Besluit van 1 december 1997, houdende regelen ter uitvoering van Titel Va van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit)
This provision sets rules for gaming machines, including licensing, model approval, fees, technical requirements, and exceptions for certain machines.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 11 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 1 december 1997, houdende regelen ter uitvoering van Titel Va van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 1 december 1997, houdende regelen ter uitvoering van Titel Va van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit)
AI-assisted research summary: This provision sets rules for gaming machines, including licensing, model approval, fees, technical requirements, and exceptions for certain machines.
Staatsblad Besluit van 1 december 1997, houdende regelen ter uitvoering van Titel Va van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit) Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 14 oktober 1997, nr. 97061867 WJA/W; Gelet op de artikelen 30a, 30c, tweede, derde en vierde lid, 30d, derde lid, 30g, derde lid, 30i, eerste en tweede lid, 30j, derde lid, 30k, eerste lid, onder a, 30n, 30o, derde en vierde lid, 30r, vierde lid, en 30u, derde lid, van de Wet op de kansspelen; De Raad van State gehoord (advies van 6 november 1997, nr. W10.97.0666); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 25 november 1997, nr. 97071669 WJA/W; Inleidende bepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: de Wet op de kansspelen; b. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken; c. keuringsinstelling: de krachtens artikel 17a van dit besluit aangewezen instelling; d. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan: 1°. het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur of het recht op gratis spellen en 2°. het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt; e. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is; f. aanwezigheidsvergunning: de in artikel 30b van de wet bedoelde vergunning voor het aanwezig hebben van een of meer speelautomaten; g. exploitatievergunning: de in artikel 30h, eerste lid, van de wet bedoelde vergunning voor het exploiteren van speelautomaten. De artikelen 30b, 30h, eerste lid, 30m en 30t, eerste en tweede lid, van de wet zijn niet van toepassing op behendigheidsautomaten die zonder enige inworp door de speler in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies. De artikelen 30m en 30t, eerste lid, onder a, van de wet zijn niet van toepassing op: a. speelautomaten die op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke eigenschappen bijzondere waarde hebben; b. speelautomaten die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer; c. kansspelautomaten die zonder enige inworp door de speler in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies. Artikel 30m van de wet is niet van toepassing op speelautomaten die zijn bestemd om als model voor toelating te worden aangeboden. De artikelen 30m en 30t, eerste lid, onder a, zijn niet van toepassing op speelautomaten, die behoren tot door Onze Minister aangewezen typen van speelautomaten, bestemd om op kermissen te worden gebruikt, en die zodanig zijn ingericht, dat het bespelen ervan niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van premies, waardebonnen of penningen, die een waarde vertegenwoordigen van meer dan het veertigvoud van de inzet per spel of van geldprijzen. De artikelen 30b, 30h, eerste lid, en 30t, eerste lid, onder b en c, zijn niet van toepassing voor zover het betreft speelautomaten als bedoeld in het eerste lid, die op kermissen staan opgesteld. Aanwezigheidsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 3, tweede lid, kan een vergunning voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten alleen worden verleend met betrekking tot de in artikel 30c, eerste lid, onder a, b en c, van de wet bedoelde inrichtingen. Als inrichtingen waar het aanwezig hebben van kansspelautomaten niet is toegestaan worden aangewezen inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, van de wet, die deel uitmaken van sportcomplexen of dorps- of buurthuizen, van welke inrichtingen de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen beneden de leeftijd van 16 jaar. Artikel 30b van de wet is niet van toepassing op het aanwezig hebben van: a. behendigheidsautomaten op kermissen, ook indien zij niet behoren tot ingevolge artikel 3, eerste lid, aangewezen typen van speelautomaten; b. speelautomaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen, uitsluitend ten behoeve van het verkopen daarvan of van het krachtens een exploitatievergunning in gebruik geven daarvan aan anderen ten behoeve van de uitoefening van hun bedrijf. De leges voor het afgeven van een aanwezigheidsvergunning, die geldt voor een tijdvak van twaalf maanden, bedragen: a. indien de vergunning voor één speelautomaat geldt, ten hoogste f 125; b. indien de vergunning voor twee of meer speelautomaten geldt, ten hoogste f 50, vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt, en een bedrag van ten hoogste f 75. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden doch ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de in het eerste lid bedoelde maximumbedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat voor de toepassing van onderdeel a in plaats van f 125 een bedrag van f 500 en voor de toepassing van onderdeel b in plaats van f 50 een bedrag van f 200 en in plaats van f 75 een bedrag van f 300 geldt. De vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer speelautomaten in een speelcasino kan uitsluitend worden verleend aan de krachtens artikel 27h, eerste lid, van de wet aangewezen rechtspersoon. De vergunning wordt ingetrokken indien niet de vergunning van kracht is, die ingevolge artikel 27h, eerste lid, van de wet tot het organiseren van een speelcasino is vereist. In de vergunning worden voorschriften gegeven, welke gelden als voorwaarden tot toelating van het model van de kansspelautomaten, bestemd voor opstelling in speelcasino's. De artikelen 13 en 14 zijn van toepassing. Exploitatievergunning De aanvrager van een exploitatievergunning dient bij de aanvraag gegevens te verstrekken betreffende zijn onderneming en de personen, die met de dagelijkse leiding van de onderneming zijn belast, alsmede over de in artikel 10 bedoelde faciliteiten. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van een formulier, waarvan Onze Minister het model vaststelt. Bij de indiening van de aanvraag van een exploitatievergunning is een vergoeding verschuldigd van f 4 000. De aanvrager van een exploitatievergunning moet de beschikking hebben over een werkplaats met een oppervlakte van ten minste 35 m2 en over testapparatuur en overige gereedschappen, nodig voor onderhoud en reparatie van speelautomaten, dan wel permanent de mogelijkheid hebben een derde in te schakelen die over dergelijke faciliteiten beschikt. De houder van een exploitatievergunning is jaarlijks een bedrag verschuldigd van f 1000, voor de eerste maal te voldoen bij de verlening van de exploitatievergunning. Toelating van speelautomaten Op het model van een speelautomaat dient op een voor de speler zichtbare plaats en op een voor hem duidelijke wijze informatie gegeven te worden met betrekking tot de wijze waarop het spel gespeeld wordt, het spelverloop en de mogelijke spelresultaten. Tekens, voorstellingen of opschriften op het model van een speelautomaat, die de winstmogelijkheden aangeven, mogen niet misleidend zijn of anderszins aanleiding kunnen geven tot misvatting. Het model van een speelautomaat moet zo sterk en duurzaam zijn dat het bij blootstelling aan storingen of beïnvloeding van buitenaf blijft voldoen aan de voorschriften, bij of krachtens dit besluit gegeven. Het model van een speelautomaat moet zodanig geconstrueerd zijn dat: a. het spelproces slechts beïnvloed kan worden met behulp van in het kader van dat proces aan de speler geboden middelen; b. ingeval één of meer karakteristieke eigenschappen van het model gewijzigd worden, dit een zodanige wijziging van het model ten gevolge heeft dat het niet meer overeenstemt met het toegelaten model. Met betrekking tot de in het eerste en tweede lid geregelde onderwerpen kan Onze Minister nadere regels stellen. Het model van een kansspelautomaat moet zodanig zijn geconstrueerd dat: a. het toevalskarakter van het spel dat de speelautomaat aanbiedt voortdurend gewaarborgd is; b. structurele weigering van het uitbetalingsmechanisme de automaat buiten werking stelt; c. het spelproces in werking wordt gesteld doordat of nadat, al naar gelang de spelsoort, de speler de inworp heeft gedaan; d. de inworp slechts gedaan kan worden in de vorm van geldige Nederlandse munten; e. de inzet per spel ten hoogste f 0,25 bedraagt; f. de totale waarde van de aan spelers uit te keren prijzen ten minste gelijk is aan 60% van de totale waarde van de inzetten; g. de speler gemiddeld per uur niet meer verlies kan lijden dan f 50; h. de tijd die verstrijkt tussen de start van het spel en het moment, waarop het eindresultaat van dat spel vaststaat en tevens een nieuw spel gestart kan worden, ten minste drie seconden bedraagt; i. het spelproces, nadat het in werking is gesteld, kan verlopen zonder beïnvloeding door de speler, anders dan nodig is voor het maken van de keuze tussen beëindiging en onbeïnvloede voortzetting van het spel; j. de uitbetaling van prijzen slechts kan plaatsvinden in de vorm van Nederlandse munten en door middel van een uitbetalingsmechanisme; k. indien een kredietmeter aanwezig is, deze de omvang van een gewonnen prijs onmiddellijk door middel van de kredietmeter toont en de uitbetaling plaatsvindt zodra de speler het uitbetalingsmechanisme in werking stelt; l. indien geen kredietmeter aanwezig is, een gewonnen prijs onmiddellijk ter beschikking van de speler wordt gesteld; m. de som van de waarde aan prijzen, die in één spel gewonnen kan worden en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op prijzen die in datzelfde spel ontstaan, doch slechts benut kunnen worden in latere spellen, niet meer kan bedragen dan 200 maal de inzet; n. per spel niet meer uitgekeerd kan worden aan prijzen dan een waarde van 200 maal de inzet; o. in een periode van 100 uren voortdurende bespeling ten hoogste 10 maal een periode van 5 uren voorkomt, die op een geheel uur binnen de periode van 100 uren aanvangt, en waarin de speler een winst behaalt die, gemeten over die 5 uren, gemiddeld per uur hoger is dan f 60 of een verlies lijdt dat, gemeten over die 5 uren, gemiddeld per uur hoger is dan f 130. Met betrekking tot de in het eerste lid geregelde onderwerpen kan Onze Minister nadere regels stellen. Artikel 15 is niet van toepassing op kansspelautomaten, bestemd voor opstelling in speelcasino's. Het model van een behendigheidsautomaat moet zodanig zijn geconstrueerd dat: a. het spelproces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt; b. geen onderdelen aanwezig zijn, die functioneren of kunnen functioneren als een mechanisme voor de uitkering van prijzen dan wel die indruk wekken. Met betrekking tot de in het eerste lid geregelde onderwerpen kan Onze Minister nadere regels stellen. Onze Minister wijst een instelling aan die is belast met het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat. Van een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Met de in het eerste lid bedoelde instelling wordt gelijkgesteld een onafhankelijke instelling in een lid-staat van de Europese Unie dan wel een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welke instelling voldoet aan de kwaliteitsnorm voor testlaboratoria EN 45004 of een daaraan gelijkwaardige norm. Deze instelling neemt bij het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften in acht. Aanvragen om toelating van een model van een speelautomaat worden ingediend bij de keuringsinstelling. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van een formulier waarvan Onze Minister het model vaststelt. De aanvraag dient vergezeld te gaan van twee afschriften van de in artikel 30o, tweede lid, van de wet bedoelde tekeningen en beschrijving. Bij de indiening van de aanvraag is een vergoeding verschuldigd van f 30 000, indien de aanvraag het model van een kansspelautomaat betreft, en van f 650, indien de aanvraag het model van een behendigheidsautomaat betreft. De vergoeding die verschuldigd is bij de aanvraag om toelating van het model wordt verminderd, indien de aard en de omvang van de werkzaamheden, verbonden aan het onderzoek van het model, daartoe naar het oordeel van de keuringsinstelling aanleiding geven. De aanvrager van de toelating van het model van een speelautomaat doet de keuringsinstelling op haar verzoek het model van de speelautomaat toekomen. De aanvrager van de toelating van het model van een speelautomaat stelt de keuringsinstelling in de gelegenheid het aantal met het model overeenstemmende speelautomaten of onderdelen daarvan te onderzoeken, dat naar haar oordeel voor een deugdelijk onderzoek met het oog op de toelating nodig is. De aanvrager van de toelating van een model van een speelautomaat stelt de keuringsinstelling op haar verzoek alle hulpmiddelen, faciliteiten en informatie ter beschikking, die voor het onderzoek noodzakelijk zijn. De keuringsinstelling kan het onderzoek weigeren of voortijdig beëindigen, indien de aanvrager niet voldoet aan de verplichtingen, voortvloeiende uit het bij of krachtens het onderhavige artikel bepaalde dan wel blijkt dat het model niet voldoet aan de eisen, vervat in het Warenwetbesluit elektrotechnische produkten. Het met betrekking tot een toegelaten model vastgestelde merkteken moet op naar dat model vervaardigde speelautomaten zodanig worden aangebracht, dat het voor een speler zichtbaar is en niet verwijderd kan worden zonder de speelautomaat te beschadigen of het merkteken te vernietigen of te beschadigen. De houder van een aanwezigheidsvergunning dient op de plaats, waar hij een speelautomaat aanwezig heeft, het bij die speelautomaat behorende merktekenbewijs voorhanden te hebben en dit merktekenbewijs aan ambtenaren en andere personen, belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde, op een verzoek daartoe, te tonen en ter inzage te geven. De houder van de toelating van een model dient aan ambtenaren en andere personen, belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde, op een verzoek daartoe het afschrift van de verklaring van toelating te tonen en ter inzage te geven. Toegangs- en toelatingseisen voor speelautomatenhallen Artikel 30u, eerste en tweede lid, van de wet is niet van toepassing met betrekking tot: a. speelautomatenhallen waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld; b. van een speelautomatenhal deel uitmakende, afgescheiden ruimten, waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld en welke men binnengaat of verlaat zonder de overige ruimten van de speelautomatenhal te betreden. Slotbepalingen Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de krachtens het Speelautomatenbesluit (Stb. 1986, 589) vastgestelde regels en andere besluiten op dit besluit. Het Speelautomatenbesluit (Stb. 1986, 589) wordt ingetrokken. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Dit besluit wordt aangehaald als: Speelautomatenbesluit. Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Economische Zaken. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 13 januari 1998, nr. 7. NOTA VAN TOELICHTING Dit besluit strekt tot vervanging van het besluit van 24 november 1986, houdende regelen ter uitvoering van Titel Va van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit). Het ontwerp van dat besluit werd niet genotificeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 83/189/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG L 109). Om alsnog aan de verplichting tot notificatie te voldoen is dit besluit in ontwerp aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen genotificeerd en moest het besluit op nationaal niveau opnieuw de wetgevingsprocedure doorlopen (zie ook kamerstukken 1996/97, 25 389). Voor een toelichting op de achtergronden van dit besluit verwijs ik naar de toelichtingen bij het oorspronkelijke besluit (zie Stb. 1986, 589) en de belangrijkste wijziging daarvan (zie Stb. 1994, 220). Verder is het oorspronkelijke besluit aangepast in verband met de privatisering van de dienst van het IJkwezen (Stb. 1989, 114), de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1993, 399) en met betrekking tot speelautomaten bestemd voor opstelling in speelcasino's (Stb. 1995, 595). De tekst van het besluit is identiek aan de tekst van het oorspronkelijke Speelautomatenbesluit, voor zover het gaat om de artikelen 1 tot en met 21 van het besluit. Een uitzondering daarop vormt artikel 17a, waaraan een derde lid is toegevoegd (erkenning binnen- en buitenlandse keuringsinstellingen). Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in artikel 19, vierde lid, van het besluit een verwijzingsfout (zonder inhoudelijke gevolgen) te verbeteren (het Elektriciteitsbesluit 1976 is daarbij vervangen door het Warenwetbesluit elektrotechnische produkten). In de artikelen 22 tot en met 25 van het oorspronkelijke Speelautomatenbesluit waren overgangsbepalingen opgenomen die in dit besluit niet zijn overgenomen, omdat zij inmiddels zijn uitgewerkt. Om verwarring te voorkomen zijn de citeertitel en de artikelnummering (de artikelen 1 tot en met 21) intact gelaten. Dit betekent dat artikelnummer 11 is «overgeslagen», omdat dat artikel reeds eerder was vervallen. Nieuw zijn de – wetstechnische – artikelen 22 tot en met 25 van het besluit. Het besluit is op 30 juli 1997 in ontwerp gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van de eerdergenoemde richtlijn nr. 83/189/EEG. Het is op 12 september 1997 tevens gemeld aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie, ter voldoening aan artikel 2, negende lid, van het op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen verdrag inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235). Een hiermee verband houdende aankondiging van het ontwerp-besluit is gepubliceerd in Stcrt. 1997, 193. Ter voldoening aan artikel 30aa, tweede lid, van de Wet op de kansspelen is het ontwerp-besluit al eerder bekend gemaakt in Stcrt. 1997, 154. De twee bovengenoemde notificaties zijn noodzakelijk, aangezien het besluit vermoedelijk technische voorschriften bevat in de zin van richtlijn 83/189/EEG, zoals gewijzigd. Indicatief kunnen als technische voorschriften worden aangewezen de artikelen 3 tot en met 5 en 13 tot en met 20. Voor zover het besluit kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking in de zin van artikel 30 EG-Verdrag bevat, worden deze maatregelen naar het oordeel van de regering gerechtvaardigd ter bescherming van de volksgezondheid en uit een oogpunt van sociaal beleid en fraudebestrijding. Aan het organiseren van kansspelen kleven immers bezwaren waartegen met name zwakkere groepen in de samenleving moeten worden beschermd. De mate waarin, alsmede de wijze waarop bepaalde vormen van kansspelen in de lid-staten zijn toegelaten, vinden hun oorsprong in verschillende sociaal-economische en bestuurlijke opvattingen. Er is hier sprake van een situatie waarin de lid-staat, om redenen die betrekking hebben op het algemeen belang, het plaatsen van gokautomaten voor gebruik door het publiek heeft beperkt. In het besluit is gestreefd naar een evenwicht tussen de verschillende uitgangspunten van de wet. Enerzijds dienen de bepalingen de speler zo goed mogelijk te beschermen tegen onaanvaardbaar hoge verliezen en gokverslaving en anderzijds dienen de exploitanten voldoende ruimte te hebben om de speler aantrekkelijke producten aan te kunnen bieden. Hierbij hanteert de regering, om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de Nederlandse situatie, een afgewogen stelsel van voorschriften bij de toelating van speelautomaten op de Nederlandse markt. Deze voorschriften worden op non-discriminatoire wijze toegepast op in Nederland en in andere landen vervaardigde speelautomaten. Aan dit stelsel zou afbreuk worden gedaan als zonder nadere toetsing speelautomaten zouden worden geaccepteerd die in andere EU-landen zijn toegelaten in het kader van de aldaar geldende sociaal-economische en bestuurlijke opvattingen op het gebied van kansspelen, en bijvoorbeeld voor een geheel andersoortige opstelplaats zijn bestemd. Van het verbod op het vervaardigen, invoeren en in de handel brengen van speelautomaten zijn uitgezonderd speelautomaten die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer. In artikel 17a, derde lid, van het besluit is een erkenningsregeling opgenomen voor binnen- en buitenlandse keuringsinstellingen. Met de in artikel 17a, eerste lid, bedoelde instelling (NMi) wordt gelijkgesteld een onafhankelijke binnen- of buitenlandse keuringsinstelling die voldoet aan de kwaliteitsnorm voor testlabaratoria EN 45004 of een daaraan gelijkwaardige norm. Dat een keuringsinstelling aan een dergelijke norm voldoet, dient wel aannemelijk gemaakt te worden. Deze instelling zal moeten toetsen aan de hand van vastgestelde regels omtrent de keuring en tevens de vastgestelde voorschriften omtrent de onderlinge informatieverschaffing in acht moeten nemen. Het gaat hierbij niet alleen om de aan het model van een speelautomaat gestelde eisen, maar ook om de keuringsmethodiek. Dit om te bereiken dat een zoveel mogelijk eenduidige keuringspraktijk wordt gehanteerd. Van de Commissie van de Europese Gemeenschappen is, naar aanleiding van de eerder vermelde notificatie van het ontwerp-besluit, een opmerking ontvangen omtrent de reikwijdte van de in artikel 17a, derde lid, van het besluit opgenomen bepaling inzake wederzijdse erkenning van andere in een lid-staat van de EU gevestigde onderzoeksinstellingen. Deze opmerking is verwerkt door de tekst van het genoemde artikellid zodanig aan te passen dat de wederzijdse erkenning nu tevens betrekking heeft op instellingen die voldoen aan een aan de kwaliteitsnorm EN 45004 gelijkwaardige norm. Overigens zijn geen reacties van lid-staten dan wel van leden van de Wereld Handelsorganisatie ontvangen. Laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 (PbEG L 100). Een bijgewerkte integrale tekst van de richtlijn is gepubliceerd in PbEG 1997, C 78.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 1 december 1997, houdende regelen ter uitvoering van Titel Va van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in