Wet van 9 maart 2016 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen
The airport operator must prepare and send a yearly use forecast before the operating year, and send an evaluation within four months after the year ends. The minister can grant exemptions in some cases, and experimental departures may be allowed with conditions.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 27 May 2016
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 9 maart 2016 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 9 maart 2016 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen
AI-assisted research summary: The airport operator must prepare and send a yearly use forecast before the operating year, and send an evaluation within four months after the year ends. The minister can grant exemptions in some cases, and experimental departures may be allowed with conditions.
Staatsblad Wet van 9 maart 2016 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A de periode van een jaar die loopt van 1 november tot en met 31 oktober;. B 5. De gebieden worden langs elektronische weg en met gebruikmaking van een of meer ondergronden vastgelegd. Van een zodanig elektronisch document wordt tevens een papieren versie gemaakt. C D 6. In afwijking van artikel 10:32 van de Algemene wet bestuursrecht is afdeling 10.2.1 van die wet niet van toepassing met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar. E preferentieel baangebruik. 5. Het besluit bevat in ieder geval: een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar, waaronder een maximum aantal voor de nacht; de grenswaarden voor het externe-veiligheidsrisico, de geluidbelasting en de uitstoot van stoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken in de vorm van criteria voor gelijkwaardige bescherming; de voorwaarden met betrekking tot de grenswaarde voor de geluidbelasting in de vorm van een maximum hoeveelheid geluid per jaar, die jaarlijks voorafgaand aan het gebruiksjaar bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt vastgesteld. 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de regels bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, het maximum aantal vliegtuigbewegingen bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, alsmede omtrent de grenswaarden bedoeld in het vijfde lid, onderdelen b en c. F 1. De exploitant van de luchthaven stelt jaarlijks voorafgaand aan het gebruiksjaar in overleg met de verlener van luchtverkeersdiensten een gebruiksprognose inzake het gebruik van de luchthaven op. 2. De gebruiksprognose wordt ten minste vier weken voor de toezending, bedoeld in het vierde lid, voor advies voorgelegd aan de Omgevingsraad Schiphol, bedoeld in artikel 8.34. 3. Voorafgaand aan het gebruiksjaar zendt de Omgevingsraad Schiphol zijn advies aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. 4. Voorafgaand aan het gebruiksjaar zendt de exploitant van de luchthaven de gebruiksprognose aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud en de procedure van de gebruiksprognose. 1. De exploitant van de luchthaven zendt binnen vier maanden na afloop van het gebruiksjaar een evaluatie van het werkelijke gebruik van de luchthaven in vergelijking tot de gebruiksprognose voor dat jaar aan de Omgevingsraad Schiphol en aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud en de procedure van de evaluatie. G Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat: de in artikel 8.17, tweede lid, onderdeel d, bedoelde regels, voor zover in een regel niet een van de in de eerste volzin bedoelde partijen wordt genoemd, niet worden overtreden, en de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden niet overschrijdt. H 1. Zodra de inspecteur-generaal constateert dat de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden zijn overschreden of de in artikel 8.18 bedoelde regels zijn overtreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan de naleving van de desbetreffende regel respectievelijk het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden. 3. De inspecteur-generaal trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden dan wel de naleving van de desbetreffende regel. I 1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan indien ten gevolge van groot onderhoud het normale gebruik van een luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd ontheffing verlenen van een regel in het luchthavenverkeerbesluit. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan indien ten gevolge van een bijzonder voorval het normale gebruik van een luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd ontheffing verlenen van een regel in het luchthavenverkeerbesluit. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. J 1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan worden bepaald dat bij wijze van experiment wordt afgeweken van krachtens artikel 8.15 gestelde voorschriften, mits de Omgevingsraad Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, bij advies heeft aangegeven dat het experiment een gunstig effect kan hebben op de hinderbeleving. De afwijking kan bestaan uit het verlenen van ontheffing van een regel in het luchthavenverkeerbesluit voor zover deze de luchtverkeerwegen of het gebruik van het luchtruim en de beschikbaarheid en het gebruik van de banen betreft. 5. Een experiment kan slechts worden toegestaan voor een bepaalde in de ministeriële regeling vast te stellen termijn van ten hoogste twee jaar. Deze termijn kan eenmaal met maximaal een jaar worden verlengd indien dit met het oog op de doeltreffendheid en de beoordeling van de effecten van het experiment noodzakelijk is. De looptijd van een experiment sluit zoveel mogelijk aan bij een gebruiksjaar. Bij voortijdige beëindiging van het experiment stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een overgangsregeling vast. 8. De Omgevingsraad Schiphol, bedoeld in artikel 8.34 kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister Infrastructuur en Milieu overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de raad dan wel het aangewezen orgaan en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee. K De Omgevingsraad Schiphol. L 1. Er is een Omgevingsraad Schiphol. 2. De Omgevingsraad Schiphol heeft een onafhankelijke voorzitter en biedt een zetel aan vertegenwoordigers van: de exploitant; de verlener van de luchtverkeersdienstverlening; de luchtvaartmaatschappijen die van de luchthaven gebruik maken; de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland; bij ministeriële regeling vast te stellen gemeenten binnen de in onderdeel d bedoelde provincies; de regionale werkgevers- en ondernemersorganisaties; de regionale milieuorganisaties; de bewoners binnen de in onderdeel e bedoelde gemeenten. 1. De Omgevingsraad Schiphol heeft tot doel een duurzame ontwikkeling, inpassing en gebruik van de luchthaven Schiphol in zijn omgeving te bevorderen. 2. De partijen, genoemd in artikel 8.34, tweede lid, hebben als gezamenlijk uitgangspunt om door middel van overleg, consultatie en advies te zoeken naar de balans tussen het versterken van de netwerkkwaliteit van de luchthaven, een ruimtelijk-economische structuurversterking en het vergroten van de kwaliteit van de leefomgeving rond de luchthaven. M N 1. De voorzitter van de Omgevingsraad Schiphol wordt door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu na overleg met de organisaties bedoeld in artikel 8.34, tweede lid, benoemd, geschorst en ontslagen. 2. Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter. De Omgevingsraad Schiphol heeft een secretariaat. De samenstelling en de werkzaamheden van het secretariaat worden in het bestuursreglement geregeld. De Omgevingsraad Schiphol stelt een bestuursreglement vast, dat in ieder geval regels bevat over benoeming, schorsing en ontslag van de leden en over de termijn van benoeming van de voorzitter, de leden en het secretariaat. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. De bescheiden van de Omgevingsraad Schiphol worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Omgevingsraad Schiphol opgeborgen in het archief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. O P Q de afwijking tevens kan bestaan in het vervangen van een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde voor de geluidbelasting in een bepaald punt door een andere grenswaarde; R S 5. Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter op voordracht van het orgaan dat of de organisatie die het lid vertegenwoordigt. 6. De benoeming geschiedt voor ten hoogste vier jaren. Herbenoeming kan telkens voor ten hoogste vier jaren plaatsvinden. 7. De commissie stelt een bestuursreglement vast. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Defensie. T 6. Het luchthavengebied wordt langs elektronische weg en met gebruikmaking van een of meer ondergronden vastgelegd . Van een zodanig elektronisch document wordt tevens een papieren versie gemaakt. U V A B Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van artikel I, onderdelen B tot en met M, van deze wet in de praktijk. Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van de wijze van vaststelling van de gebieden bedoeld in artikel 8.5, vijfde lid, van de Wet luchtvaart in een luchthavenbesluit waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor dat tijdstip. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 34 098
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 9 maart 2016 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in