Wet van 7 maart 2013 tot wijziging van de Wet Justitie-subsidies onder meer in verband met de inwerkingtreding van de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking
Verify source ↗ AI-assisted research summary: De minister may grant subsidies for certain criminal-prevention, terrorism-prevention, aftercare, and volunteer activities, and may set subsidy ceilings and allocation rules; the provision also defines two activity categories and includes a separate subsidy scheme for parental international child abduction expertise and activities.
Staatsblad Wet van 7 maart 2013 tot wijziging van de Wet Justitie-subsidies onder meer in verband met de inwerkingtreding van de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A B C CRIMINALITEITSPREVENTIE, HET VOORKOMEN VAN TERRORISME, NAZORG EN VRIJWILLIGERSACTIVITEITEN BIJ DE SANCTIETOEPASSING D In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: activiteiten gericht op: het weerhouden van potentiële plegers van strafbare feiten van het plegen of opnieuw plegen daarvan; het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare feiten, of het voorkomen van slachtofferschap. activiteiten verricht door vrijwilligers ten behoeve van (ex-)justitieel ingeslotenen, gericht op reïntegratie van de (ex-)justitieel ingeslotenen in de samenleving. E 1. Onze Minister kan subsidie verstrekken ten behoeve van de instandhouding van rechtspersonen die zich bezighouden met criminaliteitspreventie, het voorkomen van terrorisme, nazorg of vrijwilligersactiviteiten bij de sanctietoepassing. F Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten op het gebied van criminaliteitspreventie, het voorkomen van terrorisme, nazorg en vrijwilligersactiviteiten bij de sanctietoepassing, waarbij: de activiteiten worden bevorderd die effectief zijn gebleken; activiteiten op dit gebied worden ontwikkeld of de activiteiten zijn gericht op deskundigheidsbevordering. G 1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de subsidies, bedoeld in artikel 34. H Onze Minister kan een subsidieplafond vaststellen voor subsidies als bedoeld in artikel 34. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. I J K L SCHULDSANERING M 2. Indien de subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, is, in afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2 van die wet van toepassing. N O 3. Afdeling 4.2.8. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. 4. De artikelen 13 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing. P Q R S PARENTALE INTERNATIONALE KINDERONTVOERING 1. Onze Minister kan subsidie verstrekken aan een rechtspersoon voor: de instandhouding van een expertisecentrum dat gespecialiseerd is in zaken op het gebied van parentale internationale kinderontvoering; overige activiteiten op het gebied van parentale internationale kinderontvoering. 2. Op een subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 3. Onze Minister kan een subsidieplafond vaststellen voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste lid. Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, onder 1, van deze wet berusten de Tijdelijke beleidsregels stimulering preventieve maatregelen woning- en bedrijfsovervallen op artikel 35, eerste lid (nieuw), van de Wet Justitie-subsidies. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 439