Beschikking van de Minister van Justitie van 1 april 1998, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de artikelen 646 en 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze luiden na inwerkingtreding van de wet van 12 maart 1998, Stb. 188
Verify source ↗ AI-assisted research summary: De werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij werving, instructie, arbeidsvoorwaarden, bevordering en beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met enkele specifieke uitzonderingen.
Staatsblad Beschikking van de Minister van Justitie van 1 april 1998, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de artikelen 646 en 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze luiden na inwerkingtreding van de wet van 12 maart 1998, Stb. 188 Gelet op artikel IV van de wet van 12 maart 1998, Stb. 187, zoals gewijzigd bij de wet van 12 maart 1998, Stb. 188; de tekst van de artikelen 646 en 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze luiden na inwerkingtreding van de wet van 12 maart 1998, Stb. 188, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. TEKST VAN DE ARTIKELEN 646 EN 647 VAN BOEK 7 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK ZOALS DEZE LUIDEN NA INWERKINGTREDING VAN DE WET VAN 12 MAART 1998, STB. 188 De werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, het verstrekken van onderricht aan de werknemer, in de arbeidsvoorwaarden, bij de bevordering en bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Van lid 1 mag, voor zover het betreft het aangaan van de arbeidsovereenkomst en het verstrekken van onderricht, worden afgeweken in die gevallen waarin het geslacht bepalend is. Daarbij is artikel 5, derde lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen van overeenkomstige toepassing. Van lid 1 mag worden afgeweken indien het bedingen betreft die op de bescherming van de vrouw, met name in verband met zwangerschap of moederschap, betrekking hebben. Van lid 1 mag worden afgeweken indien het bedingen betreft die vrouwelijke werknemers in een bevoorrechte positie beogen te plaatsen ten einde feitelijke ongelijkheden op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot het beoogde doel. In dit artikel wordt onder onderscheid tussen mannen en vrouwen verstaan direct en indirect onderscheid tussen mannen en vrouwen. Onder direct onderscheid wordt mede verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap. Onder indirect onderscheid wordt verstaan onderscheid op grond van andere hoedanigheden dan het geslacht, bijvoorbeeld echtelijke staat of gezinsomstandigheden, dat onderscheid op grond van geslacht tot gevolg heeft. Het in lid 1 neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid dat objectief gerechtvaardigd is. Een beding in strijd met lid 1 is nietig. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op lid 1 van artikel 646, is vernietigbaar. Indien de werknemer niet binnen twee maanden na de beëindiging een beroep op deze vernietigingsgrond doet, vervalt zijn bevoegdheid daartoe. Artikel 55 van Boek 3 is niet van toepassing. Een rechtsvordering in verband met de vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst geëindigd is. De beëindiging, bedoeld in de eerste zin van artikel 646 lid 1, maakt de werkgever niet schadeplichtig.