Wet van 20 december 2017 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2018)
This section sets several tax-related rules, including a waste-shipment charge, a request deadline tied to an EVOA declaration, and commencement rules for parts of the law.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 28 Dec 2017
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 20 december 2017 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2018)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 20 december 2017 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2018)
AI-assisted research summary: This section sets several tax-related rules, including a waste-shipment charge, a request deadline tied to an EVOA declaration, and commencement rules for parts of the law.
Staatsblad Wet van 20 december 2017 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2018) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A Abis Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan maar niet meer dan wordt toegerekend aan rendementsklasse I en wordt toegerekend aan rendementsklasse II € 0 € 70.800 67% 33% € 70.800 € 978.000 21% 79% € 978.000 – 0% 100% Aa B C D E A B 3. Indien zulks leidt tot een ten minste 10 percent lager toetsingsinkomen, wordt bij beëindiging van het partnerschap in het berekeningsjaar, in afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid, op verzoek van de belanghebbende bij de berekening van het toetsinkomen van de partner: geen rekening gehouden met: belastbaar loon dat is genoten na de beëindiging van het partnerschap; winst uit een onderneming die na de beëindiging van het partnerschap is gestart; en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden die na beëindiging van het partnerschap zijn gestart; het belastbare loon dat in de periode van partnerschap is genoten tijdsevenredig herleid naar een jaarloon. 4. Bij beëindiging van het medebewonerschap in het berekeningsjaar is het derde lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het toetsingsinkomen van de medebewoner. A B C A Aa Ab B 10. Indien het ontbonden lichaam met de belastingplichtige verbonden is of op enig tijdstip is geweest en onmiddellijk of middellijk een schuldvordering of een soortgelijk vermogensbestanddeel heeft gehad op een ander lichaam dat deel uitmaakt of deel heeft uitgemaakt van dezelfde fiscale eenheid als de belastingplichtige, wordt het voor de deelneming opgeofferde bedrag slechts in aanmerking genomen voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat dit opgeofferde bedrag in absolute zin uitgaat boven de aan dat andere lichaam toe te rekenen winst van de fiscale eenheid gedurende de periode dat dit deel uitmaakte van dezelfde fiscale eenheid als de belastingplichtige, indien die toe te rekenen winst per saldo uitkomt op een negatief bedrag. Dat negatieve bedrag beloopt niet meer dan het geheel van de negatieve voordelen op de schuldvordering of het soortgelijke vermogensbestanddeel, bedoeld in de eerste volzin, die toerekenbaar zijn aan de aldaar bedoelde periode. C D een lichaam dat met de belastingplichtige verbonden is of op enig tijdstip is geweest;. E Indien: een immaterieel activum met toepassing van artikel 12ba, eerste lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 als kwalificerend immaterieel activum is aangemerkt; met toepassing van artikel 12b van die wet in 2017 kwalificerende voordelen uit hoofde van dat immateriële activum in aanmerking zijn genomen; en komt vast te staan dat de aanvraag voor het octrooi of kwekersrecht, bedoeld in artikel 12ba, eerste lid, onderdeel b, aanhef en onder 2, van die wet, niet wordt toegewezen; blijft op dat immateriële activum en met betrekking tot die kwalificerende voordelen artikel 12be, eerste lid, onderdeel b, van die wet, zoals dat luidde op 31 december 2017, van toepassing. A B Geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Geneesmiddelenwet waarvoor een handelsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 1, onderdeel lll, van die wet of waarvoor geen handelsvergunning is vereist ingevolge artikel 40, derde lid, onderdelen a tot en met g, van die wet, alsmede voorbehoedsmiddelen, infusievloeistoffen, nierdialyseconcentraten en kennelijk voor geneeskundige doeleinden bestemde inhalatiegassen;. C goederen bestemd voor de bevoorrading van: schepen die voor 70 percent of meer worden gebruikt voor de vaart op volle zee: waarmee passagiersvervoer tegen betaling plaatsvindt; of die worden gebruikt voor de uitoefening van een industriële, handels- of visserijactiviteit; reddingsboten en schepen voor hulpverlening op zee; schepen voor de kustvisserij, met uitzondering van scheepsproviand; oorlogsschepen die Nederland verlaten met als bestemming een haven of ankerplaats buiten Nederland; luchtvaartuigen die worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen of goederen tegen betaling; de schepen, bedoeld in post 3, onder a tot en met d, alsmede de voorwerpen – met inbegrip van uitrusting voor de visserij – die met deze schepen vast verbonden zijn of die voor hun exploitatie dienen; de luchtvaartuigen bedoeld in post 3, onder e, alsmede de voorwerpen die met deze luchtvaartuigen vast verbonden zijn of die voor hun exploitatie dienen;. de diensten die worden verricht ten aanzien van goederen als bedoeld in de posten a.1, a.2, a.7 en a.8; de verbouwing, de reparatie, het onderhoud, de bevrachting en de verhuur van de schepen, bedoeld in post a.3, onder a tot en met d, alsmede de verhuur, de reparatie en het onderhoud van de voorwerpen – met inbegrip van uitrusting voor de visserij – die met die schepen vast verbonden zijn of die voor hun exploitatie dienen; de verbouwing, de reparatie, het onderhoud, de bevrachting en de verhuur van de luchtvaartuigen, bedoeld in post a.3, onder e, alsmede de verhuur, de reparatie en het onderhoud van de voorwerpen die met deze luchtvaartuigen vast verbonden zijn of die voor hun exploitatie dienen; andere diensten dan de diensten, bedoeld onder b en c, die worden verricht voor de rechtstreekse behoeften van de schepen, bedoeld in post a.3, onder a tot en met d, en hun lading en de luchtvaartuigen, bedoeld in post a.3, onder e, en hun lading;. A B 3. Indien tijdens de eerste vijf jaren na het tijdstip waarop de bestelauto is ingeschreven in het kentekenregister niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen voor de vrijstelling, is op dat moment de belasting verschuldigd als ware er sprake van een registratie van die bestelauto als bedoeld in artikel 1, tweede lid. In afwijking van artikel 5, eerste lid, wordt de belasting geheven van de ondernemer, bedoeld in het eerste lid. A de overbrenging van afvalstoffen uit Nederland om deze buiten Nederland te verwijderen of te laten verwijderen met toepassing van een ingevolge de EVOA bij beschikking verleende toestemming tot overbrenging, met uitzondering van afvalstoffen waarvan uit boeken en bescheiden blijkt dat zij naar Nederland zijn overgebracht in de zin van de EVOA. 2. De aan een inrichting afgegeven afvalstoffen en de uit Nederland overgebrachte afvalstoffen worden geacht alle ter verwijdering te zijn afgegeven, onderscheidenlijk overgebracht. B C D bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c: over het gewicht van de afvalstoffen die uit Nederland worden overgebracht ter verwijdering buiten Nederland, gemeten in kilogrammen. 2. Wanneer de afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in het buitenland op een zodanige wijze zijn gestort of verbrand dat bij een vergelijkbare verwerking in Nederland geen of minder belasting verschuldigd zou zijn, wordt ook voor de heffing ten aanzien van de uit Nederland overgebrachte afvalstoffen dit lagere belastingbedrag in aanmerking genomen. 3. Het gewicht van de uit Nederland overgebrachte afvalstoffen, alsmede, indien van toepassing, de vergelijkbare verwerking in het buitenland, bedoeld in het tweede lid, blijkt uit een beschikking van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. Op deze beschikking is de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing. 4. De kennisgever, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, verzoekt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu om de beschikking, bedoeld in het derde lid, binnen vier weken nadat de verklaring, bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van de EVOA, is ontvangen, dan wel ontvangen had moeten zijn, voor alle afvalstoffen die zijn overgebracht uit Nederland met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c. 5. Bij of krachtens op voordracht van Onze Ministers vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: de wijze van indiening van het verzoek om de beschikking, bedoeld in het derde en vierde lid, waarbij in afwijking van de artikelen 2:14, eerste lid, en 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden bepaald dat het verzoek geheel of gedeeltelijk elektronisch wordt ingediend of in ontvangst wordt genomen; de gegevens die de kennisgever verstrekt bij het verzoek om de beschikking; de inhoud van de beschikking. E F G H de overbrenging van afvalstoffen: € 13,11 per 1.000 kilogram. 2. Wanneer in geval van overbrenging van afvalstoffen op het tijdstip van aanvang van de fysieke overbrenging een lager tarief geldt dan het tarief, genoemd in het eerste lid onderdeel d, dat geldt op het tijdstip waarop de belasting is verschuldigd, is voor die afvalstoffen dat lagere tarief van toepassing. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld voor de aldus te berekenen belasting. I 1. Vrijgesteld is de afgifte ter verwijdering of overbrenging ter verwijdering van baggerspecie. J K A B Hoofdelijk aansprakelijk is voor de omzetbelasting die verschuldigd is ter zake van de levering van een zaak: de pandhouder, de hypotheekhouder of de executant die zich heeft verhaald op het door de koper betaalde bedrag, voor zover dat betrekking heeft op de ter zake van de levering verschuldigde omzetbelasting. De eerste volzin is niet van toepassing ingeval de pandhouder, onderscheidenlijk de hypotheekhouder, onderscheidenlijk de executant, niet wist en ook niet behoorde te weten dat de omzetbelasting niet of niet volledig door de belastingschuldige is of zal worden voldaan. A B C 1. Onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2018, met dien verstande dat: artikel I, onderdelen Abis tot en met D, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2018 is toegepast; indien artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2019 wordt toegepast: artikel IA, onderdeel B, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast; artikel III, onderdelen A tot en met C, eerst toepassing vindt nadat artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2018 is toegepast; indien artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2019 wordt toegepast: artikel IIIA eerst toepassing vindt nadat artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast; indien artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van het kalenderjaar 2018 wordt toegepast, artikel IX, onderdelen J en K, eerst toepassing vindt nadat artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast; artikel XIIA, onderdeel A, toepassing vindt voordat artikel V van het Belastingplan 2017 wordt toegepast; artikel XIII toepassing vindt voordat hoofdstuk III, artikel II, vierde lid, van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES wordt toegepast. 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel IX, onderdelen A tot en met I, in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, waarbij kan worden bepaald dat artikel IX, onderdelen A tot en met I, geen toepassing vindt ten aanzien van de overbrenging van afvalstoffen uit Nederland binnen een daarbij te bepalen aantal maanden na het tijdstip van inwerkingtreding, met toepassing van een ingevolge Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU 2006, L 190) bij beschikking verleende toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederland die is verleend vóór het tijdstip van inwerkingtreding. 3. In afwijking van het eerste lid treedt artikel VII, onderdelen A en C, in werking met ingang van 1 januari 2019. Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2018. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 34 785
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 20 december 2017 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2018)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in