Wet van 8 november 2023 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2024)
This section amends several social affairs laws, including posted-worker documentation duties, keeping a posting notification current, some income-disregard rules, and minimum-wage timing rules.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 21 Nov 2023
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 8 november 2023 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2024)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 8 november 2023 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2024)
AI-assisted research summary: This section amends several social affairs laws, including posted-worker documentation duties, keeping a posting notification current, some income-disregard rules, and minimum-wage timing rules.
Staatsblad Wet van 8 november 2023 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2024) Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ALGEMENE OUDERDOMSWET A B ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Kaderwet SZW-subsidies, voor zover het betreft een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling op grond van artikel 9. PARTICIPATIEWET A B C D TOESLAGENWET VERZAMELWET BREXIT WERKLOOSHEIDSWET A 2. Onder het in het eerste lid bedoelde gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek wordt verstaan het gemiddeld aantal arbeidsuren in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de kalenderweek, bedoeld in het eerste lid. Indien de werknemer ten opzichte van zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek minder dan vijf arbeidsuren heeft verloren, worden bij de bepaling hoeveel arbeidsuren de werknemer heeft en bij de bepaling van het gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, bedoeld in de eerste zin, mede in aanmerking genomen de uren waarin de werknemer werkzaamheden verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd. Voor de vaststelling van de periode van 26 kalenderweken, bedoeld in de eerste zin, worden kalenderweken, tot een maximum van 78 kalenderweken, waarin de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, niet in aanmerking genomen, tenzij dit leidt tot een lager gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek dan wanneer die kalenderweken wel in aanmerking zouden worden genomen. B WET ARBEID EN ZORG A B WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN A B WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN A B WET ARBEIDSVOORWAARDEN GEDETACHEERDE WERKNEMERS IN DE EUROPESE UNIE A 9. De dienstverrichter en de zelfstandige voor wie de verplichting geldt, bedoeld in artikel 8, zesde lid, houden de melding actueel. B 1. Tijdens de periode van detachering draagt de dienstverrichter er zorg voor dat op de werkplek, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, schriftelijk of elektronisch beschikbaar zijn: een loonstrookje, waarop ten minste wordt vermeld het loonbedrag, inclusief de gespecificeerde bedragen waaruit dit is samengesteld en de bedragen die op het loon zijn ingehouden, de namen van de werkgever en werknemer, de termijn waarover het loon is berekend en de overeengekomen arbeidsduur; een arbeidsovereenkomst, of een gelijkwaardig document in de zin van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (PbEU 2019, L 186), waarin ten minste wordt vermeld: de identiteit van partijen; indien de arbeid niet of niet hoofdzakelijk op een vaste werkplek wordt verricht, de vermelding dat de werknemer zijn arbeid op verschillende plaatsen verricht of vrij is zijn werkplek te bepalen; de functie van de werknemer of de aard van zijn arbeid; het tijdstip van indiensttreding; indien de overeenkomst voor bepaalde tijd is gesloten, de einddatum of de duur van de overeenkomst; de aanspraak op vakantie of ander betaald verlof waarop de werknemer recht heeft of de wijze van berekening van die aanspraken; het loon, met inbegrip van het aanvangsbedrag, de afzonderlijke bestanddelen ervan, de wijze en frequentie van uitbetaling en indien het loon afhankelijk is van de uitkomsten van de te verrichten arbeid, de per dag of per week aan te bieden hoeveelheid arbeid, de prijs per stuk en de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering is gemoeid; de normale dagelijkse of wekelijkse arbeidstijd van de werknemer; de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, dan wel de toepasselijke arbeidsvoorwaarden op grond van artikel 8 of 8a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs; indien van toepassing, de duur en voorwaarden van de proeftijd; indien van toepassing, het door de werkgever geboden recht op scholing; bescheiden waaruit blijkt hoeveel uren de gedetacheerde werknemer heeft gewerkt; bewijsstukken waaruit de bijdrage voor socialezekerheidsregelingen en de identiteit van de dienstverrichter, de dienstontvanger en de gedetacheerde werknemer blijken; en een bewijs waaruit blijkt welk loon aan de gedetacheerde werknemer is voldaan. 2. De zelfstandige voor wie de verplichting geldt, bedoeld in artikel 8, zesde lid, draagt er zorg voor dat tijdens de periode, waarin hij werkzaamheden verricht, op de werkplek bewijsstukken aanwezig zijn waaruit zijn identiteit en de identiteit van de dienstontvanger blijken. C D WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE WERKLOZE WERKNEMERS A B 9. In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie tot 15 procent van dit inkomen, met een maximum van € 155,56 per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt, tenzij het zevende lid van toepassing is. 10. In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie tot 15 procent van dit inkomen, met een maximum van € 155,56 per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in het negende lid, is verstreken, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht. C 11. De bedragen, genoemd in het negende en tiende lid, worden gewijzigd met ingang van de dag waarop de in artikel 31, tweede lid, onderdelen z en aa, van de Participatiewet genoemde bedragen worden gewijzigd. De gewijzigde bedragen worden, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE GEWEZEN ZELFSTANDIGEN A B 13. In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie tot 15 procent van dit inkomen, met een maximum van € 155,56 per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in het derde lid, is verstreken, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt, tenzij het elfde lid van toepassing is. 14. In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie tot 15 procent van dit inkomen, met een maximum van € 155,56 per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in het veertiende lid, is verstreken, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht. C 15. De bedragen, genoemd in het veertiende en vijftiende lid, worden gewijzigd met ingang van de dag waarop de in artikel 31, tweede lid, onderdelen z en aa, van de Participatiewet genoemde bedragen wordt gewijzigd. WET KINDEROPVANG WET MINIMUMLONEN BES WET MINIMUMLOON EN MINIMUMVAKANTIEBIJSLAG A B 1. Indien ten aanzien van een werknemer op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst, publiekrechtelijke regeling of een schriftelijke arbeidsovereenkomst sprake is van een vaste overeengekomen arbeidsduur per week en een vaste beloning per maand, wordt aan de werknemer ten minste het minimumuurloon dat geldt in het betreffende tijdvak over het gemiddeld aantal arbeidsuren van de betreffende maand, afgeleid van het totaal aantal arbeidsuren dat de betreffende werknemer arbeid verricht in dat kalenderjaar, betaald. 2. Indien bij publiekrechtelijke regeling of collectieve arbeidsovereenkomst een periode van afrekening, welke meerdere uitbetalingstermijnen omvat, is vastgesteld, wordt zodanige periode van afrekening voor de toepassing van de artikelen 7, zesde lid, 8 en 13a als uitbetalingstermijn beschouwd. Een periode van afrekening kan ten hoogste twaalf maanden omvatten. WET TOEZICHT GELIJKE KANSEN BIJ WERVING EN SELECTIE WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN A B INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en werkt ten aanzien van de artikelen XII, onderdelen A en B, en XIII, onderdelen A en B, terug tot en met 1 januari 2023. CITEERTITEL Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet SZW 2024. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 415
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 8 november 2023 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2024)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in