Wet van 8 juli 1999, houdende wijziging van artikel 1a van de Wet op de economische delicten (herstel kennelijke fout)
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This law corrects the list of Kernenergiewet provisions in article 1a of the Wet op de economische delicten and starts the day after its publication in the Staatsblad.
Aanhef Lichaam ARTIKEL I ARTIKEL II Ondertekening Wet van 8 juli 1999, houdende wijziging van artikel 1a van de Wet op de economische delicten (herstel kennelijke fout) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten een kennelijke fout te herstellen in de opsomming van enkele bepalingen van de Kernenergiewet; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten 1 komt de zinsnede met betrekking tot de Kernenergiewet te luiden: de Kernenergiewet, de artikelen 15, 21, 21a, 21e, eerste lid, 29, eerste lid, 31, 32, eerste lid, 34, eerste, vierde en vijfde lid, 35, tweede lid, voorzover betrekking hebbend op een onderwerp, geregeld bij een krachtens de artikelen 29, 32 of 34 vastgestelde algemene maatregel van bestuur, 37b, 46, eerste lid, 47, eerste lid, 49b, eerste lid, 49d, 75, tweede lid, en 76a;. ARTIKEL II Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. histnoot Gegeven te 's-Gravenhage, 8 juli 1999 Beatrix De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. P. Pronk Uitgegeven de tweeëntwintigste juli 1999 De Minister van Justitie, A. H. Korthals X Noot 1 Stb. 1950, K258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 april 1999, Stb. 235. X Histnoot Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1998/99, 26 514. Handelingen II 1998/99, blz. 5313. Kamerstukken I 1998/99, 26 514 (293). Handelingen I zie vergadering d.d. 6 juli 1999.