Wet van 8 juli 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) [KetenID WGK014090]
Werkgevers mogen werknemers niet benadelen omdat zij rechten uitoefenen; in bepaalde flexibele arbeidscontracten gelden regels over arbeidsomvang, oproeptermijnen, loon en het doen van een aanbod voor een vaste arbeidsomvang.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 15 Jul 2026
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 8 juli 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) [KetenID WGK014090]
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 8 juli 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) [KetenID WGK014090]
AI-assisted research summary: Werkgevers mogen werknemers niet benadelen omdat zij rechten uitoefenen; in bepaalde flexibele arbeidscontracten gelden regels over arbeidsomvang, oproeptermijnen, loon en het doen van een aanbod voor een vaste arbeidsomvang.
Staatsblad Wet van 8 juli 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) [KetenID WGK014090] Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: WIJZIGING BOEK 7 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK A B De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in deze titel aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend. C D E 1. In een arbeidsovereenkomst wordt de arbeidsomvang overeengekomen als één aantal uren groter dan nul, per tijdseenheid van ten hoogste een jaar. 2. Indien de arbeidsomvang is overeengekomen per tijdseenheid van meer dan een maand: wordt het recht op loon van de werknemer gelijkmatig gespreid over die tijdseenheid; kan het tijdvak na afloop waarvan het loon moet worden voldaan in afwijking van artikel 623, lid 2, niet bij schriftelijke overeenkomst worden verlengd tot langer dan een maand; en draagt de werkgever er, in overeenstemming met de werknemer, zorg voor dat de werknemer steeds voor ten minste een kwartaal een bepaalde mate van zekerheid heeft over wanneer hij zich beschikbaar dient te houden voor het verrichten van arbeid. 3. Bij een arbeidsovereenkomst, waarin een arbeidsomvang is overeengekomen, die neerkomt op minder dan 15 uur per week en de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd, heeft de werknemer voor iedere periode van minder dan drie uur waarin hij arbeid heeft verricht, recht op het loon waarop hij aanspraak zou hebben indien hij drie uur arbeid zou hebben verricht. 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over welke overeenkomsten worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst in de zin van lid 1. 5. Indien in een arbeidsovereenkomst in afwijking van lid 1 de arbeidsomvang niet is overeengekomen als één aantal uren groter dan nul, tenzij die afwijking is toegestaan op grond van artikel 628ab, lid 1, of artikel 628ac, lid 9, geldt een arbeidsomvang van de gemiddelde arbeidsomvang per week in de drie voorafgaande maanden indien de arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, met dien verstande dat te allen tijde minimaal een arbeidsomvang van drie uur per week geldt. 1. In afwijking van artikel 628aa, kan in een arbeidsovereenkomst de arbeidsomvang worden overeengekomen als een minimaal aantal uren groter dan nul tezamen met een maximaal aantal uren per tijdseenheid van ten hoogste een kwartaal, waarbij het maximaal aantal uren per tijdseenheid ten hoogste 130% van het minimaal aantal uren over dezelfde tijdseenheid bedraagt. 2. Indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in lid 1: kan de werknemer niet worden verplicht om arbeid te verrichten buiten de dagen en uren, vermeld in de opgave bedoeld in artikel 655, lid 1, onderdeel o. kan de werknemer door de werkgever niet verplicht worden aan de oproep om arbeid te verrichten gehoor te geven, indien de werkgever de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet ten minste vier dagen van tevoren schriftelijk of elektronisch aan de werknemer bekendmaakt; en heeft de werknemer recht op het loon als de werkgever binnen vier dagen voor de aanvang van de arbeid de tijdstippen wijzigt of de oproep om arbeid te verrichten gedeeltelijk of volledig intrekt en de werknemer de arbeid overeenkomstig de oproep zou hebben verricht. De oproep om arbeid te verrichten of de tijdstippen van de oproep worden schriftelijk of elektronisch ingetrokken of gewijzigd. 3. De termijn van vier dagen, bedoeld in lid 2, onderdelen b en c, kan bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan worden verkort, mits de termijn niet korter is dan 24 uur. 4. Indien een tijdspanne, gelegen tussen de uren, vermeld in de opgave bedoeld in artikel 655, lid 1, onderdeel o, korter of gelijk is aan 3 uren, worden deze tussengelegen uren eveneens gerekend tot de uren waarop de werknemer verplicht kan worden arbeid te verrichten. 5. De werkgever doet steeds als de arbeidsovereenkomst als bedoeld in lid 1, 12 maanden heeft geduurd binnen een maand schriftelijk of elektronisch een aanbod voor een vaste arbeidsomvang als bedoeld in artikel 628aa, lid 1, die ten minste gelijk is aan de gemiddelde omvang van de arbeid in die voorafgaande periode van 12 maanden, waarbij niet op grond van artikel 691, lid 7, ten nadele van de werknemer wordt afgeweken van artikel 628, lid 1. Het aanbod betreft een vaste arbeidsomvang die uiterlijk ingaat op de eerste dag nadat twee maanden zijn verstreken steeds nadat de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd. De termijn voor aanvaarding van het aanbod bedraagt een maand. Voor de berekening van de periodes, bedoeld in de eerste en tweede zin, worden arbeidsovereenkomsten, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste 36 maanden hebben opgevolgd, samengeteld. 6. Voor arbeidsovereenkomsten die op grond van artikel 628ac, lid 10, gelden als arbeidsovereenkomst als bedoeld in lid 1, geldt voor de toepassing van lid 5 dat de werkgever voor het eerst een aanbod doet 12 maanden na het tijdstip vanaf wanneer de arbeidsovereenkomst geldt als een arbeidsovereenkomst als bedoeld in lid 1. 7. Het eerdere aanbod, dat de werkgever aan de werknemer heeft gedaan op grond van lid 5 of 6, geldt ook voor arbeidsovereenkomsten die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden opvolgen. 8. De leden 5, 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers, die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. 9. Gedurende de periode waarin de werkgever de verplichting, bedoeld in lid 5, 6 of 7 niet is nagekomen, heeft de werknemer recht op loon over de arbeidsomvang, bedoeld in lid 5. 10. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan kan bepaald worden dat lid 2, onderdelen b en c, en lid 5 niet van toepassing zijn voor bij die overeenkomst of regeling aangewezen functies, die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden gedurende een periode van ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend; en niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van meer dan negen maanden per jaar. 11. Indien in een arbeidsovereenkomst in afwijking van lid 1 de arbeidsomvang niet is overeengekomen als een minimaal aantal uren groter dan nul, tezamen met een maximaal aantal uren, tenzij die afwijking is toegestaan op grond van artikel 628ac, lid 9, geldt een arbeidsomvang van de gemiddelde arbeidsomvang per week in de drie voorafgaande maanden indien de arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, met dien verstande dat te allen tijde minimaal een arbeidsomvang van drie uur per week geldt. 12. Artikel 628aa, lid 2, onderdelen a en b, en lid 3, met dien verstande dat de arbeidsomvang niet relevant is, is van overeenkomstige toepassing. 13. Iedere afwijking van dit artikel ten nadele van de werknemer is nietig. 1. Dit artikel is van toepassing op arbeidsovereenkomsten, indien de gemiddelde omvang van de door de werknemer verrichte arbeid voor de werkgever ten hoogste zestien uur per week heeft bedragen en de werknemer: de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; een scholier is, voor de duur dat zijn bewijs van inschrijving aan een instelling of bij een opleiding als bedoeld in lid 2, is afgegeven; een student is, voor de duur dat zijn bewijs van inschrijving aan een instelling als bedoeld in lid 3, is afgegeven; of de in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt. 2. Onder scholier als bedoeld in lid 1, onderdeel ii, wordt verstaan de werknemer die is ingeschreven: aan een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Leerplichtwet 1969; of als vavo-student bij een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1., eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; een met onderdelen a en b vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte. 3. Onder student als bedoeld in lid 1, onderdeel iii, wordt verstaan de werknemer die is ingeschreven aan: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een andere instelling als bedoeld in artikel 1.4.1. van die wet; of een universiteit of hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; een met onderdelen a en b vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte. 4. Bij het bepalen of een werknemer scholier of student is in de zin van lid 2 onderscheidenlijk lid 3 is artikel 152 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering onverkort van toepassing. 5. Van artikel 628, lid 1, kan voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst bij schriftelijke overeenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan ten nadele van de werknemer worden afgeweken. 6. In geval van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 668a kan een afwijking als bedoeld in lid 5 voor ten hoogste in totaal zes maanden worden overeengekomen. 7. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan kan de periode, bedoeld in lid 5, voor bij die overeenkomst of regeling te bepalen functies worden verlengd, mits de aan die functies verbonden werkzaamheden incidenteel van aard zijn en geen vaste omvang hebben. 8. Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van de Stichting van de Arbeid worden bepaald dat op bepaalde bedrijfstakken, of onderdelen daarvan, lid 5, 6 of 7 niet van toepassing is. 9. Van artikel 628aa, leden 1 en 2, kan bij schriftelijke overeenkomst ten nadele van de werknemer worden afgeweken. 10. Indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarde van de gemiddelde omvang van de verrichte arbeid, bedoeld in de aanhef van lid 1, of een van de voorwaarden als bedoeld in lid 1, onderdelen i tot en met iii, geldt de arbeidsovereenkomst vanaf dat moment als een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 628ab, lid 1. Hierbij is de minimale arbeidsomvang gelijk aan de gemiddelde omvang van de verrichtte arbeid in de 12 voorafgaande maanden of, indien de arbeidsovereenkomst korter dan 12 maanden heeft geduurd, de gemiddelde omvang van de verrichte arbeid in de periode vanaf het aangaan van de arbeidsovereenkomst. F 1. Er is sprake van een oproepovereenkomst indien: de werknemer, in afwijking van artikel 628, lid 1, geen recht heeft op het naar tijdruimte vastgestelde loon, indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht; of er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 628ab, lid 1, en de arbeidsomvang niet in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd als één aantal uren groter dan nul per tijdseenheid van: ten hoogste een maand; of ten hoogste een jaar en het recht op loon gelijkmatig is gespreid over die tijdseenheid. 2. Op oproepovereenkomsten zijn de artikelen 628aa, lid 3, met dien verstande dat de arbeidsomvang niet relevant is, en 628ab, lid 2, onderdelen b en c, lid 3 en lid 5 tot en met 10, van overeenkomstige toepassing. G H I J K L of sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 628ab en indien dat het geval is, de dagen en uren waarop de werknemer kan worden verplicht om arbeid te verrichten, waarbij geldt dat niet meer uren kunnen worden vermeld dan het maximaal aantal uren, bedoeld in dit artikel; M N 11. Voor de toepassing van lid 1 wordt in plaats van «tussenpozen van ten hoogste 36 maanden» gelezen: tussenpozen van ten hoogste zes maanden, indien de gemiddelde omvang van de door de werknemer verrichte arbeid ten hoogste zestien uur per week heeft bedragen en de werknemer: een scholier is als bedoeld in artikel 628ac, lid 2; of een student is als bedoeld in artikel 628ac, lid 3. 15. Indien zowel lid 11 als lid 13 of lid 14 van toepassing is, kunnen de tussenpozen, bedoeld in lid 1, onderdelen a en b, worden verkort tot ten hoogste drie maanden onder de voorwaarden gesteld in lid 13 of lid 14. O Oa P 5. Indien de omvang van de arbeid op grond van artikel 628ac, lid 9, niet in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen, bedraagt de door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging, in afwijking van lid 4, vier dagen of een bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan bepaalde kortere termijn van ten minste 24 uur. Indien het een functie betreft die is aangewezen op grond van artikel 628ab, lid 10, in samenhang gelezen met artikel 628a, lid 2, bedraagt de termijn vier dagen. Lid 1 is niet van toepassing. Pa Q Zodra de werknemer in meer dan 52 weken arbeid heeft verricht, is op de uitzendovereenkomst het achtste lid van toepassing en is artikel 668a van overeenkomstige toepassing. 8. Vanaf de dag dat tussen dezelfde partijen: uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van ten hoogste 36 maanden hebben opgevolgd en een periode van 24 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden, geldt in afwijking van artikel 668a, lid 1, onderdeel a, met ingang van die dag de laatste uitzendovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd; meer dan zes voor bepaalde tijd aangegane uitzendovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste 36 maanden, geldt, in afwijking van artikel 668a, lid 1, onderdeel b, de laatste uitzendovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd. 9. Voor de toepassing van lid 4 wordt «tussenpozen van ten hoogste 36 maanden» gelezen als: tussenpozen van ten hoogste zes maanden, indien de gemiddelde omvang van de door de werknemer verrichte arbeid ten hoogste zestien uur per week heeft bedragen, en de werknemer: een scholier is als bedoeld in artikel 628ac, lid 2; of een student is als bedoeld in artikel 628ac, lid 3. R 1. De artikelen 7:628ac, leden 5 en 6, en 691 zijn niet van toepassing op de payrollovereenkomst. WIJZIGING VAN DE WET ALLOCATIE ARBEIDSKRACHTEN DOOR INTERMEDIAIRS A 4. De arbeidskracht, bedoeld in het eerste lid, heeft met betrekking tot andere dan in het eerste lid genoemde arbeidsvoorwaarden, recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als die welke gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 7. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden afgeweken van het eerste tot en met het vijfde lid ten aanzien van een bij die algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van arbeidskrachten die: werkzaam zijn in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening; arbeidsbeperkte zijn als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen, of met arbeidsbeperkten worden gelijkgesteld als bedoeld in artikel 38f, vijfde lid, van die wet, of die werkzaam zijn in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet. 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het zevende lid. 9. De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Aa 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de in het tweede lid genoemde redelijke vergoeding. B C WIJZIGING VAN DE WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN De hoge premie geldt in ieder geval voor werknemers met wie schriftelijk een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of een oproepovereenkomst is overeengekomen. SAMENLOOP MET DE WET BANENAFSPRAAK Wijziging van de Wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs In de artikelen 8, zevende lid, onderdeel b, en 8a, negende lid, onderdeel b, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs wordt «als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen, of met arbeidsbeperkten worden gelijkgesteld als bedoeld in artikel 38f, vijfde lid, van die wet,» vervangen door «als bedoeld in artikel 2 van de Wet banenafspraak,». WIJZIGING VAN DE OVERGANGSWET NIEUW BURGERLIJK WETBOEK 1. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D, E, F en Q, van de Wet meer zekerheid flexwerkers een arbeidsovereenkomst bestaat die kwalificeert als oproepovereenkomst als bedoeld in artikel 628a, negende en tiende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip, geldt deze arbeidsovereenkomst met ingang van datzelfde tijdstip als een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 628ab, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij op het tijdstip van inwerkingtreding: het op grond van de artikelen 628ac, vijfde, zevende of negende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in samenhang gelezen met het eerste lid van dat artikel, dan wel artikel 691, zevende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is toegestaan om af te wijken van artikel 628, eerste lid, of 628aa, eerste of tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of de arbeidsovereenkomst voldoet aan de voorwaarden van artikel 628ab, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. 2. Voor arbeidsovereenkomsten die op grond van het eerste lid komen te gelden als arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 628ab van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, doet de werkgever voor de toepassing van artikel 628ab, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voor het eerst een aanbod 12 maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde onderdelen. 3. Bij toepassing van het eerste lid geldt dat de minimale arbeidsomvang gelijk is aan de gemiddelde omvang van de verrichtte arbeid in de 12 voorafgaande maanden of, indien de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd dan een tijdvak van 12 maanden, dan is de minimale arbeidsomvang gelijk aan het aantal uur verrichtte arbeid gemiddeld over de oorspronkelijk overeengekomen resterende duur van de arbeidsovereenkomst. Voor de berekening van de periode van 12 maanden, bedoeld in de vorige zin, worden arbeidsovereenkomsten, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld. 4. De artikelen 667, vierde lid, 668a, eerste lid, en 691, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel I, onderdeel M, onderdeel N, subonderdeel 1, en onderdeel Q, subonderdelen 3 en 5, van de Wet meer zekerheid flexwerkers in werking treden, blijven van toepassing op arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd respectievelijk uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd die zijn aangegaan voorafgaand aan dit tijdstip. 5. Artikel 668a, eerste, vijfde en zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N, subonderdelen 2 en 3, van de Wet meer zekerheid flexwerkers in werking treedt, blijft van toepassing op een op dat moment geldende collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan waarin aan artikel 668a, vijfde of zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, toepassing is gegeven voor zover het arbeidsovereenkomsten betreft waarop deze op dat moment van toepassing was, voor de duur van de looptijd van de collectieve arbeidsovereenkomst of regeling, maar ten hoogste gedurende twaalf maanden na die inwerkingtreding. 6. Artikel 691, achtste lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel I, onderdeel Q, subonderdeel 5, van de Wet meer zekerheid flexwerkers in werking treedt, blijft van toepassing op uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd die zijn aangegaan voorafgaand aan dit tijdstip. 1. Voor de werknemer die diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat in de gevallen dat de diensten worden betaald uit een Zvw-pgb als bedoeld in artikel 13a van de Zorgverzekeringswet, of een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg, artikel 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of artikel 8.1.1 van de Jeugdwet blijft, tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, gelden dat: artikel 228, lid 1, niet van toepassing is; artikel 628ab van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is; artikel 628ac, leden 5 tot en met 9, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing is; en voor de toepassing van artikel 667, vierde lid, en 668a, eerste lid, voor «36 maanden» wordt gelezen «zes maanden». 2. Het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in het eerste lid, is niet eerder dan 2030. 3. De voordracht voor het koninklijk besluit als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is overgelegd. Indien de Tweede Kamer der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na dat besluit een nieuw ontwerp aan de Tweede Kamer worden overgelegd. EVALUATIE Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen drie jaar en vervolgens binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot afwijking bij collectieve arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, en de mate waarin deze afwijking leidt tot concurrentie op arbeidsvoorwaarden. INWERKINGTREDING De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. CITEERTITEL Deze wet wordt aangehaald als: Wet meer zekerheid flexwerkers. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 746
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 8 juli 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) [KetenID WGK014090]
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in