Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief [KetenID WGK014517]
Verify source ↗ AI-assisted research summary: Workers paid no more than €36 per hour for work done for another person are presumed to be working under an employment contract, unless the other person is a natural person acting outside a business or profession.
Staatsblad Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief [KetenID WGK014517] Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A B 1. Hij die ten behoeve van een ander tegen een beloning door die ander van ten hoogste € 36,– per uur, arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst. 2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gewijzigd op de wijze als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Het bedrag wordt daarbij naar boven afgerond op gehele euro’s. Bij de wijziging wordt uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. 3. Dit artikel is niet van toepassing indien de ander een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2. Voor de eerste toepassing na inwerkingtreding van deze wet wordt, in afwijking van het in artikel I, onderdeel B, voorgestelde artikel 610aa van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek, eerste lid, bij ministeriële regeling het toepasselijke bedrag gegeven. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 783