Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en enige andere wetten (Wet uitwerking autobrief)
Bestelauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt can be declared to the tax inspector, and the declaration can later be withdrawn; if private-trip suspicion is not disproved, the vehicle is treated as having more than 500 km private use. The provision also sets CO2-based tax reduction percentages and thresholds fo
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 1 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
Bestelauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt can be declared to the tax inspector, and the declaration can later be withdrawn; if private-trip suspicion is not disproved, the vehicle is treated as having more than 500 km private use. The provision also sets CO2-based tax reduction percentages and thresholds for certain cars.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en enige andere wetten (Wet uitwerking autobrief)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en enige andere wetten (Wet uitwerking autobrief)
AI-assisted research summary: Bestelauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt can be declared to the tax inspector, and the declaration can later be withdrawn; if private-trip suspicion is not disproved, the vehicle is treated as having more than 500 km private use. The provision also sets CO2-based tax reduction percentages and thresholds for certain cars.
Staatsblad Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en enige andere wetten (Wet uitwerking autobrief) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A 11. Indien een bestelauto als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, kan de belastingplichtige met betrekking tot deze auto aan de inspecteur een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik afgeven (verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto). De ontvangst van die verklaring wordt door de inspecteur bevestigd. 12. De belastingplichtige kan de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto intrekken. De mededeling van de intrekking wordt door de inspecteur bevestigd. 13. In geval van een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto kan de inspecteur, bij het vermoeden van een rit voor privédoeleinden, de belastingplichtige verzoeken te doen blijken dat de betreffende rit zakelijk was. Slaagt de belastingplichtige niet in dit bewijs, dan wordt de bestelauto geacht op jaarbasis voor meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden te worden gebruikt. 14. Indien de belastingplichtige de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto heeft ingetrokken voordat hij de bestelauto ook voor privédoeleinden gaat gebruiken, wordt de bestelauto tot het moment van de intrekking geacht wel voor privédoeleinden ter beschikking te staan, maar niet voor privédoeleinden te zijn gebruikt. 15. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto wordt afgegeven en ingetrokken en in welke gevallen de belastingplichtige de verklaring in ieder geval moet intrekken. 16. Na een vervanging van de CO2-uitstootgrenzen in het tweede of derde lid, blijft met betrekking tot een auto: waarvan het kenteken na 30 juni 2012 voor het eerst op naam is gesteld: voor een periode van 60 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld, de verlaging van toepassing ingevolge de begrenzingen die golden op de datum van de eerste tenaamstelling, en voor direct daaropvolgende periodes van telkens 60 maanden, de verlaging ingevolge de begrenzingen zoals die gelden op de laatste dag van de direct daaraan voorafgaande periode van 60 maanden; waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld vóór 1 juli 2012 en die de belastingplichtige al vóór en vanaf 1 juli 2012 onafgebroken ter beschikking staat: de op 30 juni 2012 geldende verlaging ingevolge de op die datum geldende begrenzingen van toepassing; waarvan het kenteken op naam van de eigenaar is gesteld vóór 1 juli 2012 en die de belastingplichtige op of na 1 juli 2012 voor het eerst ter beschikking staat: de op 30 juni 2012 geldende verlaging ingevolge de op die datum geldende begrenzingen van toepassing; waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld vóór 1 juli 2012 en die op naam van de eigenaar is gesteld op of na 1 juli 2012: voor een periode van 60 maanden te rekenen vanaf 1 juli 2012, de verlaging van toepassing ingevolge de begrenzingen zoals die golden op 30 juni 2012, en voor direct daaropvolgende periodes van telkens 60 maanden, de verlaging ingevolge de begrenzingen zoals die gelden op de laatste dag van de direct daaraan voorafgaande periode van 60 maanden. 17. In afwijking van het zestiende lid, onderdeel d, heeft de eigendomsoverdracht van een auto die aan een belastingplichtige ter beschikking staat geen gevolgen voor de verlaging, zolang die auto aan de betreffende belastingplichtige ter beschikking staat. 18. In afwijking van het zestiende lid blijft na vervanging van de CO2-uitstootgrenzen in het tweede of derde lid, met betrekking tot een auto waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld op of na 1 januari 2012 en die een CO2-uitstoot heeft van niet hoger dan 50 gram per kilometer voor een periode van 60 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld, de verlaging van toepassing ingevolge de begrenzingen die golden op de datum van de eerste tenaamstelling, en voor direct daaropvolgende periodes van telkens 60 maanden, de verlaging ingevolge de begrenzingen zoals die gelden op de laatste dag van de direct daaraan voorafgaande periode van 60 maanden. 19. In afwijking van het zestiende lid wordt de onttrekking, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, met betrekking tot een auto waarvan het kenteken vóór 1 januari 2012 voor het eerst op naam is gesteld en die een CO2-uitstoot heeft van 0 gram per kilometer, tot 1 januari 2017 verlaagd met 25% van de waarde van de auto en daarna met het hoogste percentage aan verlaging dat op dat tijdstip in het tweede of derde lid van dit artikel wordt genoemd. 20. In afwijking van het zestiende lid wordt de onttrekking, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, met betrekking tot een auto waarvan het kenteken vóór 1 januari 2012 voor het eerst op naam is gesteld en die een CO2-uitstoot heeft van meer dan 0 gram per kilometer, maar niet meer dan 50 gram per kilometer, van 1 januari 2012 tot 1 januari 2017 verlaagd met 25% van de waarde van de auto, en geldt voor direct daaropvolgende periodes van telkens 60 maanden een verlaging ingevolge de begrenzingen van het tweede of derde lid van dit artikel zoals die gelden op de laatste dag van de direct daaraan voorafgaande periode van 60 maanden. 21. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een auto waarvan de datum van de eerste tenaamstelling van het kenteken niet overeenkomt met de datum van eerste toelating op de weg van die auto. B 2. De onttrekking, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, wordt op jaarbasis verlaagd met: 11% van de waarde van de auto indien de CO2-uitstoot niet hoger is dan 82 gram per kilometer; 5% van de waarde van de auto indien de CO2-uitstoot hoger is dan 82 gram per kilometer, maar niet hoger dan 110 gram per kilometer. In afwijking van de eerste volzin wordt de onttrekking, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, tot 1 januari 2016 op jaarbasis verlaagd met 18% van de waarde van de auto indien de CO2-uitstoot niet hoger is dan 50 gram per kilometer. 18. Indien een bestelauto als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 door de werknemer uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, kan de werknemer door tussenkomst van de inhoudingsplichtige met betrekking tot deze auto aan de inspecteur een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik afgeven (verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto). De ontvangst van die verklaring wordt door de inspecteur bevestigd. Indien een verklaring als bedoeld in de eerste volzin is afgegeven, laat de inhoudingsplichtige inhouding van belasting over het in het eerste lid bedoelde voordeel achterwege. De vorige volzin is niet van toepassing ingeval de inhoudingsplichtige weet dat de in die volzin genoemde verklaring niet juist is. 19. De werknemer kan de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto intrekken. De mededeling van de intrekking wordt door de inspecteur bevestigd. 20. In geval van een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto kan de inspecteur bij het vermoeden van een rit voor privédoeleinden, de inhoudingsplichtige en de werknemer verzoeken te doen blijken dat de betreffende rit zakelijk was. Slagen inhoudingsplichtige en de werknemer niet in dit bewijs, dan wordt de bestelauto geacht op kalenderjaarbasis voor meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden te worden gebruikt en wordt de verschuldigde belasting, voor zover nodig in afwijking van artikel 20, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, nageheven van de werknemer. In afwijking van de tweede volzin wordt nageheven van de inhoudingsplichtige ingeval hij wist dat de verklaring niet juist was of ingeval hij niet aanstonds heeft medegedeeld dat de werknemer ten onrechte de verklaring nog niet heeft ingetrokken. 21. Indien de werknemer de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto heeft ingetrokken voordat hij de bestelauto ook voor privédoeleinden heeft gebruikt, wordt de bestelauto tot het moment van de intrekking geacht wel voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, maar niet voor privédoeleinden te zijn gebruikt. 22. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald: op welke wijze de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto wordt afgegeven en ingetrokken; in welke gevallen de werknemer de verklaring in ieder geval moet intrekken; in welke gevallen de inhoudingsplichtige de inspecteur schriftelijk moet mededelen dat de werknemer de verklaring ten onrechte niet heeft ingetrokken en welke gegevens de inhoudingsplichtige bij deze mededeling moet verstrekken; op welke wijze de inspecteur naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in onderdeel c bekendmaakt dat de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto geacht wordt te zijn ingetrokken; vanaf welk moment de verklaring bij toepassing van onderdeel d geacht wordt te zijn ingetrokken. 23. Na een vervanging van de CO2-uitstootgrenzen in het tweede of derde lid, blijft met betrekking tot een auto: waarvan het kenteken na 30 juni 2012 voor het eerst op naam is gesteld: voor een periode van 60 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld, de verlaging van toepassing ingevolge de begrenzingen die golden op de datum van de eerste tenaamstelling, en voor direct daarop volgende periodes van telkens 60 maanden, de verlaging ingevolge de begrenzingen zoals die golden op de laatste dag van de direct daaraan voorafgaande periode van 60 maanden; waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld vóór 1 juli 2012 en die de werknemer al vóór en vanaf 1 juli 2012 onafgebroken ter beschikking is gesteld: de op 30 juni 2012 geldende verlaging ingevolge de op die datum geldende begrenzingen van toepassing; waarvan het kenteken op naam van de eigenaar is gesteld vóór 1 juli 2012 en die de werknemer op of na 1 juli 2012 voor het eerst ter beschikking is gesteld: de op 30 juni 2012 geldende verlaging ingevolge de op die datum geldende begrenzingen van toepassing; waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld vóór 1 juli 2012 en die op naam van de eigenaar is gesteld op of na 1 juli 2012: voor een periode van 60 maanden te rekenen vanaf 1 juli 2012, de verlaging van toepassing ingevolge de begrenzingen zoals die golden op 30 juni 2012, en voor direct daaropvolgende periodes van telkens 60 maanden, de verlaging ingevolge de begrenzingen zoals die golden op de laatste dag van de direct daaraan voorafgaande periode van 60 maanden. 24. In afwijking van het drieëntwintigste lid, onderdeel d, heeft de eigendomsoverdracht van een auto die aan een werknemer ter beschikking is gesteld geen gevolgen voor de verlaging, zolang de terbeschikkingstelling van die auto aan de betreffende werknemer voortduurt. 25. In afwijking van het drieëntwintigste lid blijft na vervanging van de CO2-uitstootgrenzen in het tweede of derde lid, met betrekking tot een auto waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld op of na 1 januari 2012 en die een CO2-uitstoot heeft van niet hoger dan 50 gram per kilometer voor een periode van 60 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld, de verlaging van toepassing ingevolge de begrenzingen die golden op de datum van de eerste tenaamstelling, en voor direct daaropvolgende periodes van telkens 60 maanden, de verlaging ingevolge de begrenzingen zoals die gelden op de laatste dag van de direct daaraan voorafgaande periode van 60 maanden. 26. In afwijking van het drieëntwintigste lid wordt het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, met betrekking tot een auto waarvan het kenteken vóór 1 januari 2012 voor het eerst op naam is gesteld en die een CO2-uitstoot heeft van 0 gram per kilometer, tot 1 januari 2017 verlaagd met 25% van de waarde van de auto en daarna met het hoogste percentage aan verlaging dat op dat tijdstip in het tweede of derde lid van dit artikel wordt genoemd. 27. In afwijking van het drieëntwintigste lid wordt het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, met betrekking tot een auto waarvan het kenteken vóór 1 januari 2012 voor het eerst op naam is gesteld en die een CO2-uitstoot heeft van meer dan 0 gram per kilometer, maar niet meer dan 50 gram per kilometer, van 1 januari 2012 tot 1 januari 2017 verlaagd met 25% van de waarde van de auto, en geldt voor direct daaropvolgende periodes van telkens 60 maanden een verlaging ingevolge de begrenzingen van het tweede of derde lid van dit artikel zoals die gelden op de laatste dag van de direct daaraan voorafgaande periode van 60 maanden. 28. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een auto waarvan de datum van de eerste tenaamstelling van het kenteken niet overeenkomt met de datum van eerste toelating op de weg van die auto. 2. Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, wordt op jaarbasis verlaagd met: 11% van de waarde van de auto indien de CO2-uitstoot niet hoger is dan 82 gram per kilometer; 5% van de waarde van de auto indien de CO2-uitstoot hoger is dan 82 gram per kilometer, maar niet hoger dan 110 gram per kilometer. In afwijking van de eerste volzin wordt het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, tot 1 januari 2016 op jaarbasis verlaagd met 18% van de waarde van de auto indien de CO2-uitstoot niet hoger is dan 50 gram per kilometer. A 4. De vergoeding wordt gesteld op de normale waarde van de dienst indien: een auto tegen een lagere vergoeding dan de normale waarde voor andere dan bedrijfsdoeleinden in gebruik wordt gegeven aan een verbonden afnemer die geen volledig recht op aftrek heeft uit hoofde van artikel 15; het gaat om handelingen als bedoeld in artikel 4, derde lid. Voor de toepassing van de eerste alinea, onderdeel a, wordt onder een verbonden afnemer verstaan een werknemer, een afnemer die een bestuurlijke verhouding met de ondernemer heeft en een afnemer waarmee de ondernemer een familiale band heeft. B C Het koninklijk besluit van 23 juni 2011 (Stb. 321) tot wijziging van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 wordt goedgekeurd. A 1. De belasting voor een personenauto wordt bepaald aan de hand van de volgende tabellen. Bij een CO2-uitstoot van meer dan maar niet meer dan bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven anders dan door een motor met compressieontsteking, het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat I II III IV – 102 0 0 102 gram/km 159 0 € 101 159 gram/km 237 € 5 757 € 121 237 gram/km 242 € 15 195 € 223 242 gram/km – € 16 310 € 559 Bij een CO2-uitstoot van meer dan maar niet meer dan bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat I II III IV – 91 0 0 91 gram/km 143 0 € 101 143 gram/km 211 € 5 252 € 121 211 gram/km 225 € 13 480 € 223 225 gram/km – € 16 602 € 559 Het bedrag van de belasting op grond van de tabel wordt verhoogd met 11,1 percent van de netto catalogusprijs en: verminderd met € 450; of in geval van een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking vermeerderd met een bedrag van € 40,68 per gram/km CO2-uitstoot boven de 70 gram/km CO2-uitstoot. Aa B 1. De belasting voor een personenauto wordt bepaald aan de hand van de volgende tabellen. Bij een CO2-uitstoot van meer dan maar niet meer dan bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven anders dan door een motor met compressieontsteking, het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat I II III IV – 95 0 0 95 gram/km 140 0 € 122 140 gram/km 208 € 5 490 € 145 208 gram/km 229 € 15 350 € 270 229 gram/km – € 21 020 € 539 Bij een CO2-uitstoot van meer dan maar niet meer dan bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat I II III IV – 88 0 0 88 gram/km 131 0 € 122 131 gram/km 192 € 5 246 € 145 192 gram/km 215 € 14 091 € 270 215 gram/km – € 20 301 € 539 Het bedrag van de belasting op grond van de tabel wordt in geval van een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking vermeerderd met een bedrag van € 54,92 per gram/km CO2-uitstoot boven de 70 gram/km CO2-uitstoot. 1. De belasting voor een personenauto wordt bepaald aan de hand van de volgende tabellen. Bij een CO2-uitstoot van meer dan maar niet meer dan bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven anders dan door een motor met compressieontsteking, het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat I II III IV – 88 0 0 88 gram/km 124 0 € 101 124 gram/km 182 € 3 636 € 121 182 gram/km 203 € 10 654 € 228 203 gram/km – € 15 442 € 456 Bij een CO2-uitstoot van meer dan maar niet meer dan bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat I II III IV – 85 0 0 85 gram/km 120 0 € 101 120 gram/km 175 € 3 535 € 121 175 gram/km 197 € 10 190 € 228 197 gram/km – € 15 206 € 456 Het bedrag van de belasting op grond van de tabel wordt in geval van een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking vermeerderd met een bedrag van € 70,17 per gram/km CO2-uitstoot boven de 70 gram/km CO2-uitstoot. 1. De belasting voor een personenauto wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel. Bij een CO2-uitstoot van meer dan maar niet meer dan bedraagt de belasting voor een personenauto het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat I II III IV – 82 0 0 82 gram/km 110 0 € 88 110 gram/km 160 € 2 464 € 106 160 gram/km 180 € 7 764 € 205 180 gram/km – € 11 864 € 411 Het bedrag van de belasting op grond van de tabel wordt in geval van een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking vermeerderd met een bedrag van € 81,36 per gram/km CO2-uitstoot boven de 70 gram/km CO2-uitstoot. 1. Op 1 januari 2013 is artikel 16b van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 van overeenkomstige toepassing op de artikelen XVII en XVIII. 2. Op 1 januari 2014 is artikel 16b van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 van overeenkomstige toepassing op artikel XVIII. A B die ten minste 30 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, en die, voor zover het vrachtauto’s of autobussen betreft, niet bedrijfsmatig worden gebruikt;. 3. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geldt voor personenauto’s die op 31 december 2011 nog geen 25 jaar oud waren, niet voor het gedeelte van de belasting dat wordt geheven ingevolge artikel 23, tweede of derde lid. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor bestelauto’s, andere dan bestelauto’s als bedoeld in de artikelen 24a of 24b, die op 31 december 2011 nog geen 25 jaar oud waren. 4. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt, met inachtneming van het derde lid, mede verleend voor motorrijtuigen die niet voldoen aan de voorwaarde dat zij ten minste 30 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, indien het motorrijtuig: op 31 december 2011 ten minste 25 jaar oud was; in 1987 voor het eerst in gebruik is genomen, en het tijdstip van eerste ingebruikneming ten minste 26 jaar geleden is; in 1988 voor het eerst in gebruik is genomen, en het tijdstip van eerste ingebruikneming ten minste 27 jaar geleden is; in 1989 voor het eerst in gebruik is genomen, en het tijdstip van eerste ingebruikneming ten minste 28 jaar geleden is; dan wel in 1990 voor het eerst in gebruik is genomen, en het tijdstip van eerste ingebruikneming ten minste 29 jaar geleden is. 1. Voor een personenauto, niet zijnde een personenauto in de zin van artikel 23a, waarvan de CO2-uitstoot niet hoger is dan 50 gram per kilometer, bedraagt de belasting in afwijking van artikel 23 nihil. A Richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140). B C 1. Op verzoek wordt teruggaaf van accijns verleend voor motorbrandstof die geheel of gedeeltelijk bestaat uit biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van de Richtlijn hernieuwbare energie indien die biobrandstof voldoet aan duurzaamheidscriteria als bedoeld in artikel 17 van deze richtlijn. 2. Dat een biobrandstof voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in het eerste lid, blijkt uit een audit uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige of uit een andere wijze als bedoeld in artikel 18 van de Richtlijn hernieuwbare energie. 3. Teruggaaf van accijns wordt slechts verleend: over de hoeveelheid biobrandstof in motorbrandstof als bedoeld in het eerste lid, mits die biobrandstof een lagere energie-inhoud heeft dan de gelijkwaardige motorbrandstof waarvan het accijnstarief van toepassing is; en indien 10 procent of meer van de in de motorbrandstof aanwezige energie afkomstig is van de in het eerste lid bedoelde biobrandstof. 4. De teruggaaf van accijns bedraagt een percentage van het accijnstarief van de gelijkwaardige motorbrandstof, bedoeld in het derde lid, onderdeel a. Dit percentage is gelijk aan het verschil in energie-inhoud van de biobrandstof en die van de gelijkwaardige motorbrandstof, uitgedrukt als percentage van de energie-inhoud van de gelijkwaardige motorbrandstof. 5. Voor de vaststelling van de energie-inhoud per volume van de biobrandstof en die van de gelijkwaardige motorbrandstof wordt voor zover mogelijk uitgegaan van hetgeen hiertoe is opgenomen in bijlage III van de Richtlijn hernieuwbare energie. 6. De teruggaaf wordt verleend aan degene die de accijns ter zake van de uitslag tot verbruik verschuldigd is geworden. 7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. A 3. Hetgeen is bepaald in het tweede lid is niet van toepassing indien het aardgas betreft dat op andere wijze dan via een aansluiting aan een CNG-vulstation als CNG wordt afgeleverd. B 1. Artikel 27a van de Wet op de accijns vindt geen toepassing bij het begin van de kalenderjaren 2012 tot en met 2015 op de bedragen genoemd in artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de accijns. 2. Artikel 84a van de Wet op de accijns vindt geen toepassing bij het begin van de kalenderjaren 2012 tot en met 2015 voor zover het betreft de verhoging van de accijns, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de accijns. 3. Artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag vindt geen toepassing bij het begin van de kalenderjaren 2012 tot en met 2015 op de bedragen, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel b, van de Wet belastingen op milieugrondslag. A B C 4. Artikel 13bis, zestiende en twintigste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 is van overeenkomstige toepassing. D 1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2012. 2. Artikel XIII werkt terug tot en met 1 juli 2011. Deze wet wordt aangehaald als: Wet uitwerking autobrief. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 33 007
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en enige andere wetten (Wet uitwerking autobrief)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in