Wet van 24 juni 2015 tot wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie van de richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EU en 2009/138/EG alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2014, L 153) (Wet implementatie Omnibus II-richtlijn)
De Nederlandsche Bank must handle requests from another EU supervisor to verify information at a Dutch company in a insurance group, and it must inform the group supervisor what it did.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 9 Jul 2015
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 24 juni 2015 tot wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie van de richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EU en 2009/138/EG alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2014, L 153) (Wet implementatie Omnibus II-richtlijn)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 24 juni 2015 tot wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie van de richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EU en 2009/138/EG alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2014, L 153) (Wet implementatie Omnibus II-richtlijn)
AI-assisted research summary: De Nederlandsche Bank must handle requests from another EU supervisor to verify information at a Dutch company in a insurance group, and it must inform the group supervisor what it did.
Staatsblad Wet van 24 juni 2015 tot wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie van de richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EU en 2009/138/EG alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2014, L 153) (Wet implementatie Omnibus II-richtlijn) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A een verzekeraar die ingevolge artikel 4, 7 of 10 van de richtlijn solvabiliteit II is uitgesloten van het toepassingsgebied van die richtlijn en geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van die richtlijn om een vergunning aan te vragen of te behouden; een richtlijngroep als bedoeld in artikel 213, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de richtlijn solvabiliteit II;. C J 5. Indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat ten behoeve van het toezicht op een verzekeringsrichtlijngroep gegevens of inlichtingen wenst te verifiëren bij een onderneming met zetel in Nederland die deel uitmaakt van die verzekeringsrichtlijngroep, verricht de Nederlandsche Bank een door die toezichthoudende instantie verzochte verificatie of doet zij die verificatie verrichten binnen het kader van haar bevoegdheden of verleent zij toestemming aan die toezichthoudende instantie om de verificatie zelf te verrichten of te doen verrichten. De toezichthoudende instantie van de andere lidstaat kan aan de verificatie deelnemen indien zij die niet zelf verricht. De Nederlandsche Bank stelt de groepstoezichthouder in kennis van het gevolg dat aan het verzoek tot verificatie is gegeven. 9. Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met zetel in een andere lidstaat die werkzaamheden hebben uitbesteed aan een persoon die in Nederland is gevestigd. 10. Indien twee of meer toezichthoudende instanties gezamenlijk bij een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar gegevens of inlichtingen verifiëren of een onderzoek verrichten als bedoeld in het eerste lid, kan de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen deelnemen aan een inspectie ter plaatse. Sa 8. De toezichthouder verstrekt op verzoek, in afwijking van artikel 1:89, eerste lid, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van zijn taak op grond van deze wet, aan een tijdelijke enquêtecommissie van het Europees Parlement, bedoeld in artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Sb Ua VERKLARINGEN VAN GEEN BEZWAAR ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 3:95 TOT EN MET 3:97 Ub In het tweede lid, onderdeel a, wordt onder 13° na de puntkomma ingevoegd: en. In het tweede lid, onderdeel a, vervalt onder 14° aan het slot «en» en vervalt onder 15°. Wa Wb Algemeen Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars die onder die onder het toepassingsbereik van de richtlijn solvabiliteit II vallen. Y AD 3. Een verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid kan op aanvraag van de betreffende levensverzekeraar of schadeverzekeraar, indien hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, vierde lid, onderdelen a en b, van de richtlijn solvabiliteit II, door de Nederlandsche Bank worden omgezet in een vergunning als bedoeld in artikel 2:48, eerste lid, tenzij artikel 4, vierde lid, laatste volzin, van de richtlijn van toepassing is. 4. Op aanvraag kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden verleend, niettegenstaande dat artikel 4, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II op de verzekeraar van toepassing is. ADa UITOEFENEN VAN BEDRIJF VAN VERZEKERAAR MET BEPERKTE RISICO-OMVANG ADb 2. De vergunning vermeldt de beperkingen die gelden voor een verzekeraar met beperkte risico-omvang. 3. Het verbod van het eerste lid ten aanzien van het zonder vergunning uitoefenen van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar is niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in Nederland die voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben. 4. Het bedrijf van levensverzekeraar en het bedrijf van schadeverzekeraar worden onderscheiden in de branches die zijn genoemd in de bij deze wet behorende Bijlage branches. ADc De artikelen 2:28, eerste en tweede lid, 2:29, 2:30 en 2:33 zijn van overeenkomstige toepassing. AE Vrijstelling Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 2:48, eerste lid. Aan deze vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. AEa Vergunningplicht en -eisen voor verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland AEb 3. Het verbod van het eerste lid ten aanzien van het zonder vergunning uitoefenen van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar is niet van toepassing op levensverzekeraars die een vergunning als bedoeld in artikel 2:36, 2:40 of het eerste lid hebben voor de branche Levensverzekering algemeen. 4. Het bedrijf van levensverzekeraar en het bedrijf van schadeverzekeraar worden onderscheiden in de branches die zijn genoemd in de bij deze wet behorende Bijlage branches. AEc AEd De artikelen 2:28, eerste en tweede lid, 2:29, 2:30 en 2:33 zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland. AEe AEf AEg AEh Vrijstelling Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 2:50. Aan deze vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. 1. De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:54a, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge artikel 211, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II, voor zover nodig aangevuld met het bepaalde ingevolge: artikel 3:8 met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen; artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen; artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening; artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; artikel 3:19, eerste lid, met betrekking tot het minimumaantal leden van de raad van commissarissen; en artikel 3:70, eerste lid, met betrekking tot het boekjaar. AG AI AJ AL ALa UITOEFENEN VAN BEDRIJF VAN VERZEKERAAR MET BEPERKTE RISICO-OMVANG ALb AP AQ AQa AQb AR ARa ARb ARc Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld: indien een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn solvabiliteit II en het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uitoefent vanuit een bijkantoor in Nederland: met betrekking tot het adres van de door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar aangestelde vertegenwoordiger waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan, en wordt geregeld onder welke omstandigheden de vertegenwoordiger ophoudt vertegenwoordiger te zijn; indien een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een andere lidstaat die een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar heeft, welke geen vergunning is als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn solvabiliteit II en die het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uitoefent vanuit een bijkantoor in Nederland: met betrekking tot de woonplaats, het adres van de door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar aangestelde vertegenwoordiger waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan, en de eisen waaraan die vertegenwoordiger voldoet, en wordt geregeld onder welke omstandigheden de vertegenwoordiger ophoudt vertegenwoordiger te zijn. ARd ARe ARf ARg ARh ARi Het is een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat verboden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor een ander bedrijf dan het bedrijf waarvoor die verzekeraar een vergunning heeft verkregen uit te oefenen. ARj AT AU AVa AYa 1. Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op: beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland; banken met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren; levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. AZ BB BC BF BH Herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat BI BQa BR De artikelen 3:69a en 3:70 zijn van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. BS BSa 2. Artikel 3:72, derde en vijfde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars of schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is. Artikel 3:72, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is. BU Artikel 3:73c is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is. BUa BV BVa BXa BYa BYb BYc BYd BZ CAa CBb Inleidende bepalingen Een levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, kan zijn rechten en verplichtingen uit verzekering uitsluitend overdragen aan een andere verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang. De Nederlandsche Bank kan echter toestaan dat de rechten en verplichtingen uit verzekering worden overgedragen aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang, die onder prudentieel toezicht staat. CEa CEb CGa CGb CGc In het eerste lid, onderdeel c, wordt «beschikt over het minimum bedrag aan solvabiliteitsmarge, de Nederlandsche Bank geen herstelplan ingevolge artikel 3:132 heeft verlangd van die levensverzekeraar of schadeverzekeraar» vervangen door: voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste. CHa CHb Verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat CHc 1. Een levensverzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die rechten en verplichtingen uit levensverzekering wenst over te dragen, behoeft daarvoor instemming van de Nederlandsche Bank indien het betreft de overdracht van rechten en verplichtingen uit levensverzekering gesloten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. De overdracht geschiedt aan een andere levensverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland. 2. Indien de wetgeving van een andere staat niet voorziet in een instemmingprocedure voor een levensverzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel aldaar tot overdracht van zijn rechten en verplichtingen uit levensverzekering, gesloten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, aan een andere levensverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, kan de overdracht slechts plaatsvinden met instemming van de Nederlandsche Bank. 3. De Nederlandsche Bank stemt slechts in met een overdracht als bedoeld in het eerste lid aan een levensverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland indien deze levensverzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste en er bij de Nederlandsche Bank geen bedenkingen bestaan tegen de overdracht. 4. De Nederlandsche Bank stemt in met een overdracht als bedoeld in het eerste lid nadat de toezichthoudende instantie in de staat van de zetel van de overdragende levensverzekeraar heeft verklaard met die overdracht in te stemmen. 5. In afwijking van het tweede en vierde lid kan een levensverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat zijn rechten en verplichtingen uit een individuele levensverzekering op verzoek van de verzekeringnemer overdragen. 6. Op een overdracht als bedoeld in het eerste lid is het bepaalde ingevolge de artikelen 3:116, 3:119 en 3:120, eerste tot en met derde lid, van overeenkomstige toepassing. CI CIa 1. Een schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die rechten en verplichtingen uit schadeverzekering wenst over te dragen, kan die overdracht met instemming van de Nederlandsche Bank doen plaatsvinden zonder medewerking of instemming van degenen die aan die schadeverzekeringen rechten kunnen ontlenen indien het betreft de overdracht van rechten en verplichtingen uit schadeverzekering gesloten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, aan een andere schadeverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland. 2. Indien de wetgeving van een andere staat niet voorziet in een instemmingprocedure voor een schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel aldaar tot overdracht van zijn rechten en verplichtingen uit schadeverzekering, gesloten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, aan een andere schadeverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, kan de overdracht plaatsvinden met instemming van de Nederlandsche Bank. 3. De Nederlandsche Bank stemt slechts in met een overdracht als bedoeld in het eerste lid aan een schadeverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland indien deze schadeverzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste en er bij de Nederlandsche Bank geen bedenkingen bestaan tegen de overdracht. 4. De Nederlandsche Bank stemt in met een overdracht als bedoeld in het eerste lid nadat de toezichthoudende instantie in de staat van de zetel van de overdragende schadeverzekeraar heeft verklaard met die overdracht in te stemmen. 5. Op een overdracht als bedoeld in het eerste lid is het bepaalde ingevolge de artikelen 3:116 en 3:120, eerste tot en met derde lid, van overeenkomstige toepassing. 1. Met een overdracht van de rechten en verplichtingen uit alle levensverzekeringen, uit alle natura-uitvaartverzekeringen of krachtens alle schadeverzekeringen door levensverzekeraars, natura-uitvaartverzekeraars onderscheidenlijk schadeverzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet aangewezen staat, wordt gelijkgesteld de overgang van deze rechten en verplichtingen bij een fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of bij een splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 2. Op een overgang als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot een levensverzekeraar zijn de artikelen 3:112, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 3:113, tweede lid, aanhef en onderdeel a, 3:116, 3:117, eerste lid, 3:118, eerste, tweede en vijfde lid, 3:119 en 3:120, eerste tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing. 3. Op een overgang als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot een natura-uitvaartverzekeraar zijn de artikelen 3:113, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 3:116, 3:117, eerste lid, 3:118, zesde lid, 3:119 en 3:120, eerste tot en met derde lid, van overeenkomstige toepassing. 4. Op een overgang als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot een schadeverzekeraar zijn de artikelen 3:114, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 3:116, 3:117, tweede lid, 3:118, eerste tot en met vijfde lid, en 3:120, eerste tot en met derde, vijfde, zevende en negende lid, van overeenkomstige toepassing. CKa CKb Herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat CKc 5. Bij uitzonderlijke ongunstige omstandigheden als bedoeld in artikel 138, vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II, kan de Nederlandsche Bank besluiten de in het vierde lid bedoelde periode voor de getroffen verzekeraars te verlengen met een periode van maximaal zeven jaar, rekening houdende met alle relevante factoren, inclusief de gemiddelde uitlooptermijn van de technische voorzieningen. 1. De Nederlandsche Bank kan de vrije beschikking door een verzekeraar met zetel in Nederland over zijn door de Nederlandsche Bank aangewezen waarden, waar zij zich ook bevinden, beperken of hem verbieden om anders dan met machtiging van de Nederlandsche Bank te beschikken over deze waarden, indien: de verzekeraar niet voldoet aan het bij of krachtens artikel 3:67 bepaalde met betrekking tot de technische voorzieningen; sprake is van een constatering als bedoeld in artikel 3:57, vierde lid, tweede volzin, en zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan de Nederlandsche Bank verwacht dat de financiële positie van de verzekeraar nog verder zal verslechteren; sprake is van een constatering als bedoeld in artikel 3:53, zesde lid; of onverminderd de artikelen 3:135 en 3:136, sprake is van een aanhoudende verslechtering van de solvabiliteitspositie van de verzekeraar. 2. De Nederlandsche Bank beperkt de vrije beschikking door een verzekeraar met zetel in Nederland over zijn door de Nederlandsche Bank aangewezen waarden, waar zij zich ook bevinden, of verbiedt hem om anders dan met machtiging van de Nederlandsche Bank te beschikken over deze waarden, indien de Nederlandsche Bank de vergunning van de verzekeraar intrekt op grond van artikel 1:104, eerste of tweede lid. 3. Alvorens een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, te nemen, stelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar de herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar een bijkantoor heeft of waarnaar hij vanuit zijn vestigingen in een lidstaat diensten verricht, in kennis van haar voornemen. 4. In geval van toepassing van het eerste lid, onderdelen b, c, d of tweede lid, stelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarnaar hij vanuit zijn vestigingen in een lidstaat diensten verricht, in kennis van alle genomen maatregelen. 5. Indien de Nederlandsche Bank een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid heeft genomen, kan zij de toezichthoudende instantie, bedoeld in het derde lid, verzoeken overeenkomstige maatregelen te treffen ten aanzien van de in de betrokken lidstaten aanwezige waarden, onder opgave van een overzicht van die waarden. 6. De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn. 7. De Nederlandsche Bank heft de beperking of het verbod op zodra de verzekeraar weer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet. 8. De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instanties, bedoeld in het derde en vierde lid, in kennis van het besluit, bedoeld in het zevende lid. CN 1. De Nederlandsche Bank neemt een besluit als bedoeld in artikel 3:137, eerste lid, indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat waar een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, zijn zetel heeft hierom verzoekt. CO CP De artikelen 3:135 en 3:136 zijn van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is. CQ CR CSa Herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat CT CV CW CZa CZb Levensverzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat Paragraaf 3.5.4.1. is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat, die vanuit in Nederland gelegen bijkantoren het bedrijf van levensverzekeraar uitoefenen, voor zover het betreft overeenkomsten uit directe verzekering gesloten vanuit een bijkantoor in Nederland. CZc Verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat De artikelen 3:159a tot en met 3:159ag zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat, met dien verstande dat: een overgang van activa of passiva uitsluitend mogelijk is ten aanzien van activa of passiva die zich in Nederland bevinden of die door Nederlands recht worden beheerst; en het overdrachtsplan geen betrekking kan hebben op door de verzekeraar uitgegeven aandelen. DB DBa DCa DD DEa DEb DEc Entiteiten voor risico-acceptatie, herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland en met een in Nederland gelegen bijkantoor DEd DEe DEf DEg DEh DEi DEj DEk DEl DEm DEn DG BEPALINGEN TEN AANZIEN VAN RICHTLIJNGROEPEN DJ 2. Een verzekeraar met zetel in Nederland waarop aanvullend toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig afdeling 3.6.3 richt de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:17, zodanig in dat de procedures en maatregelen ter beheersing van bedrijfsprocessen en risico’s samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn en dat zij de inlichtingen, bedoeld in artikel 1:52, kan verschaffen. DK De Nederlandsche Bank kan, indien zij groepstoezichthouder is, besluiten een onderneming niet in het toezicht, bedoeld in afdeling 3.6.3, te betrekken indien: de onderneming haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is en waar wettelijke belemmeringen bestaan voor het verstrekken van de voor het toezicht noodzakelijke informatie; de bij dat toezicht te betrekken onderneming in het licht van de doelstellingen van dat toezicht slechts van te verwaarlozen betekenis is tenzij verscheidene ondernemingen van dezelfde groep buiten beschouwing mogen worden gelaten en zij gezamenlijk niet van te verwaarlozen betekenis zijn; of het in aanmerking nemen van de financiële positie van die onderneming in het licht van de doelstellingen van dat toezicht misplaatst of misleidend zou zijn. Toezicht op verzekeraars met beperkte risico-omvang in een richtlijngroep 1. Op een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland die deel uitmaakt van een richtlijngroep, niet zijnde een verzekeringsrichtlijngroep, wordt aanvullend toezicht uitgeoefend overeenkomstig deze paragraaf. 2. In het aanvullend toezicht worden betrokken: met de verzekeraar verbonden ondernemingen; in de verzekeraar deelnemende ondernemingen; ondernemingen die zijn verbonden met de in onderdeel b bedoelde ondernemingen. 1. De Nederlandsche Bank betrekt in het aanvullende toezicht, bedoeld in artikel 3:281, onder andere intragroepsovereenkomsten en -posities tussen de aan dat toezicht onderworpen verzekeraar en: met die verzekeraar verbonden ondernemingen; in die verzekeraar deelnemende ondernemingen; ondernemingen die zijn verbonden met de ondernemingen, bedoeld in onderdeel b; en natuurlijke personen die een deelneming bezitten in: die verzekeraar of een daarmee verbonden onderneming; een in die verzekeraar deelnemende onderneming; een onderneming die is verbonden met een onderneming als bedoeld onder 2°. 2. De verzekeraar, bedoeld in het eerste lid, aanhef, dient periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen een rapportage bij de Nederlandsche Bank in waarin zijn opgenomen overeenkomsten en posities voor zover die van significante betekenis zijn. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud, de verstrekking, de modellen en de periodiciteit van de rapportage. 4. Indien uit de intragroepsovereenkomsten en -posities blijkt dat de solvabiliteit van de verzekeraar, bedoeld in het eerste lid, aanhef, in gevaar is of zou kunnen komen, neemt de Nederlandsche Bank maatregelen jegens die verzekeraar. 1. Een verzekeraar met beperkte risico-omvang waarop het toezicht, bedoeld in artikel 3:281, eerste lid, van toepassing is, berekent de aangepaste solvabiliteit. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de berekening van de aangepaste solvabiliteit en de wijze, de periodiciteit en de termijnen van de rapportage. Deze regels kunnen verschillen naar gelang van de samenstelling van de richtlijngroep. 2. Alle verbonden ondernemingen, deelnemende ondernemingen en met een deelnemende onderneming verbonden ondernemingen worden in de berekening betrokken. 3. Indien uit de berekening blijkt dat de solvabiliteit in gevaar is of zou kunnen komen, neemt de Nederlandsche Bank maatregelen jegens die verzekeraar. De Nederlandsche Bank kan verzoeken om een andere groepstoezichthouder dan de groepstoezichthouder die ingevolge artikel 247, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II wordt aangewezen. Zij volgt daarbij de procedure van artikel 247, derde tot en met zevende lid, van die richtlijn. 1. De artikelen 3:8, 3:9, 3:17 3:18, en 3:72, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het niveau van de verzekeringsrichtlijngroep. 1. Een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een deelnemende onderneming is in een andere verzekeraar, of een verzekeringsholding met zetel in Nederland maakt jaarlijks openbaar: een rapport over de solvabiliteit en de financiële toestand op het niveau van de verzekeringsrichtlijngroep; en de juridische structuur en governance- en organisatiestructuur, met inbegrip van een beschrijving van alle dochterondernemingen, materieel verbonden ondernemingen en significante bijkantoren die deel uitmaken van de verzekeringsrichtlijngroep. 2. Ten aanzien van het eerste lid, onderdeel a, is artikel 3:73c, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing. 3. Indien de holding de verplichting, bedoeld in het eerste lid niet of niet tijdig nakomt, rust die verplichting eveneens op een Nederlandse verzekeraar die deel uitmaakt van de verzekeringsrichtlijngroep waarvan de holding deel uitmaakt. 4. Indien de in het eerste lid bedoelde verzekeraar of holding daartoe besluit en de groepstoezichthouder daarmee instemt, kan die verzekeraar of holding één rapport over de solvabiliteit en de financiële toestand van de verzekeringsrichtlijngroep verstrekken. Dat rapport bevat: de informatie op het niveau van de groep die op grond van het eerste lid openbaar wordt gemaakt; de informatie over de dochterondernemingen binnen de groep die overeenkomstig artikel 3:73c, eerste en tweede lid, individueel te herleiden is en openbaar wordt gemaakt. 5. In geval van toepassing van het vierde lid behoeven de afzonderlijke verzekeraars in de groep het rapport, bedoeld in artikel 3:73c, eerste lid, niet openbaar te maken. 6. Indien het rapport, bedoeld in het vierde lid, niet de informatie bevat over een Nederlandse verzekeraar die de Nederlandsche Bank van vergelijkbare verzekeraars verlangt en indien wezenlijke informatie ontbreekt, kan zij van de betrokken verzekeraar verlangen dat hij de aanvullende informatie openbaar maakt. DTa 3. De Autoriteit Financiële Markten deelt de definitieve voorwaarden mee aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten en deponeert de definitieve voorwaarden zo spoedig mogelijk bij de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waaraan zij een verklaring als bedoeld in artikel 5:10, eerste lid, heeft verstrekt, voor zover mogelijk voor de aanvang van de aanbieding van effecten aan het publiek of de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt. «3:72, eerste tot en met zevende en negende lid» vervangen door: 3:72, eerste en derde tot en met zevende lid;. A1 B A Wft.D1.16a De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 2:48, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht € 5.000 Wft.D1.17a De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 2:50, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht € 5.000 C D 3. Een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1:10, onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, die voornemens is met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, zijn werkzaamheden te gaan verrichten met gebruikmaking van een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 2:49b en 3:3 van de Wet op het financieel toezicht, stelt de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis. Daarbij geeft hij aan, onder overlegging van een afschrift van de verklaring, of hij een vergunning als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, of artikel 2:80, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht wenst. De verklaring geldt als een vergunning, bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, of artikel 2:80, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. E 1. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht zoals die artikelen luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel wordt: indien deze vergunning is verleend aan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar die niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de richtlijn solvabiliteit II, of waarop artikel 4, vierde lid, laatste alinea, van dat artikel van toepassing is, onverminderd het tweede en derde lid, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel van rechtswege omgezet in een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht; of indien deze vergunning is verleend aan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar die voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de richtlijn solvabiliteit II en waarop artikel 4, vierde lid, laatste alinea, van dat artikel niet van toepassing is, onverminderd het tweede en derde lid, op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel van rechtswege omgezet in een vergunning als bedoeld in artikel 2:48, eerste lid, of artikel 2:50, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. 2. Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar waarop het eerste lid, onderdeel b, van toepassing is, en die ervoor kiest zijn werkzaamheden na het in werking treden van deze wet te gaan verrichten met een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, stelt de Nederlandsche Bank uiterlijk op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van dit artikel daarvan in kennis. Alsdan wordt zijn vergunning op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel van rechtswege omgezet in die vergunning. 3. Op een schadeverzekeraar die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet een vergunning heeft op grond van artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht zoals dit artikel luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, en die het voornemen heeft zijn werkzaamheden te gaan verrichten met gebruikmaking van de artikelen 2:49b onderscheidenlijk 2:54.0a en 3:3 van de Wet op het financieel toezicht, is artikel XI, derde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing. F 1. Op een natura-uitvaartverzekeraar die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet een vergunning heeft op grond van artikel 2:48, eerste lid, of artikel 2:50, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, en die het voornemen heeft zijn werkzaamheden te gaan verrichten met gebruikmaking van de artikelen 2:49b onderscheidenlijk 2:54.0a en 3:3 van de Wet op het financieel toezicht is artikel XI, derde lid, van overeenkomstige toepassing. 2. Een natura-uitvaartverzekeraar waarop het eerste lid van toepassing is, en die ervoor kiest zijn werkzaamheden na het in werking treden van deze wet te gaan verrichten met een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, stelt de Nederlandsche Bank uiterlijk op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van dit artikel daarvan in kennis. Alsdan wordt zijn vergunning op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel van rechtswege omgezet in die vergunning. G A richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU 2009, L 335). B C Verzekeraars met beperkte risico-omvang D Deze paragraaf is van toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. E De artikelen 213a, eerste lid, 213b, 213d, 213e, 213f, 213i en 213k, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang. F G 4. In geval van faillietverklaring van een levensverzekeraar met beperkte risico-omvang op grond van deze paragraaf is artikel 213m, eerste, derde en vierde tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing. 5. In geval van faillietverklaring van een schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang op grond van deze paragraaf is artikel 213m, eerste, derde en vierde tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing. een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in dat artikel;. 1. Ter voorbereiding op de invoering van richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU 2009, L 335) kan de Nederlandsche Bank de besluiten, bedoeld in artikel 308 bis, eerste lid, onderdelen a tot en met i en k en l, tweede en derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II nemen. 2. Besluiten van de Nederlandsche Bank als bedoeld in artikel 308 bis, vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II treden niet in werking voor 1 januari 2016. 1. Op herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars die met ingang van 1 januari 2016 geen nieuwe verzekeringen sluiten en uitsluitend hun bestaande verzekeringsportefeuille beheren en afwikkelen, zijn de titels I, II en III van de richtlijn solvabiliteit II niet van toepassing mits zij voldoen aan artikel 308 ter, eerste lid, onderdeel a of b, en derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II. 2. Op de in het eerste lid bedoelde verzekeraars is artikel 308 ter, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II van toepassing. 3. Artikel 308 ter, veertiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II is van toepassing op een verzekeraar die: op 31 december 2015 in het bezit was van een vergunning op grond van de Wet op het financieel toezicht; voldeed aan de op dat moment geldende solvabiliteitseisen van de Wet op het financieel toezicht; en op 1 januari 2016 zou moeten voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van de richtlijn solvabiliteit II maar gedurende dat jaar niet daaraan voldoet. 4. Artikel 308 ter, zeventiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II is van toepassing op het niveau van een verzekeringsrichtlijngroep, indien de verzekeraars in die groep op 31 december 2015 voldoen aan de ingevolge artikel 3:285, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht vereiste aangepaste solvabiliteit. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie Omnibus II-richtlijn. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 34 100
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 24 juni 2015 tot wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie van de richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EU en 2009/138/EG alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2014, L 153) (Wet implementatie Omnibus II-richtlijn)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in