Beschikking van de Minister van Justitie van 29 september 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet Inspectie voor de Volksgezondheid BES, zoals gewijzigd bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingsregeling BES-wetten
This law sets up the Public Health Inspectorate BES, gives it supervision and enforcement powers, and places information and secrecy duties on public bodies and persons involved in the law’s execution.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 1 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Beschikking van de Minister van Justitie van 29 september 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet Inspectie voor de Volksgezondheid BES, zoals gewijzigd bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingsregeling BES-wetten
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Beschikking van de Minister van Justitie van 29 september 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet Inspectie voor de Volksgezondheid BES, zoals gewijzigd bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingsregeling BES-wetten
AI-assisted research summary: This law sets up the Public Health Inspectorate BES, gives it supervision and enforcement powers, and places information and secrecy duties on public bodies and persons involved in the law’s execution.
Aanhef Lichaam Ondertekening TEKST VAN DE WET INSPECTIE VOOR DE VOLKSGEZONDHEID BES, ZOALS GEWIJZIGD BIJ DE AANPASSINGSWET OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA EN DE AANPASSINGSREGELING BES-WETTEN Lichaam HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 HOOFDSTUK 2 Inspectie Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 HOOFDSTUK 3 Verplichtingen van de openbare lichamen Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 HOOFDSTUK 4 Handhaving § 1. Toezicht Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 § 2. Bestuursdwang Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 § 3. Last onder dwangsom Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 § 4. Bestuurlijke boete Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38 § 5. Opsporing Artikel 39 § 6. Strafbepaling Artikel 40 Artikel 41 HOOFDSTUK 5 Bijzondere bepaling Artikel 42 HOOFDSTUK 6 Wijziging van andere regelgeving Artikel 43 HOOFDSTUK 7 Overgangs en slotbepalingen Artikel 44 Artikel 45 Beschikking van de Minister van Justitie van 29 september 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet Inspectie voor de Volksgezondheid BES, zoals gewijzigd bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingsregeling BES-wetten De Minister van Justitie, Gelet op artikel 24, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; Besluit: de tekst van de Wet Inspectie voor de Volksgezondheid BES, zoals gewijzigd bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingsregeling BES-wetten in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. ’s-Gravenhage, 29 september 2010 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin Uitgegeven de eerste oktober 2010 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin TEKST VAN DE WET INSPECTIE VOOR DE VOLKSGEZONDHEID BES, ZOALS GEWIJZIGD BIJ DE AANPASSINGSWET OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA EN DE AANPASSINGSREGELING BES-WETTEN HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister, bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; Inspectie: de Inspectie voor de Volksgezondheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid; Inspecteurgeneraal: de Inspecteurgeneraal voor de volksgezondheid, bedoeld in artikel 3, eerste lid; inspecteur: de inspecteur voor de volksgezondheid, bedoeld in artikel 4, tweede lid; HOOFDSTUK 2 Inspectie Artikel 2 Er is een Inspectie voor de Volksgezondheid. Zij is gevestigd in een door Onze Minister aangewezen plaats. 2. De Inspectie heeft tot taak: a. het toezicht op de volksgezondheid; b. het toezicht op de naleving van de wettelijke regelingen op het gebied van bestrijdingsmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen, biociden en milieuaangelegenheden; c. het uitbrengen, op verzoek of uit eigen beweging, van adviezen en het verstrekken van inlichtingen; d. de behandeling van klachten; e. het verrichten van andere bij of krachtens wet opgedragen taken. 3. Ter zake van de het tweede lid bedoelde taken kunnen bij algemene maatregel van bestuur, regels worden gesteld. 4. Onze Minister kan de Inspectie ter zake van het verrichten van de in het tweede lid bedoelde taken aanwijzingen geven. Artikel 3 1. Aan het hoofd van de Inspectie staat de Inspecteurgeneraal voor de volksgezondheid. 2. Tot Inspecteurgeneraal voor de volksgezondheid kan slechts worden aangesteld degene die in het bezit is van: a. het Nederlands artsdiploma of van een daarmee, op grond van de op grond van het Besluit geneeskunde BES gelijkgesteld diploma; dan wel b. het Nederlands apothekersdiploma of van een daarmee, op grond van het Besluit bevoegdheid apothekers en apothekersassistenten, gelijkgesteld diploma. 3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt een plaatsvervangend Inspecteurgeneraal benoemd, deze vervangt de Inspecteurgeneraal bij diens afwezigheid wegens ziekte, verlof of ontstentenis. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 4. De Inspecteurgeneraal neemt bij de vervulling van zijn taak de in artikel 2, vierde lid, bedoelde aanwijzingen van Onze Minister in acht. Artikel 4 1. Bij algemene maatregel van bestuur, wordt de Inspectie in onderdelen verdeeld. Ieder onderdeel wordt belast met een of meer delen van de taak, genoemd in artikel 2. 2. Aan het hoofd van elk onderdeel staat een inspecteur. 3. Bij algemene maatregel van bestuur, worden regels gegeven over de opleidingseisen waaraan een inspecteur moet voldoen. Artikel 5 1. Bij elk onderdeel kunnen een of meer adjunct inspecteurs worden benoemd. 2. Bij algemene maatregel van bestuur, worden regels gegeven over de opleidingseisen waaraan een adjunct inspecteur moet voldoen. Artikel 6 Bij algemene maatregel van bestuur, kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de taak, de bevoegdheid en de werkzaamheden van de Inspecteurgeneraal, de inspecteurs, de adjunct inspecteurs en het overige personeel van de Inspectie. Artikel 7 1. Op verzoek van de Inspecteurgeneraal kan Onze Minister het bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba verzoeken personeel ter beschikking te stellen aan de Inspectie, ter uitoefening van nader omschreven inspectiewerkzaamheden op dit openbaar lichaam, onder leiding en verantwoordelijkheid van de Inspecteurgeneraal dan wel, indien een inspecteur is aangesteld, van die inspecteur. Het desbetreffende bestuurscollege verleent zoveel mogelijk de gevraagde medewerking. 2. In geval het eerste lid toepassing vindt, zijn de artikelen 12 en 13 op de ter beschikking gestelde personen van overeenkomstige toepassing. 3. Het bestuurscollege van een openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan Onze Minister benaderen met het verzoek de Inspecteurgeneraal te verzoeken een nader omschreven inspectieonderzoek te verrichten in dit openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Onze Minister verleent zoveel mogelijk de gevraagde medewerking. HOOFDSTUK 3 Verplichtingen van de openbare lichamen Artikel 8 Het bestuurscollege verstrekt de Inspecteurgeneraal alle het bestuurscollege bekend zijnde gegevens inzake de volksgezondheid bedreigende situaties in het desbetreffende openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede inzake situaties waarbij de gezondheid van een of meer personen in dat openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius en Saba op bijzondere wijze in het geding is. Artikel 9 Het bestuurscollege verstrekt de Inspecteurgeneraal alle door deze verlangde inlichtingen met betrekking tot de naleving van de wettelijke regelingen op het gebied voor de volksgezondheid, waarvan de uitvoering is opgedragen aan organen en diensten van het desbetreffende openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Artikel 10 1. Indien de Inspecteurgeneraal van mening is dat de uitvoering van een wettelijke regeling als bedoeld in artikel 9 onvoldoende is, geeft hij het bestuurscollege daarvan kennis onder vermelding van de maatregelen die getroffen dienen te worden. 2. Indien de in het eerste lid bedoelde maatregelen niet worden getroffen, dan stelt de inspecteur de gezaghebber daarvan in kennis met het verzoek alsnog op grond van artikel 68, tweede lid, van de Eilandenregeling Nederlandse Antillen, daarin te voorzien. HOOFDSTUK 4 Handhaving § 1. Toezicht Artikel 11 1. Met het toezicht op de naleving van wettelijke regelingen op het gebied van de volksgezondheid zijn, naast de krachtens die wettelijke regeling aangewezen personen, belast de bij ministeriële regeling aangewezen medewerkers van de Inspectie. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2. Toezichthouders zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: a. alle inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen; d. alle plaatsen met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner te betreden, eventueel vergezeld van door hen aangewezen personen; e. woningen of tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner binnen te treden. 3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm. 4. Op het binnentreden van woningen of van tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, is Titel 4 van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureurgeneraal. 5. Een ieder is verplicht aan de toezichthouder alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd. 6. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit. Artikel 12 1. Bij de uitoefening van hun taak dragen de toezichthouders een door Onze Minister te verstrekken legitimatiebewijs bij zich. 2. Desgevraagd tonen zij hun legitimatiebewijs aanstonds. 3. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthouder en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid. 4. Bij algemene maatregel van bestuur, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de toezichthouders. Artikel 13 1. Toezichthouders zijn bevoegd, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, inzage te nemen in patiëntendossiers. 2. Beheerders van de in het eerste lid bedoelde dossiers zijn verplicht aan de toezichthouder alle medewerking te verlenen die op grond van het eerste lid wordt gevorderd. Artikel 11, zesde lid is in een zodanig geval niet van toepassing. Artikel 14 De Inspectie is bevoegd tot het geven van aanwijzingen ten einde de naleving van de wettelijke voorschriften op het gebied waarvan aan de Inspectie toezichthoudende bevoegdheden zijn toegekend te garanderen. § 2. Bestuursdwang Artikel 15 De Inspectie is bevoegd tot het doen wegnemen, ontruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen in strijd met de in de onderscheiden wetten de volksgezondheid betreffende en de daarop berustende bepalingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten. Artikel 16 1. Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang wordt op schrift gesteld en geldt als een beschikking. De beschikking vermeldt welk voorschrift is overtreden. 2. De bekendmaking ervan geschiedt aan de overtreder en andere rechthebbenden. 3. In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de overtreder en eventuele andere rechthebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zelf de in de beschikking vermelde maatregelen te treffen. Geen termijn behoeft te worden gegund, indien de vereiste spoed zich daartegen verzet. 4. Indien de situatie dermate spoedeisend is dat de Inspectie de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt de Inspectie alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en de bekendmaking. Artikel 17 1. De overtreder is de kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang verschuldigd, tenzij de kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen. 2. De beschikking vermeldt dat de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder plaatsvindt. 3. Indien echter de kosten geheel of gedeeltelijk niet ten laste van de overtreder zullen worden gebracht, wordt dat in de beschikking vermeld. 4. Onder de kosten worden begrepen de kosten verbonden aan de voorbereiding van bestuursdwang, voor zover deze kosten zijn gemaakt na het tijdstip waarop de termijn bedoeld in artikel 16, derde lid, is verstreken. 5. De kosten zijn ook verschuldigd indien de bestuursdwang door opheffing van de onrechtmatige situatie niet of niet volledig is uitgevoerd. Artikel 18 1. De Inspectie kan van de overtreder bij dwangbevel de verschuldigde kosten, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen. 2. Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES. 3. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn. 4. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn kan het gerecht in eerste aanleg de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen. Artikel 19 De kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang zijn bevoorrecht op de zaak ten aanzien waarvan zij zijn besteed en worden na de kosten, bedoeld in artikel 284 van het Burgerlijk Wetboek BES, uit de opbrengst van de zaak betaald. Artikel 20 Om aan een beslissing van bestuursdwang uitvoering te geven, komen de personen die daartoe door de Inspectie zijn aangewezen, de bevoegdheden toe, genoemd in artikel 11, tweede en derde lid. Artikel 11, vierde lid, is van toepassing. Artikel 21 Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang behoort het verzegelen van gebouwen, terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt. Artikel 22 1. Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang behoort het meevoeren en opslaan van daarvoor vatbare zaken voor zover de toepassing van bestuursdwang dit vereist. 2. Indien zaken zijn meegevoerd en opgeslagen, doet de Inspectie daarvan procesverbaal opmaken, waarvan afschrift wordt verstrekt aan de rechthebbende. 3. De Inspectie draagt zorg voor de bewaring van de opgeslagen zaken en geeft deze zaken terug aan de rechthebbende, zodra dat redelijkerwijze nodig is. 4. De Inspectie is bevoegd de afgifte op te schorten totdat de verschuldigde kosten zijn voldaan. 5. Indien de rechthebbende niet tevens de overtreder is, is de Inspectie bevoegd de afgifte op te schorten totdat de kosten van bewaring zijn voldaan. 6. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn niet aansprakelijk voor afgifte van het opgeslagene aan een onbevoegde. Artikel 23 1. De Inspectie is bevoegd indien een opgeslagen zaak niet binnen dertien weken na de opslag kan worden teruggegeven aan de rechthebbende, deze te doen verkopen of, indien verkoop naar zijn oordeel niet mogelijk is, de zaak om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te laten vernietigen. 2. Gelijke bevoegdheid heeft de Inspectie ook binnen die termijn zodra de aan de toepassing van bestuursdwang verbonden kosten vermeerderd met de voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog worden. 3. Verkoop, eigendomsoverdracht of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de verstrekking van het afschrift van het procesverbaal betreffende het meevoeren en opslaan, tenzij het gevaarlijke stoffen of eerder aan bederf onderhevige stoffen betreft. 4. Gedurende drie jaren na het tijdstip van verkoop heeft degene die op dat tijdstip rechthebbende was, recht op de opbrengst van het goed onder aftrek van de aan de toepassing van bestuursdwang verbonden kosten en de kosten van de verkoop. Indien de rechthebbende niet tevens de overtreder is, wordt van de opbrengst de kosten van bestuursdwang niet in mindering gebracht. 5. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn niet aansprakelijk voor afgifte van de opbrengst uit de verkoop aan een onbevoegde. 6. Bij algemene maatregel van bestuur, kunnen regels worden gesteld ter zake van het in het eerste lid bedoelde in eigendom overdragen aan een derde. § 3. Last onder dwangsom Artikel 24 1. De Inspectie kan in plaats van het uitoefenen van bestuursdwang aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen, die ertoe strekt de overtreding ongedaan te maken dan wel een herhaling van de overtreding te voorkomen. 2. Een last onder dwangsom wordt niet opgelegd indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet. 3. De Inspectie stelt de dwangsom vast hetzij op een bedrag ineens hetzij op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd of op een bedrag per overtreding van de last. De Inspectie stelt tevens een bedrag vast waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd. Het vastgestelde bedrag van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. 4. In de beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom die strekt tot het ongedaan maken of het beëindigen wordt een termijn gesteld gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Artikel 25 1. Verbeurde dwangsommen komen toe aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn. De Inspectie kan bij dwangbevel het verschuldigde bedrag invorderen. 2. Artikel 18, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing. Artikel 26 1. De Inspectie kan op verzoek van de overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen. 2. De Inspectie kan op verzoek van de overtreder de last opheffen indien de beschikking een jaar van kracht is geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd. Artikel 27 1. De bevoegdheid tot invordering van verbeurde bedragen verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij zijn verbeurd. 2. De verjaring wordt gestuit door faillissement en ieder wettelijk beletsel voor invordering van de dwangsom. § 4. Bestuurlijke boete Artikel 28 1. Ingeval van overtreding van de bij of krachtens de onderscheiden wetten de volksgezondheid betreffende gegeven voorschriften alsmede van de artikelen 11, vijfde lid, en 13, tweede lid, van deze wet kan de Inspectie aan de overtreder een boete opleggen van ten hoogste een geldboete van de zesde categorie. 2. De hoogte van de boete wordt in ieder geval afgestemd op de ernst en de duur van de overtreding, alsmede op de mate waarin de overtreder daarvan een verwijt kan worden gemaakt. 3. De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES. 4. Het recht tot strafvervolging vervalt indien de Inspecteurgeneraal aan de betrokkene ter zake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd. Artikel 29 1. Met het onderzoek zijn belast de personen bedoeld in artikel 11, eerste lid. 2. Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden die hun in deze paragraaf worden toegekend, alsmede, met inachtneming van de daaraan in deze paragraaf gestelde beperkingen, over de bevoegdheden die hun zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht, bedoeld in artikel 11, eerste lid. Artikel 30 Indien de personen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, een redelijk vermoeden hebben dat een bepaalde natuurlijke persoon of rechtspersoon een overtreding heeft begaan, is er geen verplichting aan de zijde van die natuurlijke persoon of rechtspersoon ter zake een verklaring af te leggen. De betrokkenen worden hiervan in kennis gesteld voordat hun mondeling ter zake om informatie wordt gevraagd. Artikel 31 1. Een persoon als bedoeld in artikel 11, eerste lid, die vaststelt dat een overtreding is begaan, maakt daarvan een rapport op. 2. In het rapport worden in ieder geval vermeld: a. de feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is begaan; b. waar en wanneer de feiten, bedoeld onder a, zich hebben voor gedaan; c. het overtreden wettelijk voorschrift. 3. Een kopie van het rapport wordt gezonden aan degene die de overtreding heeft begaan. 4. Op verzoek van de belanghebbende die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de Inspecteurgeneraal er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. Artikel 32 1. De belanghebbende wordt schriftelijk opgeroepen om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen omtrent het in artikel 31, eerste lid, bedoelde rapport. 2. Indien de belanghebbende zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de Inspectie er op verzoek van de belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de belanghebbende bij het horen kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. Artikel 33 1. Een boete wordt opgelegd bij beschikking van de Inspectie. 2. In de beschikking worden in ieder geval vermeld: a. de te betalen geldsom, alsmede een toelichting op de hoogte daarvan; b. de overtreding terzake waarvan zij is gegeven, alsmede het overtreden voorschrift. 3. Op verzoek van de belanghebbende die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de Inspectie er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van de beschik king aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal 4. De beschikking dient te worden gegeven binnen twaalf weken nadat het rapport, bedoeld in artikel 31, eerste lid, is opgemaakt, tenzij binnen deze termijn het rapport aan het openbaar Ministerie is gezonden. In dat geval kan een boete worden opgelegd binnen twaalf weken nadat het openbaar Ministerie aan de Inspectie heeft meegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld. Artikel 34 De werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van de artikelen 32 en 33 worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 31 bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek. Artikel 35 De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 33, eerste lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Artikel 36 1. Een boete wordt betaald binnen zes weken nadat de beschikking waarbij de boete is opgelegd, in werking is getreden. 2. De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen zes weken vanaf de dag waarop de in het eerste lid genoemde beschikking is bekendgemaakt. 3. Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene die de boete is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen. Artikel 37 1. Bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee weken, bedoeld in artikel 36, derde lid, kan de Inspectie van de overtreder de verschuldigde boete, verhoogd met de krachtens artikel 36, tweede lid, verschuldigde rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel. 2. Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES. 3. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat. 4. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen. 5. De in het eerste lid bedoelde bedragen komen toe aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn. Artikel 38 De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt vijf jaar nadat de overtreding is begaan. § 5. Opsporing Artikel 39 1. Met de opsporing van de bij wettelijke regelingen op het gebied van de volksgezondheid strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde personen en naast de krachtens die wettelijke regeling aangewezen personen, belast de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen personen werkzaam bij de Inspectie. Een zodanige aanwijzing wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. 2. Bij algemene maatregel van bestuur, kunnen regels worden gesteld omtrent de vereisten waaraan de ingevolge het eerste lid aangewezen personen dienen te voldoen. § 6. Strafbepaling Artikel 40 1. Handelen in strijd met de in de artikelen 11, vijfde lid, en 13, tweede lid, vervatte verplichting wordt gestraft met hetzij hechtenis van ten hoogste een jaar, hetzij geldboete van ten hoogste een geldboete van de vijfde categorie, hetzij met beide straffen. 2. Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding. Artikel 41 1. Degene die opzettelijk de bij artikel 42 opgelegde plicht tot geheimhouding schendt, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren hetzij met een geldboete van ten hoogste een geldboete van de vijfde categorie, hetzij met beide straffen. Het in dit lid strafbaar gestelde feit is een misdrijf. 2. Degene aan wiens schuld schending van de geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden hetzij met een geldboete van ten hoogste een geldboete van de zesde categorie, hetzij met beide straffen. Het in dit lid strafbaar gestelde feit is een overtreding. 3. Geen vervolging wordt ingesteld dan op klachte van degene te wiens aanzien de geheimhouding geschonden is. HOOFDSTUK 5 Bijzondere bepaling Artikel 42 Eenieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. HOOFDSTUK 6 Wijziging van andere regelgeving Artikel 43 [vervallen]. HOOFDSTUK 7 Overgangs en slotbepalingen Artikel 44 [vervallen] Artikel 45 Deze wet wordt aangehaald als: Wet Inspectie voor de Volksgezondheid BES.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Beschikking van de Minister van Justitie van 29 september 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet Inspectie voor de Volksgezondheid BES, zoals gewijzigd bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingsregeling BES-wetten
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in