Wet van 8 april 2016 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht
Schools must keep education quality in order, maintain a school plan and pupil tracking tests for language and math, and parents must be informed within four weeks if the inspectorate says education is very weak.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 20 May 2016
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 8 april 2016 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 8 april 2016 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht
AI-assisted research summary: Schools must keep education quality in order, maintain a school plan and pupil tracking tests for language and math, and parents must be informed within four weeks if the inspectorate says education is very weak.
Staatsblad Wet van 8 april 2016 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: 0A 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder: de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt, de representativiteit van het instrument, en de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet. 0B Het leerling- en onderwijsvolgsysteem bevat toetsen die kennis en vaardigheden van de leerling meten in elk geval op het terrein van de Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. A Kwaliteit onderwijs Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 12, vierde lid. B Zeer zwak onderwijs 1. De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten op de school aan het eind van het zevende of het achtste schooljaar op groepsniveau ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 10, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is. 2. Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien op de school de leerresultaten op het gebied van de Nederlandse taal en op het gebied van rekenen en wiskunde, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de in het vierde lid bedoelde normering die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van scholen met een vergelijkbaar leerlingenbestand.. 4. Indien de leerresultaten van de school niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vijfde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 4c, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid. C Schoolplan 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval: de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs, de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma, het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 4c. Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt tevens het schoolondersteuningsprofiel betrokken. 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval: het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden, het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 30, de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, en het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel. 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor: het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 8, zesde lid, en het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn. Ca de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 12, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen. D Informeren ouders bij zeer zwak onderwijs 1. Indien de inspectie in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, tot het oordeel is gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport, welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport. E F G zeer zwak onderwijs. heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en heeft de inspectie Onze Minister meegedeeld dat het bevoegd gezag naar aanleiding van dit onderzoek niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel dat uit het onderzoek naar de verbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht blijkt dat sprake is van onvoldoende verbeteringen;. OA 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder: de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt, de representativiteit van het instrument, en de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet. A Kwaliteit onderwijs Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 15, vierde lid. B Schoolplan 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval: de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs, de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma, het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 6a. Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid worden tevens de voorzieningen betrokken die zijn getroffen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval: het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden, de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, en het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel. 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor: het bewaken dat een ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen mogelijk wordt gemaakt en dat het onderwijs wordt afgestemd op de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 10, vierde lid, het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn, en het vorm geven aan de uitwerking van het eilandelijk zorgplan, bedoeld in artikel 27. Ba de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 15, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen. C D 0A 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder: de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt, de representativiteit van het instrument, en de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet. 0B Het leerling- en onderwijsvolgsysteem bevat toetsen die kennis en vaardigheden van de leerling meten ten minste op het terrein van de Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. A Kwaliteit onderwijs Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 21, vierde lid. Aa Zeer zwak onderwijs De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 5a, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid. B Schoolplan 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval: de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs, de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma, het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 5a. Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt tevens het schoolondersteuningsprofiel betrokken. 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval: het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden, de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel, het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 30, en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid. 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor: het bewaken dat de leerling een ononderbroken ontwikkelingsproces kan doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 11, zevende lid, en het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn. Ba de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 21, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen. C Informeren ouders bij zeer zwak onderwijs 1. Indien de inspectie op basis van een onderzoek als bedoeld in artikel 11 of artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht, in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van genoemde wet, tot het oordeel is gekomen dat sprake is van zeer zwak onderwijs, bedoeld in artikel 19a, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport, welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport. D 00A 2. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. 0A 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder: de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt, de representativiteit van het instrument, en de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet. A Kwaliteit onderwijs Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 24, vierde lid. B Zeer zwak onderwijs 1. De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs, het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het voorbereidend beroepsonderwijs, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de theoretische leerweg en de gemengde leerweg, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de basisberoepsgerichte leerweg dan wel het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de kaderberoepsgerichte leerweg ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 23a, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is. 2. Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien in de schoolsoort dan wel de leerweg, bedoeld in het eerste lid, de gemiddelde eindexamenresultaten en het doorstroomrendement, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de normering, bedoeld in het vierde lid, die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van dezelfde schoolsoorten of dezelfde leerwegen met een vergelijkbaar leerlingenbestand 3. Indien de leerresultaten van het onderwijs niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vierde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien het bevoegd gezag ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het bevoegd gezag dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 3b, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop leerresultaten worden gemeten. Voorts wordt de normering, bedoeld in het tweede lid, bepaald en de aard en het aantal van de gegevens die ten minste beschikbaar moeten zijn. 5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. C Informeren ouders bij zeer zwak onderwijs 1. Indien de inspectie in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, tot het oordeel is gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 23a1, eerste of derde lid, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport. D Schoolplan 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval: de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs, de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma, het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 3b. Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt tevens het schoolondersteuningsprofiel betrokken. 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval: het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden, de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel, het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 32d, en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor: het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn. Da de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 24, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen. E F heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en heeft de inspectie Onze Minister meegedeeld dat het bevoegd gezag naar aanleiding van dit onderzoek niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel dat uit het onderzoek naar de verbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht blijkt dat sprake is van onvoldoende verbeteringen;. 00A 2. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. 0A 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder: de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt, de representativiteit van het instrument, en de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet. A Kwaliteit onderwijs Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 50, vierde lid. B Schoolplan 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval: de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs, de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma, het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 4a. Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid worden tevens de voorzieningen betrokken die zijn getroffen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval: het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden, de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel, en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid. 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor: het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn, en het vormgeven aan de uitwerking van het eilandelijk zorgplan, bedoeld in artikel 68. Ba de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 50, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen. C A Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de rechtspersoon, bedoeld in 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Aa Taken en bevoegdheden van de inspectie B 1. De inspectie heeft de volgende taken: het toezien op: de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften, de naleving van de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschriften, voor zover het betreft de voorschoolse educatie op peuterspeelzalen en kindercentra, het bevorderen van: de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan en het bestuur van instellingen als bedoeld in de onderwijswetten met uitzondering van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voor zover het niet betreft het onderzoek bedoeld in artikel 12a, derde lid, de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de samenwerkingsverbanden, de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, en de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het stelsel van hoger onderwijs, met inbegrip van het stelsel van accreditatie, bedoeld in artikel 1.1, onderdelen q, r en s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. het beoordelen en bevorderen van de financiële rechtmatigheid door in ieder geval het verrichten van onderzoek naar de rechtmatige verkrijging van de bekostiging, naar de controlerapporten van de door het bestuur aangewezen accountant, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de rechtmatigheid van het financieel beheer van de bekostigde instellingen, alsmede het beoordelen en bevorderen van de financiële doelmatigheid en het bevorderen van de financiële continuïteit, het beoordelen en bevorderen van de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitoefening van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens hoofdstuk 1, afdelingen 3 en 6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, met uitzondering van de bij of krachtens artikel 1.50b vastgestelde bepalingen omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie, het rapporteren over de ontwikkeling van, in bijzonder van de kwaliteit van, het onderwijs en over de uitoefening van de taken door de instellingen, de samenwerkingsverbanden en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan, en het verrichten van andere bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken. C Uitgangspunten voor de taakuitoefening D E 2. De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder verleend dan vier weken nadat het ontwerp van het jaarwerkplan aan de Staten-Generaal is overgelegd. F Uitvoering van het onderzoek G Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de naleving van wettelijke voorschriften door de instelling en maakt zij aan de instelling haar bevindingen bekend over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan de instelling. schoolplan, leerresultaten en de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, monitor inzake de veiligheid van leerlingen op school, informatie uit de jaarstukken, met inbegrip van het financieel jaarverslag, beschikbare signalen over mogelijke knelpunten, waaronder het gevoerde personeelsbeleid, voor zover daar op grond van artikel 6a, eerste en tweede lid, aanleiding toe bestaat. 4. Indien de inspectie naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, oordeelt dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften verricht zij na ten hoogste één jaar onderzoek naar de verbeteringen die de instelling heeft gerealiseerd. 8. De inspectie bezoekt ten minste elke vier jaar een representatief aantal van de onder een bestuur ressorterende instellingen. Bij dit periodiek instellingsbezoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet voortgezet onderwijs BES, het onderzoek aan de hand van het schoolplan. Ga Onderzoek op basis van verantwoording H I Onderzoekskaders 1. Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie kaders vast waarin de werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in de artikelen 11 en 12a en voor de toepassing van de artikelen 11a en 11b is vastgelegd. In de kaders wordt onderscheid aangebracht tussen de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde taken. Ten behoeve van het in de vorige volzin bedoelde overleg brengt de inspectie onderscheid aan tussen de in artikel 3, eerste lid, bedoelde taken, en vermeldt zij, voor zover het de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a bedoelde taak betreft, welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften van toepassing zijn. De inspectie maakt van het overleg een verslag, dat door Onze Minister aan de Staten-Generaal wordt gezonden. J K 1. Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra en artikel 23a1, eerste of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel de instelling tekortschiet in de naleving van andere wettelijke voorschriften, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen. 2. De inspectie informeert Onze Minister indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 23a1, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en uit het onderzoek naar de kwaliteitsverbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, blijkt dat na één jaar sprake is van onvoldoende verbeteringen. L het al dan niet voldoen aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het ondersteuningsplan, bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs; M N O P Reikwijdte Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de uitoefening van de taken van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven. Pa Q 6. Het inspectierapport waarin de inspectie tot het oordeel komt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra en artikel 23a1, eerste of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs geldt na vaststelling als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. R 2. Indien voor de vijfde week na vaststelling van het inspectierapport, bedoeld in artikel 20, zesde lid, wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan. S Kwaliteit van de taakuitoefening T Verantwoorde taakuitoefening De inspectie draagt zorg voor een verantwoorde taakuitoefening. 0A 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder: de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt, de representativiteit van het instrument, en de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet. 0B A Kwaliteit onderwijs Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 21, vierde lid. B Zeer zwak onderwijs 1. De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten op de school aan het eind van het zevende of het achtste schooljaar op groepsniveau ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 19, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is. 2. Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien op de school de leerresultaten op het gebied van de Nederlandse taal en op het gebied van rekenen en wiskunde, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de in het vierde lid bedoelde normering die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van scholen met een vergelijkbaar leerlingenbestand. 4. Indien de leerresultaten op de school niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vijfde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op de school, bedoeld in artikel 5a, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid. C Schoolplan 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval: de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs, de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma, het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 5a. Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt tevens het schoolondersteuningsprofiel betrokken. 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval: het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden, de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel, het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 30, en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid. 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor: het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 11, zevende lid, en het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn. Ca de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 21, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen. D Informeren ouders bij zeer zwak onderwijs 1. Indien de inspectie in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, tot het oordeel is gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, bedoeld in artikel 19a, eerste of vierde lid, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport. E A Zeer zwak onderwijs 1. De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten op de school aan het eind van het zevende of het achtste schooljaar op groepsniveau ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 19, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is. 2. Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien op de school de leerresultaten op het gebied van de Nederlandse taal en op het gebied van rekenen en wiskunde, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de in het vierde lid bedoelde normering die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van scholen met een vergelijkbaar leerlingenbestand. 4. Indien de leerresultaten op de school niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vijfde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op de school, bedoeld in artikel 5a, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid. B Ga A B C D A B C A B 1. De artikelen 12 van de Wet op het primair onderwijs, 15 van de Wet primair onderwijs BES, 21 van de Wet op de expertisecentra, 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs en 50 van de Wet voortgezet onderwijs BES zoals deze luidden op de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze wet, blijven van kracht ten aanzien van vigerende schoolplannen. 2. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, van instellingen met een schoolplan als bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie van de instelling met betrekking tot respectievelijk het onderwijskundig beleid en het personeelsbeleid een uitwerking verzoeken van: het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat alsmede het zorg dragen voor de veiligheid op school, het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden alsmede het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel. 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het bezoek, bedoeld in artikel 11, achtste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Deze wet treedt in werking op 1 juli van het jaar volgend op het jaar van bekendmaking. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 862
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 8 april 2016 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in