Wet van 1 november 2012 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2012)
De provision geeft de Minister powers to agree international tax-control cooperation and information exchange with foreign authorities, and it sets some excise definitions and alcohol tax amounts.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 27 Jun 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 1 november 2012 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2012)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 1 november 2012 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2012)
AI-assisted research summary: De provision geeft de Minister powers to agree international tax-control cooperation and information exchange with foreign authorities, and it sets some excise definitions and alcohol tax amounts.
Staatsblad Wet van 1 november 2012 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2012) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A B voordelen die worden genoten op grond van artikel 23 van de Wet op de jeugdzorg. C D E F G H I 2. Artikel 3.13, eerste lid, onderdeel j, vervalt met ingang van 1 januari 2018. A B C D E F 0A 9. Het eerste lid is mede van toepassing indien tot het vermogen van de erflater een of meer als gevolg van een uiterste wil ontstane schulden behoren, voor zover de nominale waarde van die schuld, onderscheidenlijk die schulden, meer bedraagt dan de waarde van hetgeen die erflater krachtens erfrecht heeft verkregen van degene die de uiterste wil heeft opgemaakt. Voor de bepaling van de laatstbedoelde waarde worden de in de eerste volzin bedoelde schulden buiten beschouwing gelaten. A B door een steunstichting SBBI, voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn bestemd voor de realisatie van de doelstelling van de steunstichting;. C door een steunstichting SBBI, voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn bestemd voor de realisatie van de doelstelling van de steunstichting. A B C 5. In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, wordt belastingrente berekend met overeenkomstige toepassing van de artikelen 30h, 30ha en 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen als ware de bijdrage omzetbelasting, met dien verstande dat rente niet eerder wordt berekend dan met ingang van de eerste dag van de zevende maand volgend op het kalenderjaar waarop het recht op bijdrage betrekking heeft. A Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG 1992, L 302);. Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993, houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG 1993, L 253);. B C de in de aanhef bedoelde algemeen nut beogende instelling niet aan vennootschapsbelasting is onderworpen dan wel daarvan is vrijgesteld;. de in de aanhef bedoelde algemeen nut beogende instelling en de instelling, bedoeld in onderdeel c, niet aan vennootschapsbelasting zijn onderworpen dan wel daarvan zijn vrijgesteld;. Bij toepassing van de artikelen 22, derde lid, en 36, eerste en tweede lid, op belastingaanslagen grondwaterbelasting en afvalstoffenbelasting blijft artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag van toepassing, zoals dat artikel op 31 december 2011 luidde. A 2. Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook plaatsvinden op verzoek van een bevoegde autoriteit van een staat. In voorkomend geval deelt Onze Minister deze bevoegde autoriteit mee op welke gronden hij een onderzoek niet noodzakelijk acht. 5. Geen beroep kan worden ingesteld tegen de aankondiging van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, alsmede tegen het onderzoek zelve. B 1. Onze Minister kan met één of meer bevoegde autoriteiten van een staat overeenkomen om gelijktijdig, elk op het eigen grondgebied, bij één of meer personen ten aanzien van wie zij een gezamenlijk of complementair belang hebben, controles te verrichten en de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen. C 1. Onze Minister kan met een bevoegde autoriteit van een staat overeenkomen dat, ter uitwisseling van inlichtingen in het kader van de in artikel 8.124 bedoelde wederzijdse bijstand, door de bevoegde autoriteit van een staat gemachtigde ambtenaren onder de door Onze Minister gestelde voorwaarden: aanwezig kunnen zijn in de kantoren van de ambtenaren van de rijksbelastingdienst op de BES eilanden; aanwezig kunnen zijn bij onderzoeken die op de BES eilanden worden uitgevoerd. Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren, bedoeld in onderdeel a, toegang hebben, ontvangen de ambtenaren van de bevoegde autoriteit van de staat een afschrift van die bescheiden. 2. In de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister toestaan dat ambtenaren van de bevoegde autoriteit van die staat op de BES eilanden personen kunnen ondervragen en bescheiden kunnen onderzoeken. 3. De door een bevoegde autoriteit van een staat gemachtigde ambtenaren die op de BES eilanden aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijkt. D Aanwezigheid ambtenaar BES 1. Onze Minister en een bevoegde autoriteit van een staat kunnen overeenkomen dat, in het kader van het verstrekken van inlichtingen aan de BES eilanden, door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de rijksbelastingdienst onder de door de bevoegde autoriteit van een staat gestelde voorwaarden: aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de ambtenaren van de bevoegde autoriteit van een staat hun taken vervullen; aanwezig kunnen zijn bij administratief onderzoek dat wordt uitgevoerd op het grondgebied van de bevoegde autoriteit van een staat. 2. Voor zover het in de staat van de bevoegde autoriteit wettelijk is toegestaan, kunnen in het kader van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, de bij een administratief onderzoek aanwezige ambtenaren van de rijksbelastingdienst, personen ondervragen en bescheiden onderzoeken. 3. Ambtenaren van de rijksbelastingdienst, die overeenkomstig het eerste lid op het grondgebied van de bevoegde autoriteit van een staat aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijkt. A B 1. Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden bepalingen vastgesteld met betrekking tot douanekantoren. C D E F overige alcoholhoudende producten;. 4. In dit hoofdstuk en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder het alcoholgehalte van bier, wijn en overige alcoholhoudende producten verstaan het aantal volumeprocenten alcohol (%vol). G H I J K L M N De accijns bedraagt per hectoliter wijn: USD 128,50. O Onder overige alcoholhoudende producten worden verstaan: ethylalcohol, ongeacht de productiewijze; wijn met een alcoholgehalte van meer dan 20%vol; overige alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2%vol, andere dan bier of wijn. P De accijns voor overige alcoholhoudende producten bedraagt per hectoliter per volumeprocent alcohol: USD 12,85. Q 1. Het vaststellen van de hoeveelheid benzine, bier, wijn of overige alcoholhoudende producten bij uitslag of invoer vindt plaats via betrouwbare meetapparatuur. 2. Indien uitslag of invoer van benzine, bier, wijn of overige alcoholhoudende producten plaatsvindt in een kleinhandelsverpakking, wordt de uitgeslagen of ingevoerde hoeveelheid bepaald op basis van de op die verpakking aangegeven hoeveelheid, op voorwaarde dat deze hoeveelheid is vastgesteld overeenkomstig een internationaal erkende normering. 3. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. R Onder tabaksproducten worden verstaan: sigaretten; sigaren en cigarillo’s; rooktabak. S T U V 2. Elke persoon die is betrokken bij een onregelmatigheid tijdens de productie, de invoer, het voorhanden hebben of het vervoer van accijnsgoederen die niet in de heffing van accijns zijn betrokken, kan hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor voldoening van de accijns naar het tarief op het tijdstip waarop de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden of, indien dit tijdstip niet bekend is, naar het tarief op het tijdstip waarop de onregelmatigheid is vastgesteld. W X Y Z AA BB CC A B C D E A Ba. In artikel 24a, zevende lid, wordt «USD 26 396» vervangen door: USD 27 953. B A B M 3. Voor zover een pensioen- of renteverstrekkend orgaan aan een in het eerste lid bedoelde persoon loon als bedoeld in artikel 42 verstrekt, is dat orgaan een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd. 9. Indien de melding, bedoeld in het eerste lid, niet is geschied binnen vier maanden nadat het recht, bedoeld in het eerste lid, is ontstaan, legt het College zorgverzekeringen degene die de melding had moeten doen een bestuurlijke boete op ter hoogte van driemaal de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag. 10. Het College zorgverzekeringen kan de bijdrage, bedoeld in het tweede of derde lid, of een boete als bedoeld in het negende lid bij dwangbevel invorderen. C D E F G A H I J K 2. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen XXXIII, onderdeel A, en XXXIV in werking met ingang van 1 januari 2015. 1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013, met dien verstande dat: artikel XV, onderdeel A, toepassing vindt voordat artikel II, onderdeel A, van het Belastingplan 2012 wordt toegepast; artikel XV, onderdeel B, toepassing vindt voordat artikel VI, onderdelen D en F, van het Belastingplan 2012 wordt toegepast; artikel XV, onderdeel D, toepassing vindt voordat artikel XXVIII, onderdeel E, van het Belastingplan 2012 wordt toegepast; artikel XV, onderdeel E, toepassing vindt voordat artikel XXIX, onderdeel E, van het Belastingplan 2012 wordt toegepast; artikel XIVa en artikel XVIII toepassing vinden voordat de Wet uniformering loonbegrip wordt toegepast; artikel VIIIa voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot door de inspecteur vastgestelde bijdragen over tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2012. 2. Artikel VIII, onderdeel C, onder 1, werkt terug tot en met 1 januari 2010. 3. Artikel VIII, onderdeel C, onder 2, werkt terug tot en met 1 april 2010. 4. Artikel I, onderdelen D en G, en artikel XIV werken terug tot en met 1 januari 2011. 5. Artikel XVI, onderdeel A, werkt terug tot en met 31 december 2011. 6. Artikel I, onderdelen A, C en F, artikel III, artikel V, onderdelen A, B en E, artikel VI, artikel X, artikel XIII, onderdeel K, en artikel XIVa werken terug tot en met 1 januari 2012. 7. Artikel V, onderdeel D, en artikel XI werken terug tot en met 18 januari 2012. Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale verzamelwet 2012. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 245
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 1 november 2012 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2012)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in