Wet van 8 november 2023 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 en enkele andere wetten in verband met het treffen van een tijdelijke voorziening voor het benoemen van rechters-plaatsvervangers in hun eenenzeventigste levensjaar
Verify source ↗ AI-assisted research summary: De wet creates a temporary rule allowing certain judicial officers to be appointed as substitute judges/raadsheren when capacity is lacking, sets a recommendation deadline, and requires retirement-related dismissal at 73.
Staatsblad Wet van 8 november 2023 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 en enkele andere wetten in verband met het treffen van een tijdelijke voorziening voor het benoemen van rechters-plaatsvervangers in hun eenenzeventigste levensjaar Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: WIJZIGING VAN DE WET RECHTSPOSITIE RECHTERLIJKE AMBTENAREN A B 1. Bij een gebrek aan capaciteit aan rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast kunnen rechterlijke ambtenaren als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie die op grond van artikel 46h, derde lid, worden ontslagen vervolgens worden benoemd tot raadsheren-plaatsvervangers of rechters-plaatsvervangers. 2. Het betrokken bestuur van het gerechtshof of de rechtbank doet een aanbeveling aan de Raad voor de rechtspraak voor de benoeming als bedoeld in het eerste lid uiterlijk binnen drie maanden nadat de rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie op grond van artikel 46h, derde lid, is ontslagen. 3. Artikel 4a, eerste lid, is niet van toepassing op raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers die op grond van het eerste lid worden benoemd. 4. Raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers die op grond van het eerste lid zijn benoemd, worden met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin zij de leeftijd van drieënzeventig jaren hebben bereikt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen. WIJZIGING VAN DE BEROEPSWET De leden met rechtspraak belast worden voor de overeenkomstige toepassing van artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gelijkgesteld met een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie. WIJZIGING VAN DE WET BESTUURSRECHTSPRAAK BEDRIJFSORGANISATIE De leden met rechtspraak belast worden voor de overeenkomstige toepassing van artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gelijkgesteld met een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie. WIJZIGING VAN DE TWEEDE VERZAMELSPOEDWET COVID-19 A B C OVERGANGSRECHT De benoemingen tot raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers die tot stand zijn gekomen op grond van artikel 3.3 van de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet geacht tot stand te zijn gekomen op grond van artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 4a van de Beroepswet, of artikel 5a van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. OVERGANGSRECHT Voor de benoeming van rechterlijke ambtenaren als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie die negen tot drie maanden voor inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 46h, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn ontslagen, doet het betrokken bestuur van het gerechtshof of de rechtbank in afwijking van artikel 54a, tweede lid, binnen twee weken na inwerkingtreding van deze wet een aanbeveling aan de Raad voor de rechtspraak. OVERGANGSRECHT 1. Artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 4a van de Beroepswet en artikel 5a van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie vervallen drie jaar na inwerkingtreding van de Wet van [datum] tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 en enkele andere wetten in verband met het treffen van een tijdelijke voorziening voor het benoemen van rechters-plaatsvervangers in hun eenenzeventigste levensjaar (Stb. ..., ...). 2. Indien binnen drie jaar na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal een voorstel van wet wordt ingediend tot het regelen van de leeftijd waarop rechterlijke ambtenaren als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie kunnen worden benoemd of ontslagen, vervallen artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 4a van de Beroepswet en artikel 5a van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie in afwijking van het eerste lid: indien het in de aanhef van dit artikellid bedoelde voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen: op een onverwijld bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip; indien het in de aanhef van dit artikellid bedoelde voorstel tot wet wordt verheven: op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet. OVERGANGSRECHT Wanneer artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 4a van de Beroepswet en artikel 5a van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie vervallen op grond van artikel VII, blijven de benoemingen tot raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers die tot stand zijn gekomen op grond van artikel 54a, artikel 4a, of artikel 5a van kracht tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin de raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger de leeftijd van drieënzeventig jaren heeft bereikt. Het ontslag vindt plaats bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. EVALUATIE Onze Minister voor Rechtsbescherming zendt binnen anderhalf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van deze wet in de praktijk. INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 358