Wet van 22 maart 2017 tot wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet in verband met het beperken van de heffingsbevoegdheid van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut
Verify source ↗ AI-assisted research summary: Gemeenten, provincies en waterschappen met an existing precariobelasting ordinance on 10 February 2016 may continue levying that tax on certain public works until 1 January 2022, up to the tariff set in that ordinance.
Staatsblad Wet van 22 maart 2017 tot wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet in verband met het beperken van de heffingsbevoegdheid van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: 2. Geen belasting wordt geheven ter zake van: de infrastructuur, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Drinkwaterwet; een net als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998; een gastransportnet als bedoeld in artikel 39a van de Gaswet, of werken als bedoeld in artikel 38 van de Warmtewet. 2. Geen belasting wordt geheven ter zake van: de infrastructuur, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Drinkwaterwet; een net als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998; een gastransportnet als bedoeld in artikel 39a van de Gaswet, of werken als bedoeld in artikel 38 van de Warmtewet. 2. Geen belasting wordt geheven ter zake van: de infrastructuur, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Drinkwaterwet; een net als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998; een gastransportnet als bedoeld in artikel 39a van de Gaswet, of werken als bedoeld in artikel 38 van de Warmtewet. 1. In afwijking van artikel 228, tweede lid, van de Gemeentewet kunnen gemeenten waarin op 10 februari 2016 een belastingverordening gold voor het heffen van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut, die belasting blijven heffen tot 1 januari 2022, tot ten hoogste het in die verordening vastgestelde tarief. 2. In geval van een wijziging van gemeentegrenzen als bedoeld in de Wet algemene regels herindeling wordt het ten hoogste in het gehele gebied van de gemeente te heffen tarief met ingang van de datum van herindeling als volgt berekend: in een nieuwe gemeente: per overgaand gebied wordt het aantal meter openbare werken vermenigvuldigd met het voor de datum van herindeling per meter geldende tarief, waarna de som wordt gedeeld door het totale aantal meter openbare werken in de nieuwe gemeente; in een bestaande gemeente waaraan een of meer gebieden worden toegevoegd: het aantal meter openbare werken in die gemeente en in het toegevoegde gebied onderscheidenlijk de toegevoegde gebieden wordt vermenigvuldigd met het voor de datum van herindeling per meter geldende tarief, waarna de som wordt gedeeld door het totale aantal meter openbare werken in het gebied van de gemeente na de datum van herindeling. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt het tarief in een gebied waar geen belasting als bedoeld in het eerste lid wordt geheven geacht nul euro per meter te bedragen. 1. In afwijking van artikel 222c, tweede lid, van de Provinciewet kunnen provincies waarin op 10 februari 2016 een belastingverordening gold voor het heffen van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut, die belasting blijven heffen tot 1 januari 2022, tot ten hoogste het in die verordening vastgestelde tarief. 2. In geval van een wijziging van provinciegrenzen als bedoeld in de Wet algemene regels herindeling wordt het ten hoogste in het gehele gebied van de provincie te heffen tarief met ingang van de datum van herindeling als volgt berekend: in een nieuwe provincie: per overgaand gebied wordt het aantal meter openbare werken vermenigvuldigd met het voor de datum van herindeling per meter geldende tarief, waarna de som wordt gedeeld door het totale aantal meter openbare werken in de nieuwe provincie; in een bestaande provincie waaraan een of meer gebieden worden toegevoegd: het aantal meter openbare werken in die provincie en in het toegevoegde gebied onderscheidenlijk de toegevoegde gebieden wordt vermenigvuldigd met het voor de datum van herindeling per meter geldende tarief, waarna de som wordt gedeeld door het totale aantal meter openbare werken in het gebied van de provincie na de datum van herindeling. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt het tarief in een gebied waar geen belasting als bedoeld in het eerste lid wordt geheven geacht nul euro per meter te bedragen. 1. In afwijking van artikel 114, tweede lid, van de Waterschapswet kunnen waterschappen waarin op 10 februari 2016 een belastingverordening gold voor het heffen van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut, die belasting blijven heffen tot 1 januari 2022, tot ten hoogste het in die verordening vastgestelde tarief. 2. In geval van de instelling van een waterschap of wijziging van het gebied van een waterschap wordt het ten hoogste in het gehele gebied van het waterschap te heffen tarief met ingang van de datum van die instelling of die wijziging als volgt berekend: in een nieuw waterschap: per overgaand gebied wordt het aantal meter openbare werken vermenigvuldigd met het voorafgaand aan de datum van de instelling van het waterschap per meter geldende tarief, waarna de som wordt gedeeld door het totaal aantal meter openbare werken in het nieuwe waterschap; in een bestaand waterschap waaraan gebied wordt toegevoegd: het aantal meter openbare werken in dat waterschap en in het toegevoegde gebied onderscheidenlijk de toegevoegde gebieden wordt vermenigvuldigd met het voorafgaand aan de datum van de wijziging van het gebied van een waterschap per meter geldende tarief, waarna de som wordt gedeeld door het totaal aantal meter openbare werken in het gebied van het waterschap na de datum van de toevoeging van gebied. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt het tarief in een gebied waar geen belasting als bedoeld in het eerste lid wordt geheven geacht nul euro per meter te bedragen. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 34 508