Besluit van 6 september 2018 tot vaststelling van het tijdstip, bedoeld in artikel IV van de Wet verbeterde premieregeling en het tijdstip, bedoeld in artikel IIA van de Wet pensioencommunicatie
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This decision sets two dates and assigns the Minister of Social Affairs and Employment to implement it.
Staatsblad Besluit van 6 september 2018 tot vaststelling van het tijdstip, bedoeld in artikel IV van de Wet verbeterde premieregeling en het tijdstip, bedoeld in artikel IIA van de Wet pensioencommunicatie Hebben goedgevonden en verstaan: artikel 1. Het tijdstip, bedoeld in artikel IV van de Wet verbeterde premieregeling, is 1 januari 2019. 2. Het tijdstip, bedoeld in artikel IIA van de Wet pensioencommunicatie, is 30 september 2019. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. NOTA VAN TOELICHTING In de Wet pensioencommunicatie en de Wet verbeterde premieregeling is geregeld dat in een aantal gevallen waarbij informatie over ouderdomspensioen wordt verstrekt, deze informatie tevens moet worden verstrekt in drie scenario’s: een pessimistisch, verwacht en optimistisch scenario. Omdat de weergave in scenario’s nog verder ontwikkeld moest worden is in artikel IIA van de Wet pensioencommunicatie en artikel IV van de Wet verbeterde premieregeling geregeld dat de verplichting tot weergave in scenario’s niet geldt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In dit besluit wordt het tijdstip vastgesteld vanaf wanneer weergave in scenario’s wel verplicht is. Het tijdstip, bedoeld in artikel IV van de Wet verbeterde premieregeling is 1 januari 2019. Daarbij gaat het om de informatieverstrekking over een variabele en vaste uitkering in het kader van de artikelen 44a en 63b van de Pensioenwet en de artikelen 55a en 75b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Het tijdstip, bedoeld in artikel IIA van de Wet pensioencommunicatie is 30 september 2019. Hierbij gaat het om de informatieverstrekking voorafgaand aan deelname in een vrijwillige pensioenregeling, informatie op verzoek en via het pensioenregister in het kader van de artikelen 45, 46 en 51 van de Pensioenwet en de artikelen 56, 57 en 62 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.