Beschikking van de Minister van Justitie van 4 oktober 1995, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Regeling Ziektekostenvoorziening overheidspersoneel, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 14 september 1995, Stb. 474
This provision places the updated text of the health-care reimbursement scheme for government personnel in the Staatsblad and states who can get a contribution toward eligible medical expenses, under what conditions, and how to apply.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 12 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Beschikking van de Minister van Justitie van 4 oktober 1995, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Regeling Ziektekostenvoorziening overheidspersoneel, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 14 september 1995, Stb. 474
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Beschikking van de Minister van Justitie van 4 oktober 1995, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Regeling Ziektekostenvoorziening overheidspersoneel, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 14 september 1995, Stb. 474
AI-assisted research summary: This provision places the updated text of the health-care reimbursement scheme for government personnel in the Staatsblad and states who can get a contribution toward eligible medical expenses, under what conditions, and how to apply.
Staatsblad Beschikking van de Minister van Justitie van 4 oktober 1995, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Regeling Ziektekostenvoorziening overheidspersoneel, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 14 september 1995, Stb. 474 Gelet op artikel II van het besluit van 14 september 1995, Stb. 474; de tekst van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 14 september 1995, Stb. 474, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. TEKST VAN DE REGELING ZIEKTEKOSTENVOORZIENING OVERHEIDSPERSONEEL ZOALS DIT BESLUIT IS VASTGESTELD BIJ KONINKLIJK BESLUIT VAN 18 SEPTEMBER 1980, STB. 544, EN LAATSTELIJK GEWIJZIGD BIJ KONINKLIJK BESLUIT VAN 14 SEPTEMBER 1995, STB. 474 Naar de regelen van dit besluit heeft de betrokkene die in voldoende mate is verzekerd tegen het risico van ziektekosten recht op een tegemoetkoming in te zijnen laste blijvende ziektekosten van zichzelf en van zijn medebetrokkenen. Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. «Onze Minister»: Onze Minister van Binnenlandse Zaken; b. «inkomsten»: 1. alle door Onze Minister nader te bepalen inkomsten uit of in verband met arbeid in dienstbetrekking, daartoe mede gerekend pensioenen en uitkeringen ingevolge sociale regelingen, onder welke benamingen dan ook; 2. inkomsten uit of in verband met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, zijnde winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Degene die een ziektekostenverzekering heeft gesloten die tenminste omvat a. volledige vergoeding van kosten van behandeling, verzorging en verpleging in een ziekenhuis gedurende een jaar met klinische specialistenhulp en bijkomende kosten, eventueel met een eigen risico aan de voet; en b. tenminste 80% vergoeding van niet-klinische (ambulante) specialistenhulp dan wel volledige vergoeding met een eigen risico aan de voet, is voor de toepassing van deze regeling in voldoende mate verzekerd tegen het risico van ziektekosten. Werkingssfeer Betrokkene in de zin van dit besluit is degene die behoort tot een van de volgende categorieën van personen. a. Degenen die als ambtenaar, als militair ambtenaar of krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht een of meer betrekkingen bekleden waarvan de bezoldiging bij de wet is geregeld of door Ons of van Onzentwege is vastgesteld; b. gewezen personeel bedoeld onder a, waaraan wegens ontslag uit een rijks- of onderwijsbetrekking een uitkering is toegekend krachtens of op voet van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966, de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden of krachtens een andere overeenkomstige regeling, dan wel krachtens een daarmee overeenkomende regeling voor gewezen militairen; c. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet, krachtens de Militaire pensioenwet of een vroegere militaire pensioenwet in de zin van die wet, en in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de onder a. of b. bedoelde categorieën; d. de krachtens een van de onder c bedoelde pensioenwetten weduwen- en of weduwnaarspensioen genietende niet hertrouwde weduwen of weduwnaars van degenen die op de dag van overlijden betrokkene waren in de zin van dit besluit, of betrokkene zouden zijn geweest indien dit besluit op die dag van kracht zou zijn geweest. Onze Minister en Onze Ministers wie het mede aangaat tezamen kunnen ook andere categorieën van personen, wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect komt ten laste van de algemene middelen van het Rijk, aanwijzen als betrokkenen in de zin van dit besluit. Geen recht op een tegemoetkoming bedoeld in artikel 1, heeft degene: a. die verplicht verzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet; b. die op grond van een verplichte verzekering medeverzekerde is in de zin van de Ziekenfondswet; c. wiens premie van een ziektekostenverzekering dan wel wiens ziektekosten komen ten laste van de Algemene Bijstandswet; d. die als bewoner van een bejaardenoord in de zin van de Wet op de bejaardenoorden geen bijdrage verschuldigd is, dan wel een bijdrage, lager dan de kosten van verblijf als bedoeld in het Bijdragebesluit bewoners van bejaardenoorden. Het vorige lid geldt niet voor de betrokkene die verplicht verzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet ten aanzien van de te zijnen laste blijvende ziektekosten van zijn medebetrokkenen. Medebetrokkene in de zin van dit besluit is degene die behoort tot het huishouden van betrokkene en a. in voldoende mate verzekerd is tegen het risico van ziektekosten; b. noch zelfstandig verplicht verzekerd noch op grond van een verplichte verzekering medeverzekerde is in de zin van de Ziekenfondswet; c. noch zelfstandig aanspraak ontleent aan deze of een overeenkomstige bepaling, noch direct deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, terwijl de inkomsten van betrokkene meer bedragen dan de helft van de totale inkomsten van alle leden van dat huishouden. De aard van de voorziening Onder «te zijnen laste blijvende ziektekosten» wordt verstaan het bedrag van a. de premie van een ziektekostenverzekering, aan een verzekeringsmaatschappij verschuldigd op basis van verpleging in de laagste klasse van een ziekenhuis en b. de kosten van geneeskundige verzorging, indien en voor zover die voorkomen op een vergoedingenlijst, door Onze Minister nader vast te stellen, met inachtneming van de daarbij aan te geven beperkingen, een en ander na aftrek van een door het Rijk of door derden toegekende of toe te kennen tegemoetkoming in ziektekosten, voor zover betrokkene deze kosten noodzakelijkerwijs heeft gemaakt voor zichzelf en voor zijn medebetrokkenen, en voor zover deze te zijnen laste blijven. Tot «te zijnen laste blijvende ziektekosten» worden niet gerekend de kosten van geneeskundige verzorging ter zake van met name genoemde ziekten of aandoeningen die bij een overeenkomst van de ziektekostenverzekering zijn uitgesloten, tenzij deze kosten zijn gemaakt tijdens een door de verzekeringsmaatschappij gestelde wachttijd. Voor het verlenen van een tegemoetkoming kunnen in aanmerking worden gebracht de te zijnen laste blijvende ziektekosten die betrokkene als zodanig heeft gemaakt gedurende een aaneengesloten tijdvak van twaalf kalendermaanden, met dien verstande dat de kosten bedoeld in het eerste lid onder a van artikel 7 op dit tijdvak betrekking moeten hebben. In geval van overlijden van betrokkene binnen een jaar na het verstrijken van een tijdvak als bedoeld in het eerste lid, waarover krachtens deze regeling een tegemoetkoming is verleend kunnen de ziektekosten met betrekking tot het tijdvak gelegen tussen het einde van evenbedoeld tijdvak en de datum van overlijden eveneens voor het verlenen van een tegemoetkoming aan diens nagelaten betrekkingen in aanmerking worden gebracht. Degene die na ontslag in verband met de privatisering van een overheidsdienst waarbij hij werkzaam was niet langer betrokkene is kan de te zijnen laste blijvende ziektekosten met betrekking tot het aaneengesloten tijdvak dat korter is dan twaalf kalendermaanden en eindigt vóór de datum van ontslag, voor het verlenen van een tegemoetkoming in aanmerking brengen. De aanvraag om toekenning van de tegemoetkoming dient te geschieden binnen drie maanden na het einde van het tijdvak, waarop zij betrekking heeft of, in geval van overlijden van betrokkene, binnen zes maanden. Een beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet binnen de termijn van zestien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld onder opgave van redenen en onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn bedraagt ten hoogste acht weken. De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de betrokkene niet tevens heeft verklaard ermee in te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn. De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, wordt aan de betrokkene verleend voor zover de te zijnen laste blijvende ziektekosten hoger zijn dan het drempelbedrag. Dit drempelbedrag is gelijk aan de som van de volgende bedragen: a. een bedrag dat overeenkomt met het werknemersdeel van de ziekenfondspremie, berekend over het inkomen van betrokkene en zijn medebetrokkenen op basis van de procentuele ziekenfondspremie zoals deze is vastgesteld ingevolge artikel 15 van de Ziekenfondswet; b. een bedrag dat overeenkomt met het effect van de fiscale bijtelling van het werkgeversdeel van de procentuele ziekenfondspremie zoals deze is vastgesteld ingevolge artikel 15 van de Ziekenfondswet, berekend over het inkomen van de betrokkene, nadat dit is verminderd met de premievrije voet, bedoeld in artikel I van de Wet invoering franchise ZFW-premie; c. een bedrag dat overeenkomt met de nominale premie ingevolge artikel 17 van de Ziekenfondswet voor betrokkene en zijn medebetrokkenen. Bij de berekening van het onder b bedoelde effect wordt gerekend met het tarief van de laagste belastingschijf vermeerderd met het heffingspercentage ingevolge de Wet financiering volksverzekeringen. Voor de vaststelling van de norm, bedoeld in artikel 9 wordt uitgegaan van a. de gemiddelde procentuele premie en de gemiddelde nominale premie die gelden over het in artikel 8, eerste lid, bedoelde tijdvak; b. de inkomsten die betrokkene heeft genoten in het kalenderjaar waarin de eerste maand valt van het in artikel 8, eerste lid, bedoelde tijdvak. Indien betrokkene niet gedurende het gehele kalenderjaar als zodanig kan worden aangemerkt, of indien in dat kalenderjaar of in de loop van het in artikel 8, eerste lid, bedoelde tijdvak de inkomsten van betrokkene uit of in verband met arbeid een verlaging hebben ondergaan als gevolg van de daling van een uitkeringspercentage of als gevolg van een wijziging in de aard of het karakter van bedoelde inkomsten, wordt uitgegaan van zijn inkomsten, genoten in dat tijdvak; c. de inkomsten van de medebetrokkenen, als zodanig genoten in het in artikel 8, eerste lid, bedoelde tijdvak. Voor zover een aanvraag om een tegemoetkoming betrekking heeft op het tijdvak bedoeld in artikel 8, tweede respectievelijk derde lid, wordt voor de vaststelling van de norm, bedoeld in artikel 9, uitgegaan van: a. de gemiddelde procentuele premie en de gemiddelde nominale premie naar rato die gelden over het in artikel 8, tweede respectievelijk derde lid, bedoelde tijdvak; b. de inkomsten die betrokkene heeft genoten in artikel 8, tweede respectievelijk derde lid bedoelde tijdvak; c. de inkomsten die medebetrokkenen als zodanig hebben genoten in het in artikel 8, tweede respectievelijk derde lid, bedoelde tijdvak. Overgangs- en slotbepalingen Tenzij door Onze Minister en Onze Ministers wie het mede aangaat bij gemeenschappelijk besluit anders is bepaald is Onze Minister belast met de uitvoering van dit besluit. Onze Minister kan omtrent het bepaalde in dit besluit nadere voorschriften vaststellen. Behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid komen de kosten van de tegemoetkomingen ingevolge dit besluit ten laste van hoofdstuk VII van de Rijksbegroting. De kosten van tegemoetkomingen verleend aan betrokkenen bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, komen voor rekening van het hoofdstuk van de Rijksbegroting, ten laste waarvan de bezoldiging van betrokkenen in het door hen gekozen tijdvak kwam. Van de kosten van tegemoetkomingen verleend aan betrokkenen die als zodanig op grond van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, zijn aangewezen, kan bij die aanwijzing worden bepaald, dat zij ten laste komen van het hoofdstuk van de Rijksbegroting, ten laste waarvan direct of indirect de bezoldiging, de uitkering of het pensioen van betrokkenen kwam. Vervallen. Vervallen. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1981. Het kan worden aangehaald als «Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel (Z.v.o.-regeling)».
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Beschikking van de Minister van Justitie van 4 oktober 1995, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Regeling Ziektekostenvoorziening overheidspersoneel, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 14 september 1995, Stb. 474
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in