Wet van 20 december 2023 tot wijziging van enkele belastingwetten (Wet fiscale Klimaatmaatregelen glastuinbouw)
This provision introduces a CO2 tax for greenhouse horticulture, sets exemption rules, requires monitoring of burned natural gas, and sets annual tax rates and a reporting duty for the Minister of Finance.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 27 Dec 2023
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 20 december 2023 tot wijziging van enkele belastingwetten (Wet fiscale Klimaatmaatregelen glastuinbouw)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 20 december 2023 tot wijziging van enkele belastingwetten (Wet fiscale Klimaatmaatregelen glastuinbouw)
AI-assisted research summary: This provision introduces a CO2 tax for greenhouse horticulture, sets exemption rules, requires monitoring of burned natural gas, and sets annual tax rates and a reporting duty for the Minister of Finance.
Staatsblad Wet van 20 december 2023 tot wijziging van enkele belastingwetten (Wet fiscale Klimaatmaatregelen glastuinbouw) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A een CO2-heffing glastuinbouw;. B installatie voor elektriciteitsopwekking: een zelfstandige installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt door middel van aardgas of elektriciteit, waarbij tot de installatie behoren onderdelen die rechtstreeks worden ingezet voor het opwekken van elektriciteit, daarmee in technisch verband staan en gevolgen kunnen hebben voor het opwekken van elektriciteit, alsmede onderdelen die zijn aangebracht uit het oogpunt van milieuverbetering, veiligheid of efficiëntie;. C elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van een installatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal opgesteld thermisch vermogen van niet meer dan 20 megawatt. D niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter 23% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tweede aandachtsstreepje; hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter 43% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, derde aandachtsstreepje;. E 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van: aardgas dat wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking tot een volume dat correspondeert met 0,2808 Nm3 per opgewekte kWh elektriciteit; aardgas dat wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking met behulp waarvan elektriciteit wordt opgewekt uitsluitend door middel van hernieuwbare energiebronnen en elektriciteit; elektriciteit die wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking; en elektriciteit en aardgas die worden gebruikt voor de productie van elektriciteit en voor instandhouding van het vermogen elektriciteit te produceren. 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij een installatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal opgesteld thermisch vermogen van niet meer dan 20 megawatt vrijstelling van de belasting verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas dat wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit tot een hoeveelheid die correspondeert met 0,2808 Nm3 per kWh elektriciteit die de exploitant van de installatie invoedt op een distributienet alsmede 0,1670 Nm3 per kWh elektriciteit die de exploitant van de installatie niet invoedt op een distributienet. De hoeveelheid opgewekte elektriciteit die wordt betrokken bij de berekening van de hoeveelheid aardgas waarvoor de vrijstelling wordt verleend is maximaal de hoeveelheid elektriciteit die de exploitant heeft opgewekt met de installatie. 3. Indien het aardgas, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en in het tweede lid, een bovenste verbrandingswaarde heeft die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm3, wordt het volume, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, naar evenredigheid verhoogd, onderscheidenlijk verlaagd. F 4. Op verzoek wordt aan de verbruiker van wie geen belasting wordt geheven als bedoeld in artikel 53 teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot aardgas dat wordt gebruikt op een in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid bedoelde wijze. G 71aa Dit hoofdstuk is niet van toepassing op broeikasgasinstallaties van een glastuinbouwbedrijf of energiebedrijf voor glastuinbouw als bedoeld in artikel 71t, eerste lid, onderdelen d, onderscheidenlijk e. H I CO2-HEFFING GLASTUINBOUW ALGEMEEN 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: producten van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00; broeikasgasinstallatie als bedoeld in de artikelen 16.1, tweede lid, en 16.3 van de Wet milieubeheer; standaard CO2-emissiefactor voor aardgas in kilogram CO2/GJ aardgas die bij of krachtens artikel 16.12 van de Wet milieubeheer jaarlijks door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat wordt gepubliceerd; bedrijf van een minimale omvang voor het telen van gewassen in een kas dat met aardgas warmte opwekt, met uitzondering van het uitsluitend telen van gewassen in een kas bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis, voor educatieve doeleinden, bij onderzoeksinstellingen of bij volkstuinen; en bedrijf van een minimale omvang dat direct of indirect warmte aan een glastuinbouwbedrijf levert die met aardgas is opgewekt, binding met een glastuinbouwbedrijf heeft en zelf geen glastuinbouwbedrijf is. 2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald wanneer een glastuinbouwbedrijf of energiebedrijf voor glastuinbouw een minimale omvang in bedrijfsoppervlakte, bedrijfsactiviteiten gericht op het telen van gewassen, aardgasverbranding of productie van warmte heeft. 3. Bij ministeriële regeling kunnen criteria worden vastgesteld ter beoordeling van het hebben van binding met een glastuinbouwbedrijf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e. Die criteria kunnen betrekking hebben op onder andere organisatorische, functionele, technische, geografische of juridische relaties met een glastuinbouwbedrijf alsmede de relatieve of absolute omvang van de warmtelevering aan glastuinbouwbedrijven en tevens erop zijn gericht om juridische of technische constructies voor belastingontwijking te bestrijden. GRONDSLAG EN BELASTINGPLICHT Onder de naam CO2-heffing glastuinbouw wordt een belasting geheven ter zake van de emissie van kooldioxide. 1. De CO2-heffing glastuinbouw wordt geheven van de exploitant van het glastuinbouwbedrijf, dan wel de exploitant van het energiebedrijf voor glastuinbouw. 2. De exploitant is de rechtspersoon of natuurlijke persoon die het glastuinbouwbedrijf dan wel het energiebedrijf voor glastuinbouw als onderneming drijft. MAATSTAF VAN HEFFING, VERSCHULDIGDHEID EN TARIEF 1. De belasting wordt berekend over het aantal ton kooldioxide dat is veroorzaakt op basis van het aantal normaalkubiekemeters aardgas dat door het glastuinbouwbedrijf of het energiebedrijf voor glastuinbouw is verstookt. 2. Het aantal ton kooldioxide wordt berekend met de formule: An x 31,65 x standaard CO2-emissiefactor voor aardgas / 1.000.000. Hierbij staat An voor de verstookte hoeveelheid aardgas in normaal kubieke meters en de standaard CO2-emissiefactor voor aardgas. 3. De belastingplichtige monitort de hoeveelheid aardgas die is verstookt overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels. De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de emissie van kooldioxide plaatsvindt. 1. Het tarief bedraagt per ton kooldioxide voor: het kalenderjaar 2025: € 12,25; het kalenderjaar 2026: € 13,34; het kalenderjaar 2027: € 14,43; het kalenderjaar 2028: € 15,52; het kalenderjaar 2029: € 16,61; de kalenderjaren vanaf 2030: € 17,70. 2. Voor zover er aardgas is verstookt in een broeikasgasinstallatie wordt het tarief, genoemd in het eerste lid, verminderd met de termijnkoers van het broeikasgasemissierecht. Het tarief is niet lager dan nihil. De termijnkoers is voor een kalenderjaar het gewone gemiddelde, in euro, van de dagelijkse éénjaarstermijnkoersen van broeikasgasemissierechten (slotverkoopkoersen) voor levering in december van dat jaar, zoals waargenomen van 1 september tot en met 31 oktober voorafgaand aan datzelfde jaar op de koolstofbeurs in de Europese Unie met het hoogste handelsvolume van die éénjaarstermijncontracten in die maanden. OVERIG Voor de heffing en invordering van de belasting wordt voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de op die wetten berustende bepalingen onder rijksbelastingdienst verstaan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. J A B A B A B A B A B en C D A B C A B A B C D E F Onze Minister van Financiën zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister voor Klimaat en Energie, binnen twee jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van deze wet en vervolgens telkens na een jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten op de omvang van het regelbaar vermogen binnen het Nederlandse energiesysteem van artikel 64, eerste lid, onderdeel a, van de Wet belastingen op milieugrondslag, zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2025 en zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2026, in vergelijking met dat artikel zoals dat luidde op 31 december 2024, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de impact op de glastuinbouw en aan de vraag of de geraamde budgettaire opbrengst van de genoemde wijzigingen overeenkomt met de gerealiseerde budgettaire opbrengst. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2024, met uitzondering van artikel X, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2025. Deze wet wordt aangehaald als: Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 426
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 20 december 2023 tot wijziging van enkele belastingwetten (Wet fiscale Klimaatmaatregelen glastuinbouw)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in