Beschikking van de Minister van Justitie van 12 november 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 11 september 1997, Stb. 521
This section publishes the updated text of the endangered exotic animal and plant species law and sets out core trade bans, permit powers, reporting rules, and related exemptions.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 11 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Beschikking van de Minister van Justitie van 12 november 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 11 september 1997, Stb. 521
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Beschikking van de Minister van Justitie van 12 november 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 11 september 1997, Stb. 521
AI-assisted research summary: This section publishes the updated text of the endangered exotic animal and plant species law and sets out core trade bans, permit powers, reporting rules, and related exemptions.
Staatsblad Beschikking van de Minister van Justitie van 12 november 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 11 september 1997, Stb. 521 Gelet op artikel II van de wet van 11 september 1997, Stb. 521; de tekst van de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 11 september 1997, Stb. 521, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. TEKST VAN DE WET BEDREIGDE UITHEEMSE DIER- EN PLANTENSOORTEN, ZOALS LAATSTELIJK GEWIJZIGD BIJ DE WET VAN 11 SEPTEMBER 1997, STB. 521 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. producten van dieren: al hetgeen afkomstig is van dieren en al hetgeen geheel of gedeeltelijk is vervaardigd uit dieren of delen daarvan, alsmede alle goederen waarvan uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket of enig andere omstandigheid blijkt dat zij afkomstig zijn van of geheel of gedeeltelijk vervaardigd zijn uit dieren of delen daarvan; c. producten van planten: al hetgeen afkomstig is van planten en al hetgeen geheel of gedeeltelijk is vervaardigd uit planten of delen daarvan, alsmede alle goederen waarvan uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket of enig andere omstandigheid blijkt dat zij afkomstig zijn van of geheel of gedeeltelijk vervaardigd zijn uit planten of delen daarvan. In deze wet en daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder: a. soort: ondersoort, geografisch onderscheiden populatie van een soort of kruisingen van soorten; b. dode dieren: lichamen van dieren die op enigerlei wijze geschikt zijn gemaakt om duurzaam te worden bewaard; c. binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen: iedere handeling die kennelijk rechtstreeks is gericht op het bewerkstelligen van het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen. Vervallen Het is verboden levende of dode dieren of planten, behorende tot door Onze Minister aangewezen soorten, of delen of producten van die dieren of planten, tentoon te stellen voor handelsdoeleinden, te verkopen, in bezit te hebben met het oog op verkoop, ten verkoop aan te bieden, te vervoeren met het oog op verkoop, te ruilen of in ruil aan te bieden, af te leveren, en binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Het is verboden levende dieren of planten, behorende tot soorten als bedoeld in het eerste lid onder zich te hebben of te vervoeren. Het verbod bedoeld in het tweede lid is tevens van toepassing op dode dieren of planten, behorende tot door Onze Minister aangewezen soorten, of delen of producten van die dieren of planten. Het is verboden levende of dode dieren of planten, behorende tot door Onze Minister aangewezen soorten, of delen of producten van die dieren of planten, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Het is verboden levende of dode dieren of planten als bedoeld in het eerste lid, of delen of producten van die dieren of planten tentoon te stellen voor handelsdoeleinden, te verkopen, in bezit te hebben met het oog op verkoop, ten verkoop aan te bieden, te vervoeren met het oog op verkoop, te ruilen of in ruil aan te bieden of af te leveren. Het is verboden levende dieren of planten, behorende tot soorten als bedoeld in het eerste lid onder zich te hebben of te vervoeren. Het verbod, bedoeld in het derde lid, is tevens van toepassing op dode dieren en planten, behorende tot door Onze Minister aangewezen soorten, of delen of producten van die soorten. De verboden, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, gelden niet ten aanzien van levende of dode dieren of planten, of delen of producten van die dieren of planten, indien deze: a. overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, b. in Nederland zijn gekweekt, of c. zijn verworpen overeenkomstig de vóór het tijdstip van de aanwijzing van de betrokken soort op grond van het eerste lid geldende bepalingen. Krachtens de artikelen 3, eerste lid, of 3a, eerste lid, worden uitsluitend soorten aangewezen die niet van nature in Nederland in het wild voorkomen en waarvoor het ingevolge de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Trb. 1975, 23) of een besluit van een orgaan van de Europese Gemeenschappen noodzakelijk is om een verbod als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, of 3a, eerste lid, in te stellen. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een of meer verboden als bedoeld in artikel 3, van toepassing zijn op levende of dode dieren of planten behorende tot bij die algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, die niet van nature in Nederland in het wild voorkomen, of delen of producten van die dieren of planten, indien dat in het belang is van in het wild levende populaties van die soorten. Krachtens het tweede lid en de artikelen 3 en 3a, worden niet aangewezen soorten die vallen onder de Vogelwet 1936, de Jachtwet of de Natuurbeschermingswet. Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 3a of 4, tweede lid. Aan een ontheffing of vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend. De voorschriften en beperkingen kunnen worden gewijzigd. Vrijstellingen als bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval verschillend worden vastgesteld naar gelang van soorten of categorieën van soorten en handelingen welke de vrijstelling betreft. Voorts kan onderscheid worden gemaakt naar levende of dode, wilde of gefokte dieren en naar delen of producten van die dieren, naar levende of dode, wilde of gekweekte planten en naar delen of producten van die planten. De Minister kan bepalen welke gegevens bij het aanvragen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, dienen te worden verstrekt en welke bewijsstukken daarbij dienen te worden overgelegd. Onze Minister kan een ontheffing intrekken, indien: a. de ter verkrijging van een ontheffing verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat, waren de juiste gegevens verstrekt, een andere beslissing zou zijn genomen; b. blijkt, dat een of meer aan een ontheffing verbonden voorschriften niet zijn nageleefd; c. zich omstandigheden hebben voorgedaan die, waren zij op het tijdstip van het verlenen van een ontheffing bekend geweest, tot een andere beslissing zouden hebben geleid; d. de omstandigheden sedert het tijdstip van de verlening van een ontheffing zodanig zijn gewijzigd, dat geen ontheffing zou zijn verleend, indien deze omstandigheden op het tijdstip van de verlening van een ontheffing zouden hebben bestaan. Onze Minister kan een vergoeding van kosten heffen overeenkomstig een door hem vast te stellen tarief voor de afgifte van ontheffingen als bedoeld in het eerste lid, alsmede voor de afgifte van op grond van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, benodigde documenten. Bij ministeriële regeling wordt, ten aanzien van bij die regeling aan te wijzen soorten, bepaald met het oog op welke belangen en met inachtneming van welke voorwaarden, ontheffingen als bedoeld in het eerste lid, kunnen worden verleend. Bij ministeriële regeling worden regelen gesteld omtrent het voeren van een administratie en het verstrekken van gegevens voor handelaren, met betrekking tot het in voorraad houden, ontvangen, verkopen of afleveren van levende of dode dieren of planten, behorende tot ingevolge de artikelen 3 of 3a, of 4, tweede lid, aangewezen soorten, alsmede delen of producten van die dieren of planten. Onze Minister kan bepalen, dat levende of dode dieren of planten, alsmede delen of producten van dieren of planten, die in strijd met het bepaalde in deze wet binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, op kosten van de eigenaar, vervoerder, importeur of diens gemachtigde, worden teruggezonden naar het land van uitvoer of herkomst of naar enige andere plaats buiten Nederland worden gebracht die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister geschikt is en in overeenstemming is met de doeleinden van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten. Onder de in het eerste lid genoemde kosten kunnen mede zijn begrepen de kosten van bewaring in verband met het transport naar de plaats van bestemming. Indien niet tot terugzending naar enige andere plaats buiten Nederland als bedoeld in het eerste lid wordt besloten, kunnen de kosten van verzorging, huisvesting of opslag binnen Nederland geheel of gedeeltelijk in rekening worden gebracht bij de eigenaar, vervoerder, importeur of diens gemachtigde, bedoeld in het eerste lid. Bij ministeriële regeling kunnen terzake nadere regels worden gesteld. Hetgeen krachtens de artikelen 5, vijfde lid, en 7 verschuldigd is, kan, verhoogd met de kosten vallende op de invordering, door de Staat worden ingevorderd bij dwangbevel medebrengende het recht van parate executie. Geen invordering geschiedt dan nadat de schuldenaar schriftelijk is aangemaand om binnen de daarbij te stellen termijn van ten minste tien dagen alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat het verschuldigde bedrag, voor zover dit binnen de gestelde termijn niet wordt betaald, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel zal worden ingevorderd. Het dwangbevel wordt betekend en ten uitvoer gelegd op de wijze, bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten aanzien van vonnissen en authentieke akten voorgeschreven. Verzet door de schuldenaar tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel wordt ingesteld door dagvaarding van de Staat, voor de rechtbank van het arrondissement waarbinnen zijn woonplaats is gelegen. Het verzet stuit de aanvang of de voortzetting van de tenuitvoerlegging niet, behoudens de bevoegdheid van de geëxecuteerde die het verzet heeft gedaan, om hieromtrent een voorziening bij voorraad uit te lokken. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de plaatsen waar levende of dode dieren of planten, behorende tot soorten die zijn aangewezen op grond van de artikelen 3 of 3a, of 4, tweede lid, of delen of producten van die dieren of planten Nederland dienen te worden binnengebracht. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval betrekking hebben op de voorzieningen voor de opvang van levende dieren en planten. Er is een Commissie bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, verder te noemen commissie, die tot taak heeft de regering en de beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over het beleid inzake de uitvoering van deze wet en de afstemming met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de totstandkoming en uitvoering van besluiten van organen van de Europese Gemeenschappen verband houdende met in het wild levende dier- en plantensoorten. De commissie fungeert als wetenschappelijke autoriteit als bedoeld in artikel IX van de op 3 maart 1973 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten. De commissie bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden, de voorzitter daaronder begrepen, die ook specifieke deskundigheid bezitten op het gebied van natuurbescherming, het welzijn van dieren en de opvang van dieren. Vervallen Vervallen Het verbod op het onder zich hebben of vervoeren, bedoeld in de artikelen 3 of 3a, geldt niet voor levende of dode dieren of planten, of delen of producten daarvan, ten aanzien waarvan aannemelijk gemaakt kan worden dat zij zijn verworven of onder zich werden gehouden vóór de inwerkingtreding van een op grond van deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, waarbij de betrokken soorten voor de eerste maal zijn aangewezen en ten gevolge van welke aanwijzing een verbod op het onder zich hebben van toepassing is op de betrokken soorten. Vervallen Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van krachtens het verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap vastgestelde verplichtingen inzake onderwerpen waarop deze wet van toepassing is, regels worden gesteld. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op het vervoer en de registratie van levende exemplaren van bedreigde dier- of plantensoorten. Tevens kan de opsomming van handelingen, bedoeld in de artikelen 3, 3a en 6 worden gewijzigd of aangevuld. Wijziging van de Wet op de dierenbescherming. Deze wet kan worden aangehaald als «Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten». Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor elk van de artikelen verschillend kan zijn.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Beschikking van de Minister van Justitie van 12 november 1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 11 september 1997, Stb. 521
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in