Wet van 17 december 2026, houdende Tweede wijziging van de Wet minimumbelasting 2024 in verband met de in december 2023, juni 2024 en januari 2025 internationaal overeengekomen administratieve richtsnoeren en een aantal overige technische wijzigingen (Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024)
This section defines and adjusts minimum-tax concepts for group entities, deferred tax items, and related reporting rules, and states when the law and parts of it take effect.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 27 Jan 2026
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 17 december 2026, houdende Tweede wijziging van de Wet minimumbelasting 2024 in verband met de in december 2023, juni 2024 en januari 2025 internationaal overeengekomen administratieve richtsnoeren en een aantal overige technische wijzigingen (Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 17 december 2026, houdende Tweede wijziging van de Wet minimumbelasting 2024 in verband met de in december 2023, juni 2024 en januari 2025 internationaal overeengekomen administratieve richtsnoeren en een aantal overige technische wijzigingen (Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024)
AI-assisted research summary: This section defines and adjusts minimum-tax concepts for group entities, deferred tax items, and related reporting rules, and states when the law and parts of it take effect.
Staatsblad Wet van 17 december 2026, houdende Tweede wijziging van de Wet minimumbelasting 2024 in verband met de in december 2023, juni 2024 en januari 2025 internationaal overeengekomen administratieve richtsnoeren en een aantal overige technische wijzigingen (Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A een entiteit die wordt behandeld als fiscaal transparant in de staat waar haar belanghouders wonen of zijn gevestigd en die: belastingplichtig is in de staat waarin zij is gevestigd; of niet wordt aangemerkt als een fiscaal transparante entiteit op grond van artikel 1.2, tweede lid, en op grond van artikel 1.3, eerste lid, tweede zin, wordt geacht te zijn gevestigd in de staat naar het recht waarvan zij is opgericht. 8. Voor de toepassing van de definitie van doorkijkentiteit in het eerste lid, wordt een doorkijkentiteit, niet zijnde een uiteindelijkemoederentiteit, niet aangemerkt als een belanghouder. B 5. Onder een groepsentiteit als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een joint venture en de met de joint venture verbonden partijen. C 5. Indien de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van een groepsentiteit niet zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en het verslagjaar van die groepsentiteit afwijkt van het verslagjaar van de uiteindelijkemoederentiteit, wordt het kwalificerende inkomen of verlies van die groepsentiteit bepaald aan de hand van de financiële verslaggeving van die groepsentiteit over de financiële verslaggevingsperiode die eindigt in het verslagjaar van de uiteindelijkemoederentiteit. D E Bijzondere waardevermindering Een bijzondere waardevermindering van de activa en passiva voor financiële verslaggevingsdoeleinden blijft buiten beschouwing indien de boekwaarde van deze activa en passiva voor financiële verslaggevingsdoeleinden als gevolg van die waardevermindering afwijkt van de boekwaarde ingevolge een of meer andere bepalingen in deze wet, tenzij die bijzondere waardevermindering leidt tot een boekwaarde in de financiële verslaggeving die lager is dan de afwijkende boekwaarde ingevolge die andere bepaling of bepalingen in deze wet. F G 4. Indien de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van een groepsentiteit niet zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en het verslagjaar van die groepsentiteit afwijkt van het verslagjaar van de uiteindelijkemoederentiteit, worden de betrokken belastingen van die groepsentiteit bepaald aan de hand van de financiële verslaggeving van die groepsentiteit over de financiële verslaggevingsperiode die eindigt in het verslagjaar van de uiteindelijkemoederentiteit. H 11. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het zevende lid en de keuze, bedoeld in het negende lid, onderdeel b, ten aanzien van passieve belastinglatenties die zijn geaggregeerd voor financiële verslaggevingsdoeleinden. I 10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de toerekening van betrokken belastingen: ingevolge het derde lid ten aanzien van belastingregelingen voor buitenlandse gecontroleerde lichamen op grond waarvan de belasting wordt berekend op basis van het gezamenlijke inkomen of de gezamenlijke verliezen of verrekenbare belastingen van meerdere buitenlandse gecontroleerde lichamen die worden gehouden door een groepsentiteit; ingevolge het eerste, derde, vierde en vijfde lid ten aanzien van belastingen die kunnen worden verrekend met belastingen over het inkomen van verschillende vaste inrichtingen of entiteiten op het niveau van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder; en ingevolge het eerste, derde, vierde en vijfde lid ten aanzien van gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties ingevolge artikel 7.3. J K L in geval van een vaste inrichting waarvoor geen verslaggeving als bedoeld in subonderdeel 1° of 2° beschikbaar is: de afzonderlijke financiële verslaggeving die door een hoofdentiteit wordt opgesteld voor een vaste inrichting; 6. Voor het bepalen van de totale inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, en voor het bepalen van de winst vóór winstbelasting, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, en het derde lid, worden ten aanzien van een geldverstrekking binnen een multinationale groep of binnenlandse groep die als eigen vermogen in aanmerking wordt genomen volgens de fiscale regelgeving van de staat van de groepsentiteit die de geldverstrekking doet, de betalingen die voortvloeien uit deze geldverstrekking zowel bij de ontvanger als bij de verstrekker als rente in aanmerking genomen mits dit in overeenstemming is met de kwalificerende financiële verslaggeving. M N O P 2. Actieve belastinglatenties, en ingeval onderdeel d van toepassing is ook passieve belastinglatenties, zijn uitgesloten van de berekening van het eerste lid voor zover: zij zien op bestanddelen die op de voet van hoofdstuk 6 niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies en zijn ontstaan als gevolg van een transactie die na 30 november 2021 heeft plaatsgevonden; zij voortkomen uit een regeling met een overheidsinstantie die is overeengekomen of aangepast na 30 november 2021 en die voorziet in een bijzondere aanspraak op een belastingkrediet of een ander belastingvoordeel dat zonder die regeling niet zou zijn verleend; zij voortvloeien uit een keuze gemaakt door de groepsentiteit na 30 november 2021, welke keuze de behandeling van een transactie voor de bepaling van het belastbare inkomen met terugwerkende kracht wijzigt nadat de belastingaanslag is vastgesteld of de belastingaangifte is gedaan; zij voortkomen uit het verschil tussen de fiscale boekwaarden en de boekwaarden in de financiële verslaggeving indien en de fiscale boekwaarden zijn vastgesteld bij de invoering van een belasting naar de winst na 30 november 2021 en vóór het overgangsjaar in een staat waarin voorafgaand aan die invoering geen belasting naar de winst werd geheven; of zij voortkomen uit verrekenbare verliezen die zijn ontstaan in een verslagjaar voorafgaand aan de vijf verslagjaren vóór de invoering van een belasting naar de winst in een staat waarin voorafgaand aan die invoering geen belasting naar de winst werd geheven. 6. In afwijking van het tweede lid mag een actieve belastinglatentie als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, in aanmerking worden genomen en aangewend in verslagjaren die aanvangen op of na 1 januari 2024 en vóór 1 januari 2026 en die uiterlijk 30 juni 2027 eindigen en mag een actieve belastinglatentie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, in aanmerking worden genomen en aangewend in verslagjaren die beginnen op of na 1 januari 2025 en vóór 1 januari 2027 en die uiterlijk 30 juni 2028 eindigen, met dien verstande dat in totaal niet meer dan 20 percent van de actieve belastinglatentie wordt aangewend en voor zover: de actieve belastinglatentie in aanmerking is genomen tegen het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde belastingtarief waartegen de actieve belastinglatentie in de financiële verslaggeving is opgenomen; de actieve belastinglatentie niet voortvloeit uit een regeling met een overheidsinstantie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, welke regeling is overeengekomen of aangepast na 18 november 2024; de actieve belastinglatentie niet voortvloeit uit een keuze als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, die is gemaakt na 18 november 2024; de actieve belastinglatentie niet voortvloeit uit de invoering van een belasting naar de winst, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, welke belasting is ingevoerd na 18 november 2024; de actieve belastinglatentie noch in totaal noch in een verslagjaar voor een hoger bedrag wordt aangewend als gevolg van een wijziging na 18 november 2024 ten aanzien van een regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, een keuze als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of de boekwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d; en de aanwending het totale bedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties, bedoeld in artikel 7.2, niet overschrijdt. Q. Deze wet treedt in werking met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat: artikel I, onderdelen A, B, D, onder 2, F, H, onder 2, I, J, K, L, onder 2 en 3, N, onder 1 en O, onder 2, terugwerkt tot en met 31 december 2023 en voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023; artikel I, onderdeel M, onder 1, terugwerkt tot en met 31 december 2024 en voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2024; artikel I, onderdelen C, D, onder 1, E, G, H, onder 1, L, onder 1 en 4, M, onder 2, N, onder 2, O, onder 1, P en Q voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2025. Deze wet wordt aangehaald als: Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 817
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 17 december 2026, houdende Tweede wijziging van de Wet minimumbelasting 2024 in verband met de in december 2023, juni 2024 en januari 2025 internationaal overeengekomen administratieve richtsnoeren en een aantal overige technische wijzigingen (Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in