel te stellen eisen; b. aanvullende gegevens en bewijsstukken waarmee de naleving van dit artikel door de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker aannemelijk moet worden gemaakt, waarbij Onze Minister kan bepalen dat deze aanvullende gegevens geheel of gedeeltelijk in de plaats kunnen treden van de gegevens, bedoeld in de bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) gestelde regels. De vaststelling van de omvang van de mestproductie op het bedrijf waarop de beslissing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, betrekking heeft, geschiedt voor het betreffende kalenderjaar overeenkomstig artikel 3 van de Regeling aanwijzing diersoorten en hun mestproductie. Hiertoe wordt door de mestproducent aan alle in laatstgenoemd artikel gestelde voorwaarden voldaan, met dien verstande dat de in onderdeel p van dat artikel bedoelde melding uiterlijk tegelijk met de indiening van het in artikel 3, eerste lid, bedoelde verzoek geschiedt. In afwijking van het eerste lid, wordt voor de vaststelling of in strijd is gehandeld met de artikelen 14, 14b en 14c van de wet en voor de vaststelling of in strijd is gehandeld met de artikelen 2, 3, 4, 9, zesde lid, en 11, eerste en derde lid, van de Wet verplaatsing mestproductie, de omvang van de mestproductie vastgesteld overeenkomstig artikel 2 van de Regeling aanwijzing diersoorten en hun mestproductie. In het kalenderjaar waarop de beslissing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, betrekking heeft, kunnen geen kennisgevingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet verplaatsing mestproductie worden gedaan, voorzover met deze kennisgeving beoogd wordt een verplaatsing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van eerdergenoemde wet, van mestproductierechten voor varkens en kippen, afkomstig van het bedrijf waarop de beslissing betrekking heeft. De exporteurs, mestverwerkers en samenwerkingsverbanden, bedoeld in dit besluit, moeten zijn erkend door de Stichting. In een door de Stichting vast te stellen reglement als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel e, van de wet, worden regels gesteld omtrent de erkenning van exporteurs, mestverwerkers en samenwerkingsverbanden alsmede alle daarmee samenhangende onderwerpen in de ruimste zin. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de in de eerste volzin genoemde onderwerpen. De in het tweede lid bedoelde regels betreffen onder meer: a. de eisen met betrekking tot de erkenningsaanvraag en de daarbij over te leggen gegevens, waaronder een werkplan met betrekking tot de in het kalenderjaar waarop de erkenningsaanvraag betrekking heeft te ondernemen activiteiten, en de termijn van indiening van een zodanige aanvraag; b. een door de exporteurs en mestverwerkers bij de erkenningsaanvraag over te leggen mestafzetplan, dat is onderbouwd door mestafzetovereenkomsten welke zijn gesloten met in het buitenland gevestigde afnemers, waarmee de tijdige afzet in het buitenland van de overeenkomstig de mestafzetovereenkomsten, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van mestproducenten af te nemen dierlijke meststoffen, al dan niet in be- of verwerkte vorm, aannemelijk dient te worden gemaakt; c. de wijze van bedrijfs- en administratievoering door de exporteurs en mestverwerkers; d. de eisen met betrekking tot de kwaliteit van de in het buitenland af te zetten dierlijke meststoffen; e. de wijze waarop moet worden gegarandeerd dat, bij tijdelijke of definitieve beëindiging van de activiteiten van de onderneming van de exporteur, dan wel van de inrichting van de mestverwerker, diens verplichtingen tot afname van dierlijke meststoffen en afzet van deze meststoffen in het buitenland worden overgenomen door andere exporteurs dan wel mestverwerkers; f. de eisen met betrekking tot de opslag bij de exporteur of mestverwerker; g. de vaststelling van de in artikel 6 bedoelde voorraad; h. de eisen waaraan de samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 3, derde lid, moeten voldoen; i. de duur van de erkenning; j. de gevallen waarin de erkenning tussentijds wordt ingetrokken en de gevolgen van een zodanige intrekking. Indien ten aanzien van een bedrijf waarop de beslissing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, betrekking heeft, de voorwaarden gesteld bij of krachtens de artikelen 2, tweede en derde lid, 2a, 3, 4, 4a, 5, 8 en 9, eerste en tweede lid, niet of niet volledig worden nageleefd, kan, tenzij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij anders bepaalt, gedurende 1 jaar na het kalenderjaar waarin de niet of niet volledige naleving is geconstateerd, geen verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden ingediend, indien dit afkomstig is van de mestproducent wiens bedrijf het betreft dan wel indien dit een bedrijf betreft dat in het betreffende jaar in stand werd gehouden. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de aflevering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, geschiedt aan een exporteur of mestverwerker die de voorwaarden gesteld bij of krachtens artikel 6 niet of niet volledig naleeft. Regels met betrekking tot de omzetting van mestproductierechten voor varkens en kippen in mestproductierechten voor (een) andere diersoort(en) en doorhaling gegevens betreffende niet-gebonden mestproductierechten Op verzoek van de mestproducent wordt, overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit, het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, zoals dit ten aanzien van zijn bedrijf geldt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 14a, eerste lid, van de wet, geheel of gedeeltelijk vervangen door een niet-gebonden mestproductierecht voor (een) andere diersoort(en). Na de in het eerste lid bedoelde vervanging worden de ten aanzien van het betreffende bedrijf geregistreerde gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet, betreffende de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van de diersoort varken of kip, alsmede de gegevens betreffende de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van de betreffende andere diersoort(en), geheel doorgehaald. Indien het te vervangen niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen ingevolge de artikelen 3 tot en met 6 van de Regeling vaststelling omvang verplaatsbare mestproductie niet-verplaatsbaar is, is indien het in het eerste lid bedoelde vervangende niet-gebonden mestproductierecht een niet-gebonden mestproductierecht voor rundvee en kalkoenen betreft, dit vervangende recht eveneens niet-verplaatsbaar. Het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen dat voor de in artikel 11, eerste lid, bedoelde vervanging in aanmerking komt is in omvang ten hoogste gelijk aan een hoeveelheid dierlijke meststoffen, overeenkomend met de in 1991, 1992 of 1993 gerealiseerde mestproductie van de in genoemd artikel betreffende andere diersoort(en). De in het eerste lid bedoelde gerealiseerde mestproductie wordt slechts in aanmerking genomen voorzover: a. deze plaatsvond met benutting van het in artikel 11, eerste lid, bedoelde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, dat is verminderd met een hoeveelheid dierlijke meststoffen die overeenkomt met de in het overeenkomstig artikel 13, tweede lid, gekozen peiljaar gerealiseerde mestproductie afkomstig van varkens en kippen en b. deze niet plaatsvond met benutting van het op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 14a, eerste lid, van de wet, krachtens de Wet verplaatsing mestproductie geregistreerde grondgebonden mestproductierecht en c. deze niet plaatsvond met benutting van het onder b bedoelde krachtens de Wet verplaatsing mestproductie geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor de in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere diersoort(en) en d. deze gelijk is aan of lager is dan de in artikel 14 van de wet vastgelegde maximaal toegestane mestproductie en e. deze gelijk is aan of lager is dan het in artikel 11, eerste lid, bedoelde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen. De in artikel 12 bedoelde gerealiseerde mestproductie wordt bepaald aan de hand van de krachtens de artikelen 8 tot en met 13 van de wet inzake de aangiften voor de overschotheffing voor de in het eerste lid bedoelde jaren opgegeven aantallen dieren of toegepaste correcties. Bij de bepaling van de gerealiseerde mestproductie kan de belanghebbende uit één van de in artikel 12, eerste lid, bedoelde jaren het jaar kiezen waarin deze mestproductie het grootst was. De vaststelling van de gerealiseerde mestproductie geschiedt onder toepassing van artikel 2 van de Regeling aanwijzing diersoorten en hun mestproductie. Indien voor één of meer van de in het eerste lid bedoelde jaren geen aangifte als bedoeld in het tweede lid is gedaan, wordt voor de toepassing van dit besluit voor het betrokken jaar of, in voorkomend geval, de betrokken jaren de in het eerste lid bedoelde gerealiseerde mestproductie bepaald op 0 kilogram fosfaat. Na inwerkingtreding van dit besluit bij Bureau Heffingen ingediende aangiften of verzoeken tot correctie van reeds ingediende aangiften worden voor de toepassing van dit besluit niet in aanmerking genomen. Na vervanging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, bedraagt het niet-gebonden mestproductierecht voor de betreffende andere diersoort(en) ten hoogste de som van de hoeveelheid dierlijke meststoffen overeenkomend met het reeds vóór de vervanging voor het bedrijf van de betreffende mestproducent geldende niet-gebonden mestproductierecht voor die andere diersoort(en), en de hoeveelheid dierlijke meststoffen overeenkomend met de overeenkomstig de artikelen 12 en 13 bepaalde gerealiseerde mestproductie van die andere diersoort(en). Na vervanging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, bedraagt het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen ten hoogste een hoeveelheid dierlijke meststoffen overeenkomend met het in artikel 11, eerste lid, bedoelde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, verminderd met een hoeveelheid dierlijke meststoffen overeenkomend met de overeenkomstig de artikelen 12 en 13 bepaalde gerealiseerde mestproductie van de aldaar bedoelde andere diersoort(en). Indien ten aanzien van het bedrijf waarop het in artikel 11, eerste lid, bedoelde verzoek betrekking heeft, de ingevolge artikel 14 van de wet maximaal toegestane mestproductie van varkens en kippen na 31 december 1990 en vóór 1 januari 1994 is toegenomen door toepassing van het bepaalde bij of krachtens de wet, komt, in afwijking van artikel 12 het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, zoals dit geldt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 14a, eerste lid, van de wet, geheel in aanmerking voor vervanging als bedoeld in artikel 11, eerste lid. Indien ten aanzien van het bedrijf waarop het in artikel 11, eerste lid, bedoelde verzoek betrekking heeft, de ingevolge artikel 14 van de wet en de Wet verplaatsing mestproductie maximaal toegestane mestproductie van varkens en kippen na 1 januari 1994 is toegenomen door toepassing van het bepaalde bij of krachtens de Wet verplaatsing mestproductie, vindt de in artikel 11, eerste lid, bedoelde vervanging alsmede de artikel 11, tweede lid, bedoelde doorhaling niet plaats. Het in artikel 11, eerste lid, bedoelde verzoek wordt bij het Bureau Heffingen uiterlijk een maand na inwerkingtreding van dit besluit ingediend, met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend. Op verzoek van de mestproducent worden de ten aanzien van zijn bedrijf geregistreerde gegevens betreffende de voor zijn bedrijf ingevolge artikel 14 van de wet maximaal toegestane mestproductie geheel of gedeeltelijk doorgehaald. Na gehele doorhaling is het in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplaatsing mestproductie bedoelde niet-gebonden mestproductierecht van het bedrijf nihil. Bij gedeeltelijk doorhaling neemt het in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplaatsing mestproductie bedoelde niet-gebonden mestproductierecht van het bedrijf af met de door de mestproducent aangegeven hoeveelheid. Gedeeltelijk doorhaling vindt slechts plaats in de gevallen en onder de voorwaarden die bij ministeriële regeling zijn bepaald. Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt ingediend bij het Bureau Heffingen met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend. Slotbepalingen Indien in dit besluit geregelde onderwerpen in het belang van een goede invoering en uitvoering van het besluit nadere regeling behoeven, kan Onze Minister zodanige regels stellen. Dit besluit vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet houdende wijziging van de Meststoffenwet van 19 mei 1994, Stb. 635, in werking treedt. Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten voor varkens en kippen.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Beschikking van de Minister van Justitie van 8 april 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten voor varkens en kippen, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 5 december 1996, Stb. 633
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in